Geen voortplanting in biologie-examen

Het onderwijsniveau daalt de laatste jaren, zegt de minister van Onderwijs. De examenperiode is hét moment om de balans op te maken. Vandaag: het vak biologie op de havo.

Amstelveen, 19 mei 2009. Docent biologie op het Alkwin Kollege, Lieke KIEVITS. Foto: Willem Sluyterman van Loo

Met liefst 23 pagina’s tekst was het havo-examen biologie gisteren „in eerste instantie even schrikken voor sommige leerlingen” denkt Lieke Kievits (39), lerares biologie aan het Alkwin Kollege, een scholengemeenschap voor havo en vwo in Uithoorn. Maar in z’n algemeenheid was het naar Kievits’ idee een „prima examen, goed te doen”.

De vragen gingen over uiteenlopende onderwerpen, van foetaal onderzoek, gezichtsbedrog en de massaproductie van kerstbomen tot hormonen en diëten. Er werd relatief veel reproductieve kennis gevraagd, stelt Kievits vast.

Biologie is een van meest veranderende vakgebieden, stelt de biologielerares. Dat zie je terug in het eindexamenprogramma. De vondst van DNA stamt pas uit 1953, geeft Kievits als voorbeeld. „Er gaat nauwelijks een dag voorbij waarop er geen nieuws over biologie in de krant staat.”

Gisteren hebben de havisten voor het eerst een ‘vernieuwd tweedefase-examen’ gemaakt. Alle examenstof is nu verdeeld over het school- en het centraal examen. Kievits: „Op deze manier bepalen scholen zelf veel meer wat het biologieprogramma inhoudt op hun school. Cellen van planten, voortplanting van dieren en mensen, die onderwerpen komen niet voor in het centraal examen.”

Kievits, die lesgeeft sinds 1993, is voorzichtig met het geven van haar mening daarover. „Dat is voor een school heel persoonlijk.” Wel zegt ze dat onderwerpen als ecologie en stofwisseling van de mens „gelukkig” in het centraal examen zijn gebleven. „Zeker voor havisten die later niet verder gaan met biologie vind ik het belangrijk dat ze weten hoe hun lichaam in elkaar zit, wat er gebeurt als ze sporten, hoe nieren werken.”

Een eerdere grote verandering in het biologie-examen was in 1993, toen er voor het eerst open vragen werden gesteld. Kievits: „Sindsdien moeten leraren meer wikken en wegen. Een antwoord is niet altijd goed of fout. Het kan er ook langs scheren. Het nadeel van de meerkeuzevragen is dat ze kort waren, met geen of korte begeleidende teksten. In die tijd kon een leerling een goed cijfer halen door goed te gokken.” Kievits had zelf een slechte hand van gokken, zegt ze. Ze haalde een onvoldoende voor haar centraal examen – al compenseerde haar schoolonderzoekcijfer dat ruim voldoende.

Nu hoeven leerlingen weinig tekst te leren. Ze mogen het examen maken met naast zich een naslagwerk, de Binas of BioData. Toch vindt Kievits niet dat het examen gemakkelijker is geworden.

Vijftien jaar geleden bestond het vak vooral uit plant- en menskunde. Het ging over organen, ziektes, de bouw van weefsels. Dat is niet verdwenen, zegt Kievits. „Maar ook ecologie is een onderdeel geworden. Er zijn vragen bijgekomen over het gedrag van mensen, de evolutie, moleculaire biologie.”

Terwijl de meeste examenkandidaten het ‘nieuwe’ examen doen, lijkt het al bijna achterhaald. Op zeven ‘biologie-ontwikkelingsscholen’ (BOS) buigen leerlingen zich over een nog moderner examen. Kievits: „De bedoeling is dat leerlingen een bepaald concept aangeleerd krijgen, dat ze wendbaar leren te gebruiken.”

Is het niet verwarrend, steeds een nieuw examen? Voor leerlingen niet, zegt Kievits. „Zij weten niets van BOS-scholen. Voor leraren kan het wel verwarrend zijn.”

Leerlingen bloggen op nrc.nl/eindexamen