Belasting ontduiken bestraft als fraude

Nederland kent al geruime tijd een ‘inkeerregeling’ voor zwarte spaarders. Maar wie zich niet meldt en tóch gesnapt wordt, kan hoge boetes verwachten.

De fiscus speurt zelf maar weinig zwartgeldbezitters met Luxemburgse of Zwitserse nummerrekeningen op. De strijd tegen zwart geld van staatssecretaris Jan Kees de Jager (Financiën, CDA), drijft op een combinatie van dreigen en paaien. Dat laatste met een ongekend ruime permanente amnestieregeling, de inkeerregeling. Het dreigen gebeurt met draconische straffen, die de Tweede Kamer morgen met de staatssecretaris bespreekt.

Het verstoppen van geld op nummerrekeningen in Luxemburg of Zwitserland is pas illegaal als spaarders de belastingheffing over de opbrengst ontduiken. De fiscus hanteert een opbrengst van 4 procent van het vermogen, ongeacht het werkelijke rendement. Daarover geldt een belastingtarief van 30 procent. Deze vermogensrendementsheffing geldt overigens voor al het vermogen, in binnen- en buitenland. Vermogen valt in box 3 van de inkomstenbelasting. Een vermogen van 100.000 euro levert een fiscaal inkomen op van 4.000 euro. Belast tegen 30 procent, komt dat neer op een belastingafdracht van 1.200 euro.

Spaarders en beleggers moeten dat per jaar betalen, maar bij buitenlandse rekeningen mag de fiscus ontdoken belasting nog twaalf jaar lang naheffen. In het voorbeeld twaalf maal 1.200 euro, dus 14.400 euro. Voor binnenlandse rekeningen geldt een naheffingstermijn van maximaal vijf jaar, in dit geval dus 6.000 euro.

Daar blijft het bij voor iemand die de belastingontduiking zelf bij de belastinginspecteur meldt. Nederland kent volledige amnestie voor berouwvolle belastingontduikers. Mocht de fiscus een fraudeur door eigen speurwerk op het spoor komen, dan vervalt deze inkeerregeling. Als straf kan de inspecteur het belastingbedrag dan verdubbelen.

De Jager wil die boete voor box 3-ontduiking nu optrekken van 100 procent van het ontdoken belastingbedrag naar 300 procent. Het doet er niet toe of het gaat om Nederlands of buitenlands vermogen. In het voorbeeld incasseert de fiscus bij een verzwegen inkomen van 4.000 euro tegen het tarief van 30 procent 1.200 euro aan ‘normale’ belasting. Daarop komt straks maximaal 300 procent boete dus 3.600 euro. Samen is dat 4.800 euro – meer dan de inkomsten zelf. Dat is een draconische maatregel, zonder enig precedent in de belastingwetgeving.

De staatssecretaris kijkt niet naar het verzwegen inkomen, maar naar het verborgen vermogen. Hij zet de boete van 3.600 euro dus af tegen het vermogen van 100.000 euro. Dat lijkt terughoudend, maar als het om buitenlands vermogen met de lange navorderingstermijn gaat, kan de boete flink oplopen: twaalf jaar achterstallige belasting plus twaalf jaar boete. Dat komt bij elkaar neer op driekwart van het vermogen.

Nederland is niet het enige land dat werk maakt van het aanpakken van vermogen in belastingparadijzen als Liechtenstein en Zwitserland. Op Europese schaal wordt de druk op deze landen opgevoerd om hun belastinggeheim op te heffen. Dat valt goed in de Kamer: die heeft een afkeer van de ‘graaicultuur’ waarin toch al vermogende Nederlanders de samenleving ook nog benadelen door zich te onttrekken aan belastingheffing.

Met gevoel voor timing lanceerde De Jager zijn strafverhoging vorige maand in het televisieprogramma Buitenhof. De strafverhoging moest op 1 januari 2010 ingaan. De zaak kwam in de Tweede Kamer in een stroomversnelling via een-tweetje met partijgenoot Pieter Omtzigt. Hij en De Jager willen de strafverhoging via een bekort wetgevingstraject eind volgende maand al laten ingaan. Morgen behandelt de Tweede Kamer het wetsvoorstel.

Verblufte fiscale juristen, waaronder die van de Raad van State, wijzen er op dat de staatssecretaris en de Kamer in hun scoringsdrift het hele stelsel van boetes voor financiële en economische delicten in de war gooien. De verhoudingen zijn in hun ogen zoek als het verstoppen van geld opeens drie keer zo erg is als welk ander fiscaal vergrijp dan ook. Ook het evenwicht met straffen voor andere witteboordencriminaliteit raakt verstoord. De verdriedubbeling van de straf is zo uniek dat het onvoorspelbaar is hoe de rechter daarop gaat reageren. Juristen voorzien een rechterlijke afstraffing van de staatssecretaris vanwege schending van het gelijkheidsbeginsel. Aan de andere kant staat het primaat van de politiek om aan te geven welke vergrijpen zij het ergst vindt. Waarschijnlijk wordt het verbergen van spaargeld voortaan dus als topfraude bestraft.