Europese Obama,graag

Als zwevende, christelijke kiezer vind ik louter behoudende retoriek bij CDA en ChristenUnie/SGP.

Wie beroert mijn hart over Europa?

(Illustratie Roel Venderbosch) Venderbosch, Roel

In mijn werk als journalist smaak ik wel eens het genoegen het proces dat leidt tot de ‘vreedzame overdracht van de macht’, zoals de Amerikanen het zo fraai zeggen, te mogen verslaan. Verkiezingstijd: die koortsachtige dans om de troon die in vrijwel elk min of meer democratisch land van tijd tot tijd de geesten beroert of vermoeit.

Fietsend door Amsterdam en zappend langs het grote campagneaanbod op internet, tv en in de krant probeer ik mij de laatste tijd wel eens op te stellen als verslaggever in eigen land. Ik zal kort zijn: het lukt me nauwelijks. Dat komt, allicht, door het stembiljet dat ik onlangs in mijn brievenbus aantrof. Er moeten nieuwe Nederlandse afgevaardigden voor vijf jaar naar Brussel en Straatsburg worden gestuurd en ik speel daar een geringe, maar niet te verwaarlozen rol in. Afzijdigheid is geen optie.

En daar beginnen de moeilijkheden. Er moet worden gekozen. Virtuele emmers vol blauwe euroderrie ontwijkend fiets, surf en zap ik noodgedwongen langs in kloeke woorden gestolde ambities en verstokte, hardnekkige sentimenten. Pinkte ik bij de verkiezing van Obama nog met zeven jonge mannen, gezeten voor drie schermen, een traantje weg toen hij zijn overwinningstoespraak hield; bij deze verkiezingen lijk ik het vooralsnog droog te kunnen houden. Hoe is dat te verklaren?

Als protestants christen zou ik me gemakkelijk thuis moeten kunnen voelen bij het CDA of de ChristenUnie/SGP-fractie. Wat hebben zij een jonge kiezer met hart voor Europa’s toekomst te bieden?

Bij de laatste lijstcombinatie luidt de slogan „Samenwerking Ja. Superstaat Nee.” Hoewel de inleiding van het verkiezingsprogramma onomwonden vaststelt dat van een dreigende superstaat geen sprake is, kiezen beide partijen niettemin voor deze van angst vergeven leuze. Het verkiezingsprogramma trapt met de ene voet het gaspedaal in, terwijl de andere voet nog stevig op de rem rust. Ja, Europese samenwerking heeft prachtige dingen voortgebracht (door dezelfde partijen overigens destijds met veel oranjegezinde argwaan belicht). En nee, we moeten de zaken zo veel mogelijk op het nationale niveau blijven oplossen.

Ook bij het CDA overheerst behoudende retoriek: „Werken aan zekerheid”, luidt hier de slogan. De website staat vol met gezwollen woorden over al het moois dat Europese samenwerking ons heeft gebracht en bevat evenveel mooie ambities voor de toekomst. Kracht en ambitie, waarvan het pdf-bestand op de site rept, zitten overigens wel degelijk in het plan verstopt, maar profileren doet de partij zich vooral met een berustende nadruk op ‘zekerheid’. „Stemt u maar, dan heeft u vijf jaar geen last meer van ons”, zo komt de site op mij over. Bovendien zijn de doelstellingen zo algemeen geformuleerd dat ik me niet aan de indruk kan onttrekken dat precies hetzelfde programma over twintig jaar ongewijzigd op de CDA-website kan verschijnen.

Als jonge stemmer ben ik natuurlijk het neusje van de zalm voor partijen, die hun campagnes dan ook ‘helemaal web 2.0’ hebben ingericht. Als ze me nu voor de partij winnen, zal ik ook bij volgende verkiezingen weer die kant op neigen in het stemhokje, lijkt de gedachte.

Vooral de ChristenUnie/SGP heeft kosten noch moeite gespaard. Aan de hand van enkele oersimpele dilemma’s (Wie regelt bijzonder onderwijs: Europa of Nederland?; Turkije in Europa, ja af nee?) wordt op een speciale website mijn ‘eurorealisme’ gepeild. Als ik naar eer en geweten de vier vragen invul, wacht mij lijsttrekker Peter van Dalen, die zich met opgetrokken wenkbrauwen afvraagt of ik wel écht naar een Europese superstaat toewil. Sinterklaas (ja, echt) gooit vervolgens een emmer Euroblauwe verf over de Oranjehooligan (ja, echt) in het midden uit. Ja, echt.

Hier ligt de moeilijkheid, volgens mij: als twintiger kijk ik Europa in en zie ik een hoge berg voor mij, waarop de successen van generaties voor ons liggen opgestapeld. Wat eeuwenlang onvoorstelbaar leek, is in 60 jaar werkelijkheid geworden: grote delen van Europa leven in vrede met elkaar en profiteren zelfs op allerlei manieren van elkaars nabijheid. Het Europa dat mij in deze campagnes tegemoet treedt is nog altijd het Europa van de ‘gedane zaken’ dat bij de Grondwetcampagne door het kabinet van toen nogal geringschattend als ‘best belangrijk’ in de etalage gezet is.

Best belangrijk? De gammele bootjes vol Afrikaanse migranten, de Spaanse tentenkampen vol illegale sinaasappelplukkers en de illegale oorlogsvluchtelingen vlakbij Calais, riskeren hun leven om in onze schaduw te mogen werken en leven.

Best belangrijk? Terwijl een nieuwe generatie Nederlanders met verve aan een daadwerkelijk veelkleurige, geglobaliseerde samenleving timmert, hebben Europa’s aankomende christen-politici de mond nog vol van ‘het belang van de Nederlandse identiteit’. Turkije krijgt van ChristenUnie/SGP al bij voorbaat te horen dat het nooit en te nimmer bij ‘onze waardenclub’ mag horen. En dat terwijl toetreding van dit land, ook al is dat in 2025, minstens zo’n historisch en pacificerend wapenfeit zou betekenen als de toetreding indertijd van, pakweg, Bulgarije of Litouwen.

Best belangrijk? Hoewel Israël inmiddels op een gevaarlijk nationalistische ramkoers ligt ten aanzien van zowel haar vijanden als haar bondgenoten, roept de ChristenUnie/SGP het Europese parlement nog altijd plichtsgetrouw op tot onverwijlde ‘steun aan Israël’. Dit terwijl juist een dwingende amicale berisping het land weer op vredeskoers zou kunnen brengen.

Door een gebergte gevuld met historische successen zien we de wereld achter de bergen niet meer. Achter die historische successen wachten echter belangrijke vraagstukken die om een bovennationale aanpak vragen.

Elke waarschuwing tegen hoogmoed lijkt me een terechte. In die zin begrijp ik ook de christelijke zorg om een al te grote verstatelijking wel. Maar, waar is de stip aan de horizon waar ik als jonge Europese burger dan wél naar toe mag leven? Waar is het politieke leiderschap dat ons in vertrouwen meeneemt naar de grote uitdagingen die op ons wachten?

Wij Europeanen laten een democratische verkiezing aan ons voorbijgaan alsof het niet is. Na een campagne waarin geen hart geraakt is, geen noot wordt gekraakt en geen visioen geschetst is, is weinig anders te verwachten dan een verkiezing vol apathisch pragmatisme.

Deze zwevende kiezer weet best: in een luchtkasteel valt niet te leven. Maar: wie mij een vergezicht schetst over heden, verleden en toekomst op ons prachtige continent, zal kunnen rekenen op mijn stem.

Karel Smouter is journalist en begeleidde, in het kader van zijn studie Wijsbegeerte, in het voorjaar van 2008 een ‘bezinningsronde’ over Europa’s toekomst voor het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie.

    • Karel Smouter