Grauw beton krijgt iets krachtigs

Kunstenaars sieren ongure parkeergarages en duistere viaducten in de Bijlmer op. Maar de Bijlmerbiënnale heeft geen last van cultureel kolonialisme of opleuking.

Buitenlanders reageren wel eens ongelovig, als ze in Nederland onze slechte buurten komen bezoeken. „Noemen jullie dít een achterstandswijk?” Een wijk die die verbazing vooral teweeg brengt, is de Bijlmer. Voor de meeste Nederlanders is de Bijlmer nog altijd synoniem met het ergste getto van ons land. Maar dat is het niet meer. In 1992 begon de gemeente een renovatie – groenaanleg, laagbouw – die zijn vruchten heeft afgeworpen.

En sinds drie weken dwalen er opeens mensen rond met designbrillen op en plattegrondjes in de handen: een groots aangepakte kunstbiënnale, geopend door de Koningin, moet de vernieuwde Bijlmer nog een laatste ‘boost’ geven en het voor buitenstaanders op de kaart zetten.

Over een route van drie kilometer staan vijftien kunstwerken. Het zijn hangplekken, abstracte totems, een muur vol lichteffecten, een treinperron in UV-lak, een jeugdhonk annex Spinozabibliotheek. Thug Remedy is een jukebox van de Zuid-Afrikaan James Beckett, met latinomuziek die door het winkelcentrum schalt. Hadassah Emmerich ontwierp drie tegeltableaus met bloemenjungles om een steegje naast een parkeergarage op te sieren. Ze deed dat in dezelfde grijstonen van de omgeving. Het maakt haar werk duister en sensueel, en geeft de grauwe betonkleuren van de omringende bebouwing iets krachtigs.

Ook Pascale Tayou uit Kameroen kreeg een niksige transitoplek toebedeeld: een donker viaduct waar je ’s avonds zo gauw mogelijk doorheen fietst. Hij plaatste er een beeldengroep van zes ‘pisseurs’: levensgrote naakte zelfportretten die piesend een fontein vormen. Met dit ironische zelfportret becommentarieert hij het Manneken Pis in zijn huidige vaderland, België. Tegelijk verbetert het de plek waar hij de pijlers, net als de beelden, in knalkleuren verfde. Elke passant – bezoeker of bewoner – moet ervan glimlachen.

De organisatie van deze manifestatie had zich lelijk in de vingers kunnen snijden. In verschillende opzichten is het link om op zo’n plek een kunstproject te organiseren. Het grootste gevaar is intellectueel kolonialisme: wij zullen die arme mensen wel even vertellen wat goede kunst is. Daar zijn wat Nederlandse wijken de laatste jaren onder gebukt gegaan. Maar hier gebeurt dat niet. Het zal hebben geholpen dat dit evenement niet is georganiseerd door een van de kunstinstellingen uit het centrum van Amsterdam, maar door buurtbewoners, die oprecht betrokken zijn bij hun buurt.

Een ander gevaar van zo’n project is dat van de ‘opleukerigheid’ – te vrolijke kunst die juist het contrast met de grauwheid vergroot. Zoals een foute oom die op een feestje dat maar niet leuk wordt vergeefs de verkeerde grappen vertelt. Ook gevaar is hier ontweken. Hier is kunst te zien die op een subtiele manier de omgeving versterkt en op verschillende niveaus communiceert. Zoals de U.N.B.B.Q van Allora en Calzadilla in een speeltuintje: een groepsbarbecue voor wie van een hygiënische uitdaging houdt, vormgegeven als een wereldkaart. Enerzijds is het gewoon heel leuk en gezellig. Anderzijds laat het zien dat de internationaliteit van de Bijlmer – vaak geassocieerd met armoedig allochtoon – een kleurrijke versmelting van culturen betekent.

Sommige beelden zijn tijdelijk, andere zullen hier in de toekomst blijven staan. En met nog vier biënnales te gaan zal de Bijlmer de komende tien jaar uitgroeien tot een beeldenpark. Semi-permanent is het kunstwerk van Peter Stel. Hij deed met het winkelcentrum Kraaienveld wat de architect destijds heeft nagelaten: iets toonbaars neerzetten. Met witte en rode golfplaten veranderde Stel het betonblok in een abstract kunstwerk waarbij je alleen tussen de platen door grauw en verpaupering ziet. Buurtbewoners noemen dit gebouw en de verloederde flat ernaast liefkozend ‘het Bijlmermuseum’: een herinnering aan hoe het was. Nog een biënnale of twee, en ook dat is verleden tijd.

‘Open Source Amsterdam’ T/m 11 juli. Informatie: www. opensourceamsterdam.nl