Het eten in het paradijs

Misschien is het iets heel geks om te zeggen. Voor iemand die van eten houdt. Maar ik ga het toch maar zeggen: ik vind het Griekse eten zo lekker.

Iedereen die naar Griekenland gaat weet altijd te rapporteren dat er eetmatig niets te beleven is. Ze trekken een lang gezicht en zeggen: souvlaki. Of: moussaka. En afwisseling is er ook al niet bij. Almaar Griekse salade.

Je ziet inderdaad toeristen vaak allemaal een eigen Griekse salade bestellen. Staan er vier van die borden met in grote hompen gesneden tomaten op tafel en iedereen moet zich daardoorheen werken. Daar word je niet vrolijk van, dat begrijp ik ook wel. Maar zo moet je het ook niet doen. Het Griekse eten is juist zo fijn omdat je géén porties hoeft te bestellen. Je bestelt gewoon waar je zin in hebt, of dat nu groot of klein is, een voorafje of iets dat op een hoofdgerecht lijkt, één hoofdgerecht voor vier mensen of twaalf kleine schoteltjes. Alles is best.

Als je ergens aan zee zit en je denkt: a little something zou er wel in gaan, dan kun je altijd, ongeacht de tijd van de dag, iets bestellen. Bijvoorbeeld een schaaltje met courgettekroketjes. Die hebben ze bijna overal (kolokithokeftédes heten ze) en ze zijn bijna overal heerlijk. En, vind ik, helemaal niet onverfijnd.

Als je meer trek hebt bestel je ook een schotel met visjes – sardines, ansjovis, spiering – kleine visjes zijn in Griekenland niet duur, grote kosten een vermogen merkwaardig genoeg, ook al zie je ze ongeveer voor je neus uit zee opgehaald worden. Dat komt misschien doordat de vissersboten maar klein zijn. Die vis is trouwens best een centje waard, want echt vers. Buiten Griekenland heb ik nooit zulke lekkere verse vis gegeten, ja één keer, een gebakken scharretje op de Vismarkt in Wieringen.

In restaurant Het Paradijs, waar we zeer geregeld aan te treffen waren, zat men heel verrukkelijk onder een tamarisk op het strand en keek uit over zee, intussen in de salade prikkend (en er gaat weinig boven goede tomaat met olijfolie, feta en oregano), een visje met kop en al opvretend, kannetje wijn erbij. Dan viel het niet moeilijk om álles, het hele leven en zeker niet in de laatste plaats het eten, buitengewoon geslaagd te vinden.

Ze maakten er ook die courgettekroketjes en de hunne waren uitzonderlijk geslaagd. Dus het recept gevraagd. Geen probleem! Dat krijgt u! Het recept bestond uit een lijstje ingrediënten. Dat is wel vaker zo in Griekenland, al dat beschrijven van hakken, roeren en bakken lijkt men er rijkelijk overbodig te vinden. Toch nog maar wat extra inlichtingen ingewonnen.

Rasp de courgette echt fijn, hoe dunner de sliertjes hoe beter. Doe die in een vergiet, leg er een gewicht op en laat in de koelkast een dag uitlekken. Knijp ze nog eens goed uit en vermeng ze met de andere ingrediënten plus peper en zout. Gebruik zoveel meel als nodig lijkt, dus tot het geheel samenhangend is. Vorm balletjes of schijfjes van het mengsel en bebloem ze. Verhit een flinke plons olie in een koekenpan en bak de keftedes. Even op keukenpapier laten uitlekken en klaar.

Ze smaken heel goed bij retsina. En bij een vakantiegevoel. Maar dat bezorgen ze zelf ook.

    • Marjoleine de Vos