Lievens hield van lelijke tronies

Jan Lievens, 'Zelfportret' (omstreeks 1650) This file is supplied for a single use only, and is not to be passed to third parties, or reproduced in any other way without our prior permission in writing. Permission is granted for the following use: NG2864 Jan LIEVENS , 1607 - 1674 Self Portrait Date: about 1638 Medium: Oil on canvas Dimensions: 96.2 x 77 cm Acquisition credit: Presented by Charles Fairfax Murray, 1912 Supplied as Up to A3 sized file to National Gallery of Art, Washington. To be used only for usage related to PLW2853.

Expositie Jan Lievens (1607-1674). Loopbaan van een wonderkind. Museum het Rembrandthuis. T/m 9 augustus. Inlichtingen: www.rembrandthuis.nl****

Wie niet kan lezen maar wel kan kijken en een dezer dagen onvoorbereid het Rembrandthuis binnenloopt, zal denken dat een liefhebber van de 17de eeuw zijn collectie aan het publiek vertoont. Een mooie verzameling, met een aardige variatie in onderwerpen en technieken. Goed aangekocht, al zijn de werken uit het begin van de eeuw aan de theatrale kant.

Wie wel kan lezen, weet dat hij hier te maken heeft met het werk van één kunstenaar, Jan Lievens, die vanaf zijn jeugd als wonderkind werd erkend en altijd in één adem wordt genoemd met Rembrandt. Zowel de Leidse stadsgeschiedschrijver Jan Orlers als Constantijn Huygens hebben de beide kunstenaars al vroeg aangewezen als veelbelovende talenten. Ze hebben gelijk gekregen. Maar Lievens is daarbij in de schaduw van Rembrandt gebleven, al kan je niet volhouden dat hij is miskend. Toen niet en nu niet.

Zijn relatieve onbekendheid is te wijten aan een geringer aantal werken dat van hem bewaard is gebleven en bovendien aan de moeilijkheid om werk aan hem toe te schrijven. En als er dan aandacht bestond voor Lievens, dan ging die naar zijn vroege jaren. Het is daarom een goed idee geweest van de National Gallery in Washington, het Milwaukee Museum of Art en het Rembrandthuis om een tentoonstelling aan Lievens te wijden, waarbij ook zijn latere werk tot zijn recht komt.

Rembrandt en Lievens werkten omstreeks 1630 nauw samen. Er wordt beweerd dat ze een atelier deelden, maar zeker is dat niet. Hun werk is in deze periode nauw verwant in thematiek. Na deze periode scheidden hun wegen. Rembrandt vertrok naar Amsterdam, waar hij de moderne, succesvolle portrettist van de elite werd. Lievens vestigde zich in Londen, waar hij in het milieu van Antony van Dijck verkeerde en opdrachten kreeg van het hof van Karel I. Daar kwam hij los van de schilderkunstige aanpak die zijn leermeesters (Pieter Lastman en vermoedelijk de Utrechtse Caravaggisten) hem hadden bijgebracht.

Hij keerde terug naar het continent en vestigde zich in Antwerpen. Na elf jaar trok hij weer naar het noorden en ging in Den Haag wonen en vervolgens in Amsterdam. Lievens genoot daar gedurende de laatste dertig jaar van zijn leven grote faam en mede dankzij Huygens kreeg hij eervolle opdrachten: voor het hof in Den Haag, voor de Oranjezaal van Huis ten Bosch, voor de keurvorst van Brandenburg en voor het nieuwe stadhuis van Amsterdam.

Later, in Amsterdam, behoorde Lievens evenals Rembrandt ook tot de schilders die portretopdrachten van de elite kregen. Of de twee veel contact hadden, is niet bekend. Lievens overleefde zijn jeugdvriend vijf jaar.

De tentoonstelling in het Rembrandthuis geeft een mooi, geschakeerd beeld van Lievens’ ontwikkeling, de verschillende genres en technieken en zijn vermogen om op heel verschillende formaten te werken. De grote, monumentale opdrachten zijn niet te zien, omdat die nog op de oorspronkelijke vaste plek hangen.

Het vroege werk is interessant, omdat het laat zien hoe vergevorderd Lievens als vijftienjarige knaap al was. Uit die periode hangt een aantal bijbelse taferelen, die vroeger bewondering hebben afgedwongen, maar die nu pathetisch aandoen. Maar al na een paar jaar moet hij hebben ingezien dat een grotere ingetogenheid ook expressieve mogelijkheden bood, zoals te zien is aan een Christus aan het kruis en aan het hoofd van een oude vrouw, een model dat ook Rembrandt heeft gebruikt.

Dat ze dezelfde modellen deelden, is ook te zien aan de opvallend knappe geëtste tronies – Lievens was een uitmuntende graficus. Uit die studies spreekt een voorkeur voor lelijke modellen met haakneuzen, ingevallen monden en rare kinnebakken.

In Antwerpen werd hij beïnvloed door een totaal ander type schilderkunst, onder andere van Adriaen Brouwer, ver weg van de nobele bijbelse en mythologische onderwerpen: tafereeltjes van drinkende, rokende en vechtende boeren in donkere ruimtes en morsige binnenplaatsjes.

Onder Brouwers invloed, die hij ook heeft geportretteerd, schilderde hij landschapjes, die opvallen door hun mysterieus, donker coloriet. Lievens moet de natuur aandachtig hebben bestudeerd. Er hangt een aantal landschapstekeningen, maar vooral de moeite waard zijn enkele meesterlijke houtsneden; een bospartij en een verwaaide knotwilg. Die alleen al zijn een gang naar de expositie waard.

De verrassing van deze tentoonstelling is dat binnen dit brede oeuvre Lievens ook zo veelzijdig was als portrettist. En niet van de minsten. Van zijn hand hangen er getekende, geëtste en geschilderde portretten van Vondel, Descartes, de savante Anna Maria van Schurman, de graaf van Arundel, de zeeheld Maerten Harpertsz Tromp, van predikanten en musici en van een aantal Amsterdamse regenten. Hij gaf ze bij voorkeur weer vanaf het middel. Fijne, geconcentreerde getekende en geëtste portretten, maar ook krachtige, trefzekere schilderijen. Zo hangt er een van zijn vroegste Amsterdamse geschilderde opdrachten, het onlangs geïdentificeerde elegante portret van de burgemeesterszoon Adriaen Trip.

Lievens’ portretten zijn onderling zo afwijkend van pose en expressie dat het haast niet anders kan of de voorgestelde heeft zelf te kennen gegeven hoe hij vereeuwigd wilde worden. De Nederlander Jacob Junius heeft een weinig geflatteerde, doorleefde maar zeer indringende kop. De Engelse aristocraat Robert Kerr straalt weer een heel andere houding uit, die van verheven zelfbewustzijn.

Omstreeks 1650 heeft Lievens zichzelf geportretteerd, flamboyant, tegen de achtergrond van een wat sinister landschap. Hij stond te boek als een nogal hooghartig heerschap en dat valt hieruit goed af te lezen.

Jan Lievens komt op deze tentoonstelling in al zijn veelzijdigheid uitstekend naar voren als schilder, tekenaar en graficus. De tentoonstelling wordt begeleid door een gedegen catalogus en een mooi nummer van Kunstschrift. Dat het Rembrandthuis, dat kort geleden uitvoerig eer bewees aan een tijdgenoot, Adriaen Backer, nu Lievens weer op de kaart heeft gezet, is een prestatie van formaat.

    • Roelof van Gelder