Een hoop gedoe om een flapdrol

Zelf noemt hij het „een hoop ophef om niets”, maar Jan Marijnissen (SP) zorgde gisteren voor flinke onrust in de Haagse wandelgangen. De voormalig fractieleider maakte tijdens het Vragenuurtje vanuit zijn Kamerbankje minister Koenders (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) tot driemaal toe uit voor „flapdrol”.

Het incidentje was waarschijnlijk geen incidentje geworden als Koenders zelf de kwalificatie niet nog eens had benadrukt. Kamerleden roepen wel vaker iets buiten de microfoon. Dat is tegen de regels en dat soort opmerkingen maken dan ook geen deel uit van de beraadslagingen. Maar nadat Marijnissen zijn opmerking had gemaakt, meldde Koenders de Kamer plechtig: „Voorzitter, ik ben inmiddels ook voor flapdrol uitgescholden.” Voorzitter Verbeet probeerde de zaak nog te sussen („Dan moet u eigenlijk niet beter luisteren”), maar het onheil was al geschied: de parlementaire geschiedenis kent nu ook formeel een ‘affaire-Flapdrol’.

Aanleiding tot de uitbarsting van Marijnissen was de volgens hem „hooghartige manier” waarop Koenders een vraag weigerde te beantwoorden van SP’er Irrgang. Die vroeg of de bewindsman niet „een beetje de rol van burgemeester in oorlogstijd” vervulde omdat Nederland voorstellen zou afzwakken die arme landen meer invloed moet geven in het „meepraten over de aanpak van het sprinkhaankapitalisme”. Koenders veroordeelde het niveau van de formuleringen, waarna Marijnissen hem als „flapdrol” karakteriseerde.

Na afloop wilde Koenders nog verhaal halen, maar Marijnissen stuurde hem met een woest handgebaar weg bij zijn bankje. Koenders toonde zich na afloop verbaasd: „Ik heb respect voor Marijnissen, maar we zijn hier om te debatteren en niet om dit soort woorden te gebruiken.”

De SP-voorzitter neemt niets terug: „Het was een spontane opwelling, ingegeven door het feit dat de minister om de vraag heen draaide, maar wel een hoge toon aanslaat over de bewoordingen.”

Lees het exacte verloop van de discussie in de Tweede Kamer op nrc.nl/binnenland