Een luide bons en dan rook

Net als half Nederland kon redacteur Derk Walters niet slapen door het onweer.

En toen sloeg de bliksem in bij de buren en moest hij zijn bed uit wegens explosiegevaar.

Bliksem boven de Grote Kerk in Haarlem. (Foto WFA)
Een gevelde boom in de Rotterdamse Provenierswijk. (Foto WFA)
Geen treinverkeer op station Hoogeveen door een wissel- en seinstoring. (Foto WFA)
Een beschadigde boerderij in Achtmaal, Brabant. (Foto Joyce van Belkom)
Spruijt, Kees / WFA

Het gebeurt natuurlijk vaker, dat het zo hard onweert dat je er wakker van wordt. Die fase hebben we in de nacht van maandag op dinsdag rond half vijf al achter de rug. We kijken uit ons slaapkamerraam in Leiden en verbazen ons over het weerlicht, dat lijkt te zijn ontsnapt uit een stroboscoop. „Normaal zie je toch een flits, wacht je een paar seconden en dan boem?”

We gaan maar weer liggen. Het knipperlicht is voorbijgetrokken, op weg naar noordelijker streken.

Totdat er een zeer luide, maar doffe bons klinkt. Nu is de bliksem echt ergens ingeslagen, zeggen we tegen elkaar. En dichtbij ook.

Er volgen meer bonzen. En ploffen. Ik word erop uitgestuurd. Door het keukenraam zie ik mensen voor mijn deur staan. Hé, dat is de overbuurman. Zijn garagedeur hangt uit zijn voegen. Er komt rook uit de garage. Dikke, grijze rook. Zijn huis staat in brand!

Ja, wat doe je dan. Voordeur open. De overbuurman wordt aangesproken door een vrouw uit de buurt. Ze vraagt hem of iedereen ongedeerd is.

Ja, zegt de overbuurman. Zijn vrouw loopt even verderop.

,,En de huisdieren?’’

,,Nou, de hond is dood.’’

,,O nee, wat verschrikkelijk!’’

,,Die was al dood’’, zegt de overbuurman.

Later horen we dat hun twee katten zijn omgekomen.

We staan in onze nachtkleding in de deuropening. Mijn vriendin oppert dat we ons maar beter kunnen aankleden. Dadelijk moet je je huis uit en dan...

Ik heb net provisorisch mijn overhemd dichtgeknoopt als een brandweerman meldt dat we inderdaad ons huis moeten verlaten. Ontploffingsgevaar. Mijn huis staat op vijf meter van de brandende garage, waarin een auto staat. Die benzinetank is vast niet leeg.

Het giet. Het bluswater stroomt op enkelhoogte door de straat, zwart van roet. Brandweer- en politiewagens barricaderen de straat.

Ik woon al elf jaar in deze straat, maar ik heb nooit zo veel tijd besteed aan kennismakingsgesprekjes met de buren. Onhandig, blijkt nu, want er is niet zomaar een buur bij wie we met enig fatsoen kunnen aankloppen. Hallo, we zijn tijdelijk dakloos, mogen we even binnenkomen, en o ja, wij zijn Derk en Mireille.

Een vriendin in een straat verderop biedt uitkomst. We mogen langskomen. In haar woonkamer drogen we een beetje op en bespreken we de situatie. Veel verder dan gemeenplaatsen komen we niet. We zetten de televisie aan. TV West, Holland Centraal. Niets over de brand. De vriendin kijkt nog even op blogs en op twitter. Ook niets. We bellen onze ouders. Ja, de brand was op vijf meter afstand en nee, ons mankeert niets.

Na een uurtje gaan we terug. Ik ben opgelucht dat mijn huis niet is ontploft. Er staan politieagenten voor mijn deur. Mogen we naar binnen? Nee, er kunnen nog dingen naar beneden vallen. Een cameravrouw vraagt of ik aan de kant wil gaan. Ik blijk pal voor haar lens te staan.

We blijven even kijken. De auto van de buurman wordt voorzichtig uit de garage gereden. Dat hij het nog doet!

Terug naar ons ‘onderduikadres’. We checken de file-informatie. Diverse snelwegen, waaronder de A20 bij Rotterdam, zijn afgesloten. Laat de NRC-redactie nu net aan die rijksweg zijn gevestigd. Ik werk vandaag thuis, besluit ik. Ook al omdat ik misschien drie uur heb geslapen.

De journaals vertonen beelden van door de bliksem getroffen huizen. Vlammen schieten uit de daken. Leiden zit er niet tussen.

Tegen half acht proberen we het voor de tweede keer. Nu is het gevaar geweken. Vanuit de keuken zien we hoe de brand heeft huisgehouden in het oude stadspand van de overburen. De garage is zwartgeblakerd. Het huis is onbewoonbaar.

Als ik even later het vuilnis buiten heb gezet, spreek ik twee buren aan. Zij weten te melden dat de luide, doffe bons waarschijnlijk een ontploffende gasfles was. Vandaar die garagedeur. De bliksem moet even eerder zijn ingeslagen.

Het wordt niet meer rustig in de straat. Behalve brandweer en politie trekt het uitgebrande huis veel nieuwsgierigen. Ook de bewoners zelf komen de schade opnemen.

De telefoon gaat. Imco Lanting, redacteur bij Knevel & Van den Brink. Ze willen een uitzending maken over de vele brandjes en Leiden dient als voorbeeld. Welk huis was het, waar zijn de buren ondergebracht?

Op leidschdagblad.nl verschijnt een filmpje waarop is te zien hoe de brandweer de garagedeur wegzaagt. Het filmpje bevat ook een interview met de burgemeester. Hij staat naast mijn huis. Dat hadden we even gemist.

Ik moet verder. Een artikel schrijven over het havo-examen aardrijkskunde. Ook dat doet ertoe.

Bekijk het item van het Leidsch Dagblad via nrcnext.nl/links