Een complimentje van John Lennon

In de jaren zeventig moest ik niets hebben van The Carpenters. Een plastic ogende Amerikaanse broer en zus die zoetgevooisde liedjes zongen, nee, dat was echt te weinig rock-’n-roll. Maar de stem van Karen Carpenter, niet van de radio weg te slaan, die was wel bijzonder, dat moest ik toegeven.

In 1983 kwam een einde aan het duo, toen Karen, 32 jaar oud, overleed aan een hartstilstand. Later zou blijken dat haar dood een complicatie was van een toen nog niet erg bekende psychische aandoening, anorexia nervosa.

Vier jaar later maakte Todd Haynes Superstar: The Karen Carpenter Story, een campy filmbiografie, waarin alle rollen werden vertolkt door barbiepoppen. The Carpenters evolueerden tot culthelden, ironische rolmodellen van maatschappelijke buitenstaanders, onder wie vooral homoseksuelen.

Weer twintig jaar later, in 2007, maakte Samantha Peters de documentaire Only Yesterday: The Carpenters’ Story, die gisteren op BBC2 te zien was. Het was het laatste duwtje om me alsnog tot fan te bekeren. Ik bevind me in goed gezelschap, want uit de film blijkt dat Karen ooit in een restaurant werd aangesproken door John Lennon met de woorden: „Schat, je hebt een fantastische stem!”. Ze was ervan overtuigd dat hij haar in de maling nam, al was het maar omdat in 1969 de eerste single van The Carpenters een slome versie van de Beatleshit Ticket to Ride was geweest.

Richard Carpenter, een heer van zestig in een mosgroene en donkerpaarse pullover voor een wand met gouden platen, vertelt honderduit: over zijn fascinatie als kind voor het duo Les Paul en Mary Ford met hun echo-effecten, over zijn rol op de achtergrond als arrangeur en componist, over zijn eigen vroegere verslaving aan slaapmiddelen.

Eerst was Karen drummer van het Richard Carpenter Trio. Hij drong erop aan dat ze zou gaan zingen. Aanvankelijk tegen haar wil. Een vriendin van Karen vertelt dat haar stem zonder microfoon niet veel voorstelde. Versterkt werd het echter een vorm van fluwelen betovering, met een soul die grotere geheimen suggereerde dan alleen maar onzekerheid. De naam van countryzangeres Patsy Cline (1932-1963) valt en ik dacht even aan Judy Garland, ook permanent gepijnigd door gewichtsproblemen.

De aard van Karens geheimen wordt niet echt onthuld in de documentaire. We hoeven het ook niet te weten, dat ongelukkige huwelijk met een gladde vastgoedhandelaar en dat ongemak met de sterstatus, om ons te kunnen laven aan het merkwaardige fenomeen van een blakend imago van appeltaartkoningin in combinatie met een schrijnend mooie treurigheid. For All We Know.