Wereldhype van de vuilnisbelt

Het primatenfossiel dat vorig week met bombarie werd gepresenteerd, was lang in particuliere handen. De vraagprijs was een miljoen dollar.

De Noorse onderzoeksleider Jørn Hurum presenteert ‘Ida’, het fossiele halfaapje dat hij naar zijn dochter heeft vernoemd. Foto AFP Dr. Jorn Hurum of the Museum of Natural History and the University of Oslo speaks next to a slide of a 47 million year old primate fossil known as "Ida" at the Museum of Natural History May 19, 2009, during a news conference where the find was unveiled. Scientists from the University of Oslo in Norway and the Senckenberg Research institute revealed the female specimen said to be the most complete fossil primate ever found. REUTERS/Mike Segar (UNITED STATES SCI TECH ANIMALS) REUTERS

Ida, het 47 miljoen jaar oude fossiel van een halfaapje dat afgelopen week de wereldpers haalde, werd gered van de vuilnisbelt. Dat was namelijk begin jaren tachtig het plan van bestemming voor de Messelgroeve bij Frankfurt, één van de beroemdste vindplaatsen van fossielen ter wereld.

Paleontologen, die dieren doorgaans moeten reconstrueren uit slechts een paar botten, hadden hier al sinds 1971 vele uitzonderlijke fossielen gevonden. De krokodillen, vlinders en andere jungledieren die na het uitsterven van de dinosaurussen in Zuid-Duitsland leefden, waren met huid en haar(afdruk) bewaard gebleven in een oud vulkaankratermeer.

Messel is in 1995 alsnog uitgeroepen tot werelderfgoed, maar de dreigende kwalificatie als afvalstort heeft tot op de dag van vandaag sporen nagelaten. Speculerend op het verdwijnen van de vindplaats haalden fossielenjagers begin jaren tachtig haastig uit Messel vele brokken schalie (hard geworden sediment) weg, voordat het te laat was.

Eén anonieme fossielenjager had in 1983 zeer veel geluk. Hij of zij vond het ruim een halve meter lange fossiel van een halfaapje dat negen maanden oud was geworden: de latere Ida. Om onduidelijke redenen bleef de ontdekking onbekend.

Vorige week kreeg het fossiel in het tijdschrift PLoS ONE een wetenschappelijke beschrijving en een naam: Darwinius masillae. Tegelijkertijd gaven Duitse, Noorse en Amerikaanse wetenschappers in het American Museum of Natural History in New York een persconferentie over „het best bewaarde fossiel dat ooit van een primaat is gevonden”.

De Noorse onderzoeksleider, Jørn Hurum, heeft Ida vernoemd naar zijn dochter. Volgens hem is deze vroege primaat een schakel in de evolutie die mensapen, mensen en gewone apen verbindt met primitievere primaten. Dat valt nog te bezien, maar de 26 jaar durende stilte rond de ontdekking van Ida is in elk geval meer dan goed gemaakt. Om het belang van de vondst te onderstrepen, lanceren de betrokken wetenschappers een boek, een speciale website én een documentaire, die vanavond wordt uitgezonden door de BBC.

Ida is hoe dan ook een bijzondere ontdekking. Met haar naar voren gerichte ogen, nageltjes en grijpgrage handjes heeft zij veel weg van lemuren, halfapen die leven op Madagaskar.

Maar Ida mist kenmerken die moderne lemuren wel hebben. Zo ontbreekt de kamvinger waarmee lemuren hun vacht verzorgen. Ook zijn de tanden in de onderkaak niet tot één stuk vergroeid.

Bijna al Ida’s botten zijn bewaard gebleven, van de vingerkootjes tot de laatste botjes van haar lange staart. Haar contouren en zelfs haar vacht zijn nog duidelijk herkenbaar. Het fruit, de zaden en de bladeren van haar laatste maaltijd zitten nog in haar buik.

Maar ook het verhaal achter de herontdekking van Ida is spannend. Onderzoeksleider Hurum kwam in 2006 in contact met de Oostenrijkse fossielenhandelaar Thomas Perner. Perner toonde Hurum foto’s van het zeer goed geconserveerde fossiel. De Noor was uiterst opgewonden, maar vreesde ook dat hij met een vervalsing te maken had. Toch wist hij de Universiteit van Oslo over te halen om een deel van de vraagprijs van 1 miljoen dollar te betalen.

Een miskoop was het niet. Maar Hurum kocht van fossielenhandelaar Perner niet meer dan de helft van het fossiel: privéverzamelaars splitsten de steen waarin Ida was opgeborgen, waardoor twee, op elkaar passende afdrukken ontstonden. Beide afdrukken waren verhandelbaar.

Het stuk dat nu in handen is van het Natuurhistorisch Museum in Oslo past naadloos op een Amerikaanse fossiele afdruk, die in 1991 werd aangeschaft voor een natuurmuseum in Thermopolis (Wyoming). Dat bleek dus de andere, spiegelbeeldige afdruk van Ida.

Door de twee fossielen met elkaar te vergelijken, konden de paleontologen onomstotelijk vaststellen dat de Amerikaanse wederhelft sinds zijn ontdekking was verfraaid met vervalsingen. Hierdoor begreep de Duitse paleontoloog Jens Franzen, van het onderzoeksinstituut Senckenberg in Frankfurt, dat zijn eerdere publicaties over het Amerikaanse fossiel op een vergissing berustten. Het bleek hier niet te gaan om een bestaande soort, maar om een geheel nieuwe soort.

De Nederlandse paleontoloog Lars van den Hoek Ostende is verrukt over de ontdekking van Ida. „Het is toch fantastisch dat deze wetenschappers erin zijn geslaagd om deze stukken van de weerszijden van de oceaan weer bij elkaar te brengen”, zegt hij.

Van den Hoek Ostende is verbonden aan het natuurmuseum Naturalis in Leiden, dat tot een jaar geleden een grote tentoonstelling in huis had waar de fossielen uit de Messelgroeve getoond werden.