PVV is goed voor Nederland

Dat ‘Europa’ niet populair is onder laagopgeleiden komt niet door onwetendheid.

Zij hebben weinig voordeel van de Europese Unie, zegt hoogleraar Mark Bovens.

Kunstenaar Jonas Staal verbeeldt Wilders' waarschuwing voor islamisering. Vertaald, van boven naar beneden: Teniersplantsoen, Paulus Potterstraat en Abraham Bloemaertstraat in de Haagse Schilderswijk. Staal doet mee aan het debat Vox Populi. De populistische verbeelding, vanmiddag in Amsterdam. zie www.knaw.nl/populisme

De Partij voor de Vrijheid biedt een gezonde correctie op ons politieke systeem, want de afgelopen decennia is een belangrijk deel van het electoraat, vooral het lageropgeleide deel van de bevolking, zijn politieke vertegenwoordiging kwijtgeraakt.

Mark Bovens, hoogleraar bestuurskunde in Utrecht, is heel stellig. Partijen als de PVV, Trots op Nederland of de LPF worden, net als de SP, vaak weggezet als ‘populistisch’. Dat is negatief bedoeld: manipulatief, simplificerend, spelend op effectbejag. Maar, zegt Bovens: „Als je het neerzet als verwerpelijk, hoef je niet meer na te denken over wat erachter zit.’’

In de campagne voor de Europese verkiezingen van volgende week wordt volgens hem opnieuw duidelijk dat er nieuwe scheidslijnen zijn ontstaan – en niet alleen in Nederland. Traditioneel is het onderscheid tussen confessioneel en niet-confessioneel en tussen links en rechts, zeg maar arbeid en kapitaal. Daar is een nieuwe, culturele verdeling bijgekomen. Bovens gebruikt daarvoor de termen kosmopolieten en nationalisten. In een recent onderzoek heeft hij vastgesteld dat die tegenstelling parallel loopt met het opleidingsniveau, en dat de lageropgeleiden daarbij, vanuit democratisch oogpunt, zwaar in de kou zijn komen te staan. Zij zijn vrijwel niet meer vertegenwoordigd in het parlement.

„Aan de ene kant staan de kosmopolitisch ingestelde burgers en partijen. Zij zijn voorstander van globalisering en europeanisering en accepteren of ondersteunen het multiculturalisme. Aan de andere kant heb je de meer nationalistische partijen. Die vinden dat de europeanisering en globalisering te ver en te hard zijn gegaan, dat nationale waarden en de nationale identiteit moeten worden benadrukt. Zij zijn eerder voorstander van monoculturalisme dan multiculturalisme.’’

Die nieuwe scheidslijn verdeelt de politieke partijen op een heel andere manier. „Je ziet nu in het debat over Europa dat partijen als de PVV en de SP veel gemeen hebben. Ze hebben allebei een meer nationalistische oriëntatie.”

Suggesties dat de aanhangers van de PVV en SP niet goed begrepen hebben wat Europa voor voordelen biedt, vindt hij te makkelijk. „Na het Europese referendum is wel gezegd: we hadden het beter moeten uitleggen. Dat miskent de verschillende belangen die op het spel staan. Voor hoogopgeleiden is europeanisering een zegen. Ze kennen hun talen en hun arbeidsmarkt strekt zich over heel Europa uit. Hun kinderen gaan in heel Europa studeren met behoud van studiebeurs.

Voor laagopgeleiden, en met name degenen die werken in de dienstverlening of met hun handen, biedt europeanisering helemaal geen voordelen. Ze krijgen meer concurrentie op de arbeidsmarkt. Hoogopgeleiden kunnen een Poolse schilder huren om hun huis op te knappen. Laagopgeleiden krijgen een pension met Polen naast hun huis of krijgen, als ze schilder zijn, concurrentie uit Polen. Grote delen van hun soort bedrijvigheid verplaatst zich naar lagelonenlanden in Oost-Europa of Azië. Geen wonder dat ze bezwaar maken. Dat is democratie, belangenstrijd.”

In de ogen van Bovens zijn de PVV en de SP nieuwe volkspartijen. „Ze zijn populistisch in de beschrijvende zin van het woord. Er is sprake van charismatisch leiderschap en er wordt een tegenstelling gecreëerd tussen de elite en het volk. Bovendien wordt gesuggereerd dat er een directe telefoonlijn is tussen de politieke leiding en de mensen in het land, zodat het geen zin heeft daartussen representatieve organen te zetten, omdat die de communicatie kunnen verstoren. Het zijn technieken die ook ooit zijn gebruikt door de traditionele volkspartijen: PvdA, CDA, VVD. ’’

Maar die zijn steeds meer de partij geworden van en voor hoogopgeleiden. Zorgen van laagopgeleiden over europeanisering, immigratie, globalisering „werden weggezet als xenofoob, racistisch, achterhaald”. Die drie partijen konden hun traditionele achterban jarenlang verwaarlozen zonder pijn, omdat er geen concurrentie was. „Zo zijn de noden en wensen van 30 à 40 procent van het electoraat als niet-legitiem opzij gezet.’’

Is het dan niet prettig als hoogopgeleide mensen aan het roer staan? „Het is handig een goede kapitein te hebben. Maar over de bestemming van het schip moet iedereen kunnen meepraten. Kijk naar het Europa van de afgelopen veertig jaar. Dat is bepaald door academici: juristen, professoren en de specialisten in Brussel, Straatsburg en Luxemburg. Daardoor is Europa een richting opgegaan die gunstig is voor hoogopgeleiden.”

In dat opzicht was het referendum over de Europese Grondwet volgens Bovens een mijlpaal. „Europa is gepolitiseerd, uit de technocratische hoek gehaald van juristen en economen. Daarom vind ik de opkomst van de PVV niet per se negatief. Bij een open politieke strijd om Europa telt de stem van de specialist in EU-recht even zwaar als die van de schilder die concurrentie krijgt van de Polen.”

    • Marc Leijendekker