Sinds wanneer is 'zeg maar' een nationaal stopwoordje?

Het valt Ellen Smit uit Den Haag op dat Nederlanders steeds vaker het stopwoord ‘zeg maar’ gebruiken. In ieder willekeurig gesprek hoor je het een paar keer. Is dit een nieuwe trend?

De opkomst van ‘zeg maar’ valt meer mensen op. Vorig jaar plaatste handvaardigheidsdocent Edwin Schot van de Hogeschool Rotterdam een liedje over ‘zeg maar’ op YouTube, uit ergernis over het gebruik ervan door studenten en collega’s. En de titel van de pas verschenen verzamelde columns van nrc.next-taalcolumnist Paulien Cornelisse is: Taal is zeg maar echt mijn ding.

Toch ontstond ‘zeg maar’ al eind jaren zeventig, vermoedt taalhistoricus en NRC-medewerker Ewoud Sanders. Zijn methode om de ouderdom van stopwoorden vast te stellen is het traceren van het woord in geschreven bronnen. Als een stopwoord voor het eerst wordt opgeschreven, heeft het waarschijnlijk al enkele jaren bestaan in de gesproken taal. Sanders vindt ‘zeg maar’ voor het eerst in de roman De droomkoningin van Maarten ’t Hart uit 1980: ‘ik heb niet van die momenten dat ik, zeg maar, boven kom’.

Paulien Cornelisse denkt ook dat mensen al jaren ‘zeg maar’ gebruiken. „Het probleem van stopwoorden is dat je niet merkt dat je ze gebruikt. Opeens, als je je ervan bewust bent, hoor je het woord overal.” Cornelisse wijdde in februari een column aan ‘zeg maar’. „Ik merkte dat ik het wel erg vaak zei én hoorde. Het rees een beetje de pan uit. Nu zeg ik het niet zo vaak meer.”

Irritatie over een stopwoord is meestal een teken dat het woord aan zijn teruggang begint, zegt Sanders. „Uiteindelijk raken stopwoorden altijd uit de mode.” Cornelisse is daar niet zo zeker van. „Iedereen ergert zich ook al jaren aan ‘ik heb echt zoiets van’, maar dat hoor je nog steeds overal.”

Ondertussen heeft het filmpje van Schot weinig effect gehad, vertelt hij. „Een enkeling hoor ik op de hogeschool nu geen ‘zeg maar’ meer gebruiken. Maar voor de rest wordt het nog en masse gebruikt.” 

Mark Beunderman

Bekijk het filmpje van Edwin Schot via nrcnext.nl/links

    • Mark Beunderman