Hogere drempel voor Europa

Tweede Kamerlid Kees van der Staaij wil een grotere meerderheid in de Kamer als het gaat om Europese Verdragen. De Kamer praat er vanavond over.

„Een probleem agenderen en een oplossing suggereren.” Zo vat het Tweede Kamerlid Kees van der Staaij (SGP) zijn initiatiefwet samen waarover de Kamer vanavond praat. Kern van het voorstel is om Europese Verdragen, niet zoals gebruikelijk bij wetsvoorstellen met de helft plus één stem aan te laten nemen, maar met een meerderheid van minimaal twee derde. Er zijn dus veel meer voorstemmen nodig om een voorstel aanvaard te krijgen.

De argumentatie van Van der Staaij is dat Europese verdragen vaak dermate verstrekkend zijn dat een gewone meerderheid niet volstaat. Het grote voorbeeld is het Verdrag voor een Europese Grondwet dat in 2005 onder andere in Nederland tot grote commotie leidde. Dit verdrag, bedoeld om de bestuurlijke structuur van de Europese Unie doelmatiger en democratischer te maken kon in de Tweede Kamer op een ruime meerderheid rekenen. Maar omdat dit verdrag volgens de Raad van State „grondwettelijke” aspecten bevatte was er veel voor te zeggen om de bevolking zich erover uit te laten spreken door middel van een referendum. De Europese Grondwet werd vervolgens in dat referendum met een ruime meerderheid afgewezen.

Volgens Van der Staaij is zijn initiatiefwet „een antwoord” op het referendum van destijds. Principieel heeft zijn partij altijd moeite gehad met volksraadplegingen. Maar wat te doen met voorstellen die weer niet zo ingrijpend zijn dat daarvoor de Grondwet moet worden veranderd? Bij grondwetswijzigingen geldt de regel dat zowel de Tweede als de Eerste Kamer zich er twee keer over moeten uitlaten. De tweede behandeling vindt in beide Kamers pas plaats na verkiezingen. Bij de tweede behandeling is bovendien een meerderheid van tweederde vereist.

Van der Staaij noemt het een „fundamentele onevenwichtigheid in het constitutionele stelsel” dat bij wijziging van Europese verdragen de helft plus één voldoende is. „Het gaat vaak wel om het overdragen van bevoegdheden”, zegt hij. „Voorstellen die een grotere impact hebben dan veel grondwetswijzigingen.” Zelf betitelt hij zijn voorstel als „vrij bescheiden” en „eenvoudig uitvoerbaar”. In andere landen bestaan volgens hem vaak ook ‘verzwaarde’ procedures als het Europese verdragen betreft.

Een voorbeeld van een Europese verdragswijziging die de Tweede Kamer recentelijk aanvaardde is de uitbreiding van de Europese Unie met Bulgarije en Roemenië. Het voorstel kreeg een meerderheid hoewel regeringspartij het CDA zich er tegen keerde. Volgens de ‘tweederde’-regel zou de Kamer niet akkoord zijn gegaan met de uitbreiding. En aangezien de EU over dit soort zaken met de instemming van alle landen moet beslissen zouden beide landen geen lid zijn geworden.

    • Mark Kranenburg