'Korea kostte vijf jaar van m'n leven'

Volleyballer Kay van Dijk (24) is trots dat hij de heftige Zuid-Koreaanse competitie heeft doorstaan. „Ik wil nu prijzen winnen in een grote competitie.”

Kay van Dijk: "Diagonaalspelers zijn gekke spelers." (Foto NRC Handelsblad, Leo van Velzen) Rotterdam, 21-05-09. Kay van Dijk, volleybalinternational. Foto Leo van Velzen NrcHb. Velzen, Leo van

Rotterdam, 26 mei. - Bij het ontwaken kletterde de regen tegen het slaapkamerraam. Maar Kay van Dijk begroette de eerste dag na zijn thuiskomst uit Zuid-Korea met een brede glimlach. Opgelucht over de bevrijding uit de vrijwillige opsluiting in een vreemde cultuur. Niet dat de volleyballer spijt heeft van zijn stap, of wil afgeven op Zuid-Korea. Maar voor een sociaal dier uit Nederland is een militaristisch bestaan na een half jaar wel mooi geweest. Van Dijk werd bij vlagen knettergek van de strakke Zuid-Koreaanse aanpak en piekerde er niet over zijn tweejarig contract bij LIG Greaters uit te dienen. De club ging uiteindelijk akkoord met ontbinding. „We zijn er, zoals dat heet, in goed overleg uitgekomen”, grijnst de 2,14 meter lange international.

Met afkeer denkt hij terug aan de strakke dagindeling bij LIG Greaters. Half zeven op, ochtendloopje, ontbijten, even rusten en om half tien trainen. Na de lunch rusten, van drie tot zes trainen, diner, weer even rusten, daarna ‘fysio’ en om tien uur terug op je kamer. „Nou, dan had je het wel gehad”, verzucht Van Dijk, die alleen op zondag na lunchtijd vrij was. Verder verbleef hij op een sportcomplex in Suwon – een half uur rijden van de hoofdstad Seoul – waar de selectie was geïnterneerd.

Volleyballen bij LIG Greaters was volgens Van Dijk als het Zuid-Koreaanse leven: werken, werken en nog eens werken om veel geld te verdienen. Hij heeft zich aan dat regiem onderworpen en is er financieel beter van geworden, maar het was eens maar nooit weer. „Gevoelsmatig heeft het vijf jaar van mijn leven gekost, zo heftig was het. Maar ik ben ook heel trots dat ik het heb volgehouden.”

Maar koos Van Dijk dan voor Zuid-Korea? „Ik was nog maar 23, mijn relatie was voorbij en ik wilde wat anders. Nadat een gesprek met de Italiaanse club Piacenza op niets was uitgelopen, koos ik voor het avontuur. De Aziatische wereld trok me. En ik zou als volleyballer veel ballen krijgen, dat was een aanlokkelijk vooruitzicht. Elke club mag één buitenlander aantrekken, maar van hem wordt veel verwacht. Je moet het maken, anders staan ze bij je op de stoep. Met die druk wilde ik leren omgaan.”

Van Dijk belandde in een merkwaardige wereld, met trainingen in een ondergrondse sporthal, wedstrijden voor tienduizend enthousiaste toeschouwers en na afloop gillende meisjes en vrouwen die spelers onder cadeaus bedolven. Lachend: „Naast geurtjes kreeg ik veel eten uit Europa, vooral Belgische wafels. Vindt-ie lekker, dachten ze schijnbaar. Maar er waren ook spelers die amper de bus in konden komen, zo vol zat hun tas. Met wat? Geurtjes natuurlijk, maar ook met schoenen en gouden kettingen, je kon het zo gek niet bedenken.”

Die entourage sprak de publieksspeler Van Dijk aan. Maar het was onorthodox dat LIG Greaters de thuisduels speelde in Gumi, op tweeënhalf uur rijden van Suwon. Niet één uitwedstrijd was verder weg. Sterker, de dichtstbijzijnde was op vijf minuten lopen van het complex waar Van Dijk woonde. De speler: „De reden ken ik niet, maar de hal in Suwon was bezet door een ander team. Wij weken voor de wedstrijden uit naar Gumi, omdat in die stad een hoofdkantoor van de hoofdsponsor is gevestigd.”

Van Dijks grootste angst in Zuid-Korea was om door het zware programma geblesseerd te raken. De competitie bestond uit zes ploegen die zeven keer tegen elkaar speelden. En tussen de 35 wedstrijden werd keihard doorgetraind. Een hersteltraining na een wedstrijddag was er niet bij. Dan was het heel gewoon om een kracht- en baltraining te combineren met vier kilometer hardlopen.

Vooral die duurlopen verafschuwde Van Dijk. Vol weerzin: „Dat sloeg helemaal nergens op. Je hebt er als volleyballer geen profijt van en lange mensen levert het klachten op. Mijn knieën hadden behoorlijk te lijden. Gelukkig had ik een maand vrij voordat de training van het Nederlands team begon. Kon ik de schade herstellen. Nee, ik ben geen man voor oogkleppen, dat is me wel duidelijk geworden. ‘Zuid-Korea’ is niet mijn stiel; ik ben er niet gelukkiger geworden. De faciliteiten in dat land zijn goed, maar ze vergeten één ding: op tijd rusten.”

Terug in Nederland, bij de nationale ploeg voelt het verblijf bijna als een zomerkamp. Eindelijk kan Van Dijk weer ballen met vrienden en wordt tijdens de training weer gelachen. Hij had het gemist, de humor, de gekke maniertjes. En zelfs de concurrentiestrijd die Van Dijk moet aangaan. 118 interlands verschaffen de diagonaalspeler niet de zekerheid van een basisplaats nu Niels Klapwijk en Wytze Kooistra zich sterk hebben ontwikkeld. Hij beseft dat. „Ik zal hard moeten werken om mijn plekje te veroveren.”

Hoe serieus Van Dijk zijn sport ook benadert, hij zal altijd iets laconieks houden. Dat is zijn karakter, maar ook exemplarisch voor de diagonaalspeler, tevens de ‘vuilnisman’ van wie de oplossing in noodsituaties wordt verwacht. Die taak vereist een zeker relativeringsvermogen, wat ook kenmerkend was voor Olof van der Meulen en Richard Schuil, Van Dijks voorgangers bij het Nederlands team. „Ik heb van beiden iets”, antwoordt Van Dijk als hem naar parallellen wordt gevraagd. „Ik heb de power van Van der Meulen en dat pielerige van Schuil. En net als die twee houd ik van maf doen.” Lachend: „Ja, diagonaalspelers zijn gekke spelers, die conclusie mag je wel trekken.”

En dan weer serieus: „Ik zet me ook net als hen gemakkelijk over de teleurstelling van een gemist punt heen. Eveneens typerend voor de diagonaalspeler. Dat leer je wel na een serie waardeloze set-ups. De beste houding is: ik zie wel waar het schip strandt. Maar als het goed gaat, is er niets mooier dan de bal tegen de grond rossen.”

Van Dijk is ondanks zijn losse houding een serieuze, ambitieuze sportman. Stellig: „Anders stond ik niet in de zaal en was ik niet gestopt met mijn studie fysiotherapie. Dan had ik nu genoten van een mooi studentenleven en was ik er ook wel gekomen. Voor alles wat ik heb bereikt, heb ik knetterhard gewerkt. En nu wil ik naar EK’s, WK’s en de Spelen. Of de finales van de play-offs in een grote competitie. Als er maar druk op staat en de entourage inspirerend is, dan vind ik ’t helemaal geweldig. Op zo’n moment wil ik een van de beste spelers ter wereld zijn.”

Van Dijk wil ook veel geld verdienen, daarover laat hij geen misverstand bestaan. Zonder gêne noemt hij zich „een goede kapitalist”. Met een twinkeling in zijn ogen: „Alles in de wereld draait om geld, toch? Ja, in dat opzicht was Zuid-Korea een goede keus. Ik heb er goed verdiend, daar draai ik niet omheen. En als beloning voor die zware tijd heb ik mezelf een mooie tweedehands BMW uit de vijfserie cadeau gedaan. Niet om de patser uit te hangen, maar puur als liefhebber. Ik houd van mooie auto’s. De rest van het geld staat keurig op de bank. Voor later.”

De zomerperiode bij de Nederlandse ploeg wordt belangrijk voor Van Dijk. Sportief vanwege de de hoog aangeschreven World League volgende maand en in september het EK in Turkije. Maar ook voor hem persoonlijk, omdat de diagonaalspeler op zoek is naar een nieuwe club. Na SSS, Zwolle en Omniworld in Nederland, Maaseik in België en LIG Greaters is Van Dijk toe aan de stap naar Italië of Rusland. „En mijn volgende doel is in zo’n sterke competitie een grote speler worden. Daarom heb ik voor een fulltime bestaan als volleyballer gekozen.”

In recordinternational Peter Blangé heeft Van Dijk een inspirerende bondscoach. Maar ook een man die hem de harde, compromisloze keerzijde van topsport leerde kennen. Twee seizoenen ontbrak Van Dijk in de nationale selectie. Eerst omdat Blangé hem passeerde, daarna omdat de speler zelf bedankte. Sinds Van Dijks terugkeer in 2007 en na enkele goede gesprekken is de werkrelatie hersteld. „Wat mij overkwam, is meer spelers gebeurd. En niemand is er minder van geworden. Uiteindelijk wilde Blangé mij terug en ik wilde ik weer graag voor het Nederlands team spelen. We hebben de problemen uitgesproken en ik koester geen wrok. We hebben beiden van het conflict geleerd.”

    • Henk Stouwdam