Onderzoek moet aantallen podia bepalen

In deze krant van 20 mei stond op de voorpagina een uitspraak van mij onder de kop ‘Nederland heeft te veel theaters’. Ik was verbaasd te lezen dat ik dat vind.

Om misverstanden te voorkomen, hier nog een keer mijn zienswijze. Gezelschappen en orkesten worden gesubsidieerd door de rijksoverheid. Hier wordt beleid gemaakt en hier verandert regelmatig beleid: andere verdelingsmethodieken, andere speerpunten, enzovoort. Door te analyseren waar die wijzigingen toe leiden, komen we te weten of veranderingen ten positieve of ten nadele werken van de podiumkunsten.

Podia vormen een verantwoordelijkheid van gemeenten. Hier is geen sprake van een overkoepelende visie. Om te kunnen bestuderen hoe we op het gebied van de podia de podiumkunsten en het publiek zo goed mogelijk kunnen dienen, is het nuttig als er initiatieven worden genomen voor andere organisatievormen. Bijvoorbeeld samenwerkingsverbanden tussen podia, specialisatie van podia, regionale aanpak van podia en coöperatievormen. De podia hebben in een onderzoek aangegeven dat er teveel podia met te kleine capaciteiten en kleine verzorgingsgebieden zijn. Daar is ook behoefte om na te denken over andere organisatievormen. En wellicht zijn er juist te weinig gespecialiseerde podia. Of te weinig podia voor grotere verzorgingsgebieden. Hoe meer initiatieven hoe beter, want dan kunnen we meer verschijnselen bestuderen. Pas achteraf kunnen we stellen of het voor het geheel beter is om minder, evenveel of meer theaters te hebben. Niet vooraf.

Cees Langeveld

Bijzonder hoogleraar economie van de podiumkunsten Erasmus Universiteit Rotterdam

De reactie van Hans Onno van den Berg, directeur van de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwen op nrc.n/opinie