Stroop is inspecteur-generaal te langzaam

De Inspectie voor de Gezondheidszorg zegt het soms wat cru, maar ze zet zorgbestuurders wel op scherp. Inspecteur-generaal Van der Wal: „Het kan nog zoveel beter.”

Herre Kingma, voorzitter van Medisch Spectrum Twente, bepleit strengere inspectie. (Foto Peter de Krom) Herre Kingma. Voorzitter van de Raad van Bestuur van Medisch Spectrum Twente. Foto: Peter de Krom Krom, Peter de

„Het opgeheven vingertje heeft in deze professionele wereld niet het grootste effect”, vindt Arie van Alphen. Hij was ruim twintig jaar bestuurder bij vier ziekenhuizen en heeft kritiek op de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). „Soms kun je met azijn verbeteringen realiseren, vaak werkt stroop beter.”

De IGZ kwam vorig jaar in het nieuws door veel scherpe rapporten over misstanden in de zorg. Artsen wassen hun handen slecht en ziekenhuizen onderhouden de apparatuur onvoldoende, aldus de inspectie. Ook schort het aan de brandveiligheid en is de personele bezetting van intensivecareafdelingen (ic) buiten kantooruren gebrekkig. Instellingen voor verstandelijk gehandicapten kregen een waarschuwing omdat de zorg er onvoldoende was.

In rapporten noemt de IGZ instellingen nogal vaak „ondeskundig”, „onverantwoord”, „traag” en „onvoldoende alert”. Eind vorig jaar bekritiseerde ze de ongetraindheid van zorgpersoneel dat nieuwe apparatuur in gebruik neemt. Hierdoor zouden jaarlijks „tientallen doden” vallen. Ziekenhuizen vielen de inspectie aan op de hardheid van die conclusie. Natuurlijk is het goed dat de inspectie inspecteert, zeggen ziekenhuizen, maar soms lijkt het alsof alles mis is in de zorg.

Voorlopig hoogtepunt in de wrevel was het uitlekken van een rapport over gebrekkige ic’s. Enkele ziekenhuisbestuurders dreigden inspecteur-generaal Gerrit van der Wal met een kort geding om van de gewraakte lijst af te komen. Die ging niet opzij. Nog dezelfde dag regelden de betrokken ziekenhuizen dat de bezetting van hun ic’s na dat weekend wél op orde was.

De toon van de IGZ-rapporten lijkt inmiddels milder: ze benadrukken vooral dat er veel goed gaat bij de zorginstellingen. Na die constatering verschijnt een glimlach bij Van der Wal: „Vroeger schreven we dat ook, maar wat verderop in het rapport.” Hij hoopt dat de zorgbestuurders daar tevreden mee zijn. Zijn kritische houding behoudt hij in ieder geval. „Want het kan nog zoveel beter. Er is een wereld te winnen.” Hij probeerde het aanvankelijk met stroop, maar dat ging te langzaam. „De hardere aanpak werkt.”

Mede door de IGZ voelen zorginstellingen zich gedwongen hun veiligheid te verbeteren. Veel gaat er mis, omdat behandelingen in kleine stukjes zijn verdeeld en de communicatie gebrekkig is. Dat komt door de veronderstelde arrogantie bij veel artsen, waardoor personeel tegen hen opkijkt en hen niet durft te corrigeren. „Erg vaak dáchten ze dat ze afspraken hadden gemaakt”, zegt inspecteur Willem Nugteren, op basis van zijn praktijkervaring.

Een oordeel van de inspectie kan hard aankomen. Zo moest IJsselmeerziekenhuizen vorig jaar op last van de IGZ maandenlang zijn operatiekamers sluiten. Dat leidde bijna tot een faillissement.

Ook oud-bestuurder Van Alphen, tot 1 mei voorzitter van Ziekenhuisgroep Twente (ZGT), meldt confrontaties. Zo schreef de IGZ een brand in zijn ziekenhuis toe aan ondermaats beleid voor onderhoud van apparatuur. Volgens de inspecteur-generaal was ZGT alleen door toeval aan een ramp met tientallen slachtoffers ontkomen. Van Alphen is nog steeds teleurgesteld over die conclusie, gebaseerd op een rapport met fouten.

In een rapport over de kwaliteit van kleine ic’s ging het ook mis. De IGZ schreef in twee concepten dat de ic van ZGT in Almelo niet voldeed. Hoewel het ziekenhuis de inspectie erop wees dat zij Almelo met Hengelo verwisselde, bleef de fout in het rapport staan. „Erg demotiverend”, meent Van Alphen: „De IGZ wil dat wij zorgvuldig zijn; laat zij dat dan zelf ook zijn!”

Misschien heeft zo’n fout te maken met onderbezetting, zegt Herre Kingma, bestuursvoorzitter van Medisch Spectrum Twente (MST) en van 2000 tot 2006 voorganger van Van der Wal. Kingma had er indertijd ook al last van. Ernstiger vindt hij het tekort aan kennis. „Die heeft de IGZ lang niet altijd in huis. Maar kennis heb je wel nodig voor je geloofwaardigheid.” Dit probleem is volgens hem op te lossen door bij moeilijk onderzoek commissies van deskundigen in te stellen, onder leiding van de IGZ.

Advocaat Tessa van den Ende, gespecialiseerd in de zorgsector, mist focus bij de IGZ. „In plaats van de waan van de dag te volgen, moet ze prioriteiten stellen”, meent ze. En nóg strenger optreden is prima: „De inspectie mag meer gebruik maken van haar wettelijke bevoegdheden, zoals het bevel, de aanwijzing, indienen van klachten bij de tuchtrechter en laten vervolgen door het Openbaar Ministerie.”

Kingma vindt de IGZ evenmin te streng. Hij heeft er zelf nog steeds spijt van dat hij als inspecteur-generaal IJsselmeerziekenhuizen niet al in 2002 sloot. Als je de kwaliteit van de zorg wilt verbeteren, is daar volgens hem niet aan te ontkomen. Hij zou de inspectie wel van een unit willen voorzien die snel maatregelen kan treffen en niet hoeft te wachten tot een instelling desgevraagd optreedt.

Ook Van der Wal wil sneller optreden. Hij gaat de controles opvoeren en mag straks boetes opleggen. Daarmee kan hij lichtere vergrijpen corrigeren: de arts bijvoorbeeld die verzuimt een 70-plusser naast ontstekingsremmers ook maagzuurremmers voor te schrijven. „Dat is gevaarlijk”, vindt Van der Wal. „Als uit onderzoek blijkt dat dit soort dingen noodzakelijk zijn, moet je het gewoon doen.”

Kingma en Van Alphen vinden dat de IGZ zich kritischer moet opstellen tegenover de politiek. Van Alphen meent dat de inspectie te veel onderwerpen oppakt die het ministerie van Volksgezondheid en de Tweede Kamer belangrijk vinden: „Een beetje ad hoc”, zegt Van Alphen. Van Kingma zou de inspectie minister en parlement vaker van advies mogen dienen. „Je kunt constateren dat er ergens iets fout is, maar misschien komt dat omdat een instelling te weinig geld krijgt van VWS of zorgverzekeraars. Dan moet je dáár iets aan doen.”

Hoewel zijn MST-ziekenhuis afgelopen jaar twee keer met de IGZ overleg voerde over problemen, heeft Kingma niet te klagen over de inspectie. Van Alphen wel: hij vindt de IGZ ‘protocollair’. Als de papieren ingevuld zijn, zal de uitvoering door de zorginstelling wel deugen, stelt de inspectie te vaak. En als hem wordt gevraagd het beste IGZ-rapport van de laatste twee jaar te noemen zegt hij zuur: „Ik zou het niet weten.”

    • Frits Baltesen