Eerste nationaal park Afghanistan

Afghanistan heeft voor het eerst een nationaal park. De provincie Bamiyan, waar vroeger de boeddhabeelden stonden, wil niet wachten op het einde van de oorlog.

De bergmeren zijn het belangrijkste kenmerk van het park. (Foto AP) Band-e-Amir is seen in this undated photo in Bamiyan province of Afghanistan. A cascading collection of deep-blue high-mountain lakes became Afghanistan's first provisional national park Wednesday, as the violence-plagued nation took a big first step toward protecting one of its finest natural treasures. (AP Photo) Associated Press

„Toen mijn grootvader nog regeerde reisden de mensen duizenden kilometers voor de frisse lucht van Kabul. Maar als je daar nu inademt vullen je longen zich met gif.” Dat zegt Mustafa Zahir, kleinzoon van Zahir Shah, de twee jaar geleden gestorven koning van Afghanistan. De prins kijkt met weemoed terug naar de welvaart uit het verleden, maar zegt ook met hoop naar de toekomst van zijn land uit te zien. Die hoop uitte hij onlangs toen hij de meren van Band-e-Amir tot het eerste nationaal park van Afghanistan uit te roepen. Mustafa Zahir is hoofd van de Nationale Milieubeschermingsdienst.

De verklaring moet nog goedgekeurd worden door het parlement, maar markeert een belangrijke stap: het is de eerste aanzet tot bescherming van de Afghaanse biodiversiteit, die ondanks de aanzienlijke verliezen tijdens de dertig jaar oorlog nog altijd groot is. Dit signaleert ook de gedachte dat de ontwikkeling van regio’s en sectoren niet pas hoeft te beginnen na het einde van de oorlog. Voor de arme provincie Bamiyan, waarin Band-e-Amir ligt, is het erkenning voor de pogingen om zich op eigen kracht omhoog te werken en zich niet te laten tegenhouden door de algemeen geldende indruk dat het land door het geweld beter vermeden kan worden.

In haar kantoor in de stad Bamiyan zet gouverneur Habiba Sarobi, de enige vrouwelijke gouverneur van Afghanistan, met durf en vastberadenheid haar eigen koers uiteen. Ze is ervan overtuigd dat haar provincie niet de luxe heeft om te wachten tot er in heel Afghanistan vrede is. Ze werkt aan voorstellen voor een nieuw vliegveld waardoor er hopelijk meer toeristen komen naar Band-e-Amir en de Bamiyan-vallei. UNESCO heeft de vallei, waar vroeger de enorme boeddhabeelden stonden die door de Talibaan zijn opgeblazen, op de Werelderfgoedlijst geplaatst.

Bamiyan ligt in de ontoegankelijke hooglanden van Centraal-Afghanistan en heeft de toeristen hard nodig. Ondanks de sombere voorspellingen van toenemend geweld in de nabije toekomst is de provincie een eco-toerismeproject ter waarde van 1,2 miljoen dollar begonnen. „We moeten zeker weten dat we er klaar voor zijn als de toeristen er klaar voor zijn”, zegt Amir Foladi, projectleider namens het Aga Khan Development Network.

Bamiyan trekt al het grootste deel van de Afghaanse en buitenlandse toeristen. Die laatste groep bestaat vooral uit hulpverleners. Voor Afghanen is niet alleen het spectaculaire landschap met de herlderblauwe en -groene meren en steile rotswanden een reden voor een bezoek. Zij komen ook wegens het verhaal dat de meren van Band-e-Amir werden aangelegd door Hazrat Ali, schoonzoon van de profeet, toen hij vocht tegen een roofzuchtige koning.

Peter Smallwood, directeur van de Wildlife Conservation Society in Afghanistan die probeert de Afghaanse biodiversiteit te documenteren en beschermen, noemt Band-e-Amir „een spektakel van wereldklasse”. Volgens hem zijn er nergens ter wereld zulke grote travertijnen (een soort kalksteen) dammen als in het park. Voor het eerst sinds de oorlog begon, zegt hij, zijn er weer meer flamingo’s in Afghanistan. Ook worden er meer Siberische kraanvogels gezien, een wereldwijd bedreigde soort. „Als er ooit vrede komt in Afghanistan, zullen er vast veel toeristen naar Band-e-Amir komen.”

    • Aunohita Mojumdar