Homo, het nieuwe gehandicapt

Bij het filmfestival van Cannes slingerde zich vorige week een uur van tevoren al een lange rij wachtenden om de hoek van Palais Stéphanie. Zij waren nieuwsgierig hoe komiek Jim Carrey en Ewan McGregor uit de kast zouden komen als homoseksueel paar in de tragikomedie I Love You Philip Morris. Eén hotel verderop maakte Carrey zelf tussen bergen nepsneeuw reclame voor A Christmas Carrol: over Philip Morris wilde hij niet praten.

Ooit gold het als riskant, maar wie tegenwoordig nog wil meetellen als heteroacteur moet eenhomorol op zijn resumé hebben. Zeker sinds de Oscar voor Sean Penn als homoactivist Harvey Milk is het helder: homo is het nieuwe gehandicapt.

Dat vereist wellicht enige uitleg. Er is een bepaald soort rol waarmee acteurs snel in de prijzen vallen: een metamorfose die inleving, overgave en durf veronderstelt. Met de rol van gehandicapte heb je daarom een streepje voor bij de Oscars, zo heet het.

Maar uit de statistieken blijkt dat voor hetero’s de rol van homo, lesbienne, bi- of transseksueel tegenwoordig veel interessanter is. Het afgelopen decennium leverden homorollen bijna elk jaar één of meer Oscarnominaties op, in het topjaar 2005 zelfs vier. Bij de vrouwen verdienden Hilary Swank, Nicole Kidman en Charlize Theron Oscars als lesbiennes, bij de mannen, naast Sean Penn, ook Philip Seymour Hoffman (Capote) en daarvoor Tom Hanks (Philadelphia, 1993) en William Hurt (Kiss of the Spider Woman, 1985). Tom Hanks is uniek omdat hij een Oscar won voor rollen als homo en als gehandicapte (Forrest Gump).

Niet elke gehandicapte is Oscarwaardig. In de komedie Tropic Thunder faalt actieheld Ben Stiller in zijn poging respectabel te worden met de rol van Silly Jack. Een collega legt uit wat hij fout deed: hij ging ‘full retard’. „Never go full retard!” Om een Oscar te winnen, legt hij uit, moet een gehandicapte uiteindelijk een winnaar zijn. Zo krijgt Tom Hanks in Forrest Gump roem, het meisje en een fortuin, kraakt Dustin Hoffman in Rain Man het casino en ontwikkelt Daniel Day Lewis zich in My Left Foot tot succesvol schilder.

Voor de homo’s en lesbiennes van het witte doek geldt het omgekeerde: voor een Oscar moeten ze verliezen. Met de bijna dertig voor Oscars genomineerde homo’s loopt het vrijwel altijd slecht af: ze sterven aan aids, plegen zelfmoord, belanden in een levenslange depressie, worden doodgeslagen, neergeschoten, geëxecuteerd.

Jammer vooor Jim Carrey. Hij eindigt in I Love You Philip Morris slechts in de gevangenis wegens zwendel. Niet tragisch genoeg.