Omschoenpunt

Vanaf het terrasje bij de chocoladewinkel konden we de hele brug overzien, dus dan heb je al snel door dat er iets aan de hand is. Althans, bij de eerste vrouw dacht ik nog dat ze gewoon wat aan haar schoen stond te frutten. Maar bij de tweede fluisterde de man bij me „kijk” en toen zag ik het ook: platte afgetrapte schoentjes werden weggestopt en de vrouw in kwestie strompelde hooggehakt verder, aan de arm van een al even strak geklede man.

Onze kant van de brug bleek een omschoenpunt. De ene na de andere vrouw kwam er haar hoge hakken aandoen. Allemaal hadden ze een hoedje op: sommigen een mooie, anderen een die op een ufo leek, of op een op het hoofd neergestorte vogel. Met hoedje, hakken, tas en man tripten ze vervolgens de brug over. Maar één vrouw bleef midden op de brug staan. Ze viel op, met haar hoedje uit één van de genoemde categorieën, en haar te sjieke en te warme pakje. Ze keek steeds op haar horloge.

Pas een dubbele espresso later kwamen er twee mannen in pak aan. Tegen de ene sprak ze nijdig een paar woorden en tikte op haar pols. De ander werd met een hartelijke kus begroet. „Die eerste is haar man”, zei de man bij me. „Daar is ze duidelijk intiem mee.”

Mannen hebben soms de gekste ideeën over relaties. En dat begint al jong. Toen een paar uur later ‘daar komt de bruid’ klonk, stond de brug vol ontwinkeld publiek. In de gracht dreef een bootje met een muzikant, op de kade stond het jonge stel. De muzikant bespeelde knap de ontroering die door de menigte golfde. De bruid was prachtig, de bruidegom was van haar, zij waren van ons. De lucht trilde van vrolijkheid. Naast mij worstelde een jochie van een jaar of zes zich opgewonden tussen de mensen door. Een feest!

Hij keek even – en rende toen meteen weer terug. „Het is helemaal geen feest”, riep hij teleurgesteld naar zijn vader. „Het is een huwelijk!”

In De Theoriefabriek bespreekt Ellen de Bruin elke week al dan niet gangbare theorieën over menselijk gedrag.

    • Ellen de Bruin