Budgetrecht in crisis

Minister Bos (Financiën, PvdA) komt de twijfelachtige eer toe op Prinsjesdag 2008 een van de minst kloppende rijksbegrotingen uit de geschiedenis te hebben ingediend. Dat zou hem te verwijten zijn, ware het niet dat de wereld werd overspoeld door een kredietcrisis die vrijwel niemand, dus ook Bos niet, in die mate had voorzien.

Omdat de voortekenen van die mondiale crisis niettemin al zichtbaar waren toen het kabinet de stukken voor die derde dinsdag in september vaststelde, blijft ook met terugwerkende kracht de optimistische toon verbazen die de minister in grote delen van zijn Miljoenennota liet doorklinken.

De feiten zijn nu dat de staatsschuld, die toen net naar een historisch laag niveau was gedaald, met 90 miljard is gestegen. Het financieringsoverschot is omgeslagen in een tekort, de economie krimpt en de werkloosheid stijgt. Kortom: de prognoses die 18 september 2008 naar de Staten-Generaal werden gestuurd, bleken al snel niet te kloppen.

Het zou een thema kunnen zijn voor het debat dat de Tweede Kamer donderdag houdt over de ‘Verantwoordingsbrief 2009’, waarin het kabinet zich uitspreekt over de resultaten die het in 2008 en daarvoor heeft geboekt. Het kabinet heeft zelf weliswaar geconstateerd dat het met de uitvoering van zijn beleidsprogramma behoorlijk op koers ligt, maar het oordeel daarover is uiteraard eerder aan de Kamer.

De Algemene Rekenkamer heeft vastgesteld dat de financiële verantwoording bij het Rijk in 28 jaarverslagen grotendeels op orde is: de rechtmatigheid van uitgaven is „van hoog niveau”. Al zijn er onder verantwoording van vier ministers ook jaarverslagen verschenen die niet aan de eisen van rechtmatigheid voldoen. Dat mogen zij zich aantrekken.

Ook blijft er onder meer een probleem bestaan met het niet naleven door ministeries van Europese aanbestedingsregels. De hardnekkigheid daarvan is dermate dat het geen kwaad kan om, in Europees verband, naar de complexiteit en praktische toepasbaarheid van die regels te kijken.

Tot de ministers van wie het jaarverslag formeel niet aan de eisen voldeed, behoort Bos. Juist voor een minister van Financiën is dat opmerkelijk. Maar ook hier geldt: het was (vooral) de schuld van de kredietcrisis. Die noopte Bos ertoe om, zonder de wettelijk verplichte goedkeuring vooraf van de Tweede Kamer, vorig najaar 23,3 miljard euro te besteden aan de overname van ABN Amro en Fortis.

Dat bedrag, dat 10 procent van alle rijksuitgaven in 2008 beloopt, is dus strikt genomen onrechtmatig uitgegeven. Net als eerder de Tweede Kamer toont de Rekenkamer begrip voor deze noodingrepen. Maar er zijn twee lessen te trekken: bij een echte financiële crisis verliest de rijksbegroting in razend tempo haar waarde en bij de aanpak van zo’n crisis ontstaat er een democratisch tekort.

Op de dag waarop het kabinet zich in de Tweede Kamer voor zijn uitgaven moet verantwoorden, zou dat geen verkeerd gespreksonderwerp zijn.