Beheersing Nederlands cruciaal bij aardrijkskunde

Het onderwijsniveau daalt de laatste jaren, zegt de minister. De examentijd is hét moment om de balans op te maken. Vandaag het vak aardrijkskunde op de havo.

Michel Otter deed zelf havo-eindexamen in 1996. Voor aardrijkskunde weet hij zijn cijfer niet meer precies. Hij vermoedt een 7. (Foto Eric Brinkhorst) Hengelo 24-5-2009 Michiel Otter / montessori onderwijs / ©foto eric brinkhorst Brinkhorst, Eric

Op diverse plaatsen in het land kwamen leerlingen vanochtend te laat voor de examens, door de weersomstandigheden. De leerlingen mochten er iets langer over doen.

In Hengelo hadden ze daar geen last van. Zo hadden alle havisten van het Montessori College Twente het aardrijkskunde-examen op tijd af, zegt hun leraar Michel Otter. „Het examen was ook goed te doen. Er zaten vrij veel echte kennisvragen in. Als je had geleerd, kon je het goed maken.”

Het examenniveau van de afgelopen decennia kan Otter niet goed beoordelen. Hij is tenslotte „nog maar dertig”. Maar de laatste tijd ligt het niveau van het aardrijkskunde-examen „erg hoog”, zegt hij. Misschien wel een beetje te hoog. Zijn leerlingen willen nog weleens struikelen over het taalniveau van de vragen.

Daarmee raakt Otter aan een fundamentele kwestie. Aardrijkskundige prestaties zijn niet te behalen zonder een goede beheersing van het Nederlands, net zo min als geschiedkundige of juridische prestaties.

Dit jaar viel het Otter mee. Het probleem, zegt hij, zit vaak in vragen die op meer dan één manier kunnen worden begrepen. Deze keer was het een „net examen”.

Waar Otters leerlingen normaliter moeite mee hebben, is de terminologie. Hij geeft een voorbeeld: „Noem twee demografische oorzaken van het hoge urbanisatietempo van steden in ontwikkelingslanden.” Met een „iets simpeler formulering” komen de leerlingen een stuk verder, zegt Otter. „Uit gesprekken blijkt dat ze de stof prima begrijpen. Ze raken de weg kwijt door de taal.”

Otter twijfelt. Aan de ene kant, zegt hij, zou de taal wat eenvoudiger mogen. „Maar aan de andere kant wordt er op het hbo ook een hoog taalniveau verwacht van de studenten die havo hebben gedaan.”

Spel- en grammaticafouten in de antwoorden op alle andere examens dan Nederlands leveren al jaren geen puntenaftrek meer op. Dat is op het Montessori College Twente niet anders. Maar ze doen er wel aan „vakoverstijgende projecten”, zegt Otter. „Bijvoorbeeld een samenwerking tussen aardrijkskunde en Nederlands. Dan toetsen we ook bij aardrijkskunde op spelling en grammatica.”

Leerlingen moeten goed formuleren, zegt Otter. „Laat ze er al vanaf de eerste klas aan wennen dat dat van hen wordt gevraagd. Dat geldt ook voor lezen. Als je een vraag niet zorgvuldig leest, kun je ook geen goed antwoord geven.”

Een „goede vraag” van dit jaar was vraag 6, over de Ecuadoriaanse vulkaan Antisana. De leerlingen moesten beredeneren waarom de ijskap op de oostzijde van de berg omvangrijker is dan de kap op de westzijde. Otter: „Typisch een vraag waarbij het loont als je goed hebt geleerd. Het antwoord is dat de vulkaan vlak ten oosten ligt van de Stille Oceaan, waar de zeestroom voor de kust van Ecuador relatief warm is. Dat leidt dus tot minder ijsvorming aan de westzijde ten opzichte van de oostzijde.

Als de havist eenmaal is geslaagd, blijkt het vak aardrijkskunde „nooit verplicht, maar wel vaak handig” in het hoger beroepsonderwijs. Ja, Otter kent de nadelen daarvan. „Het is helaas een vak dat geregeld als laatste wordt gekozen, bijvoorbeeld omdat een leerling nog wat moest.”

Op het hbo kun je, met aardrijkskunde als havo-eindexamenvak, natuurlijk de lerarenopleiding aardrijkskunde volgen. Maar je kunt ook de „toeristische hoek” in, of planologie studeren, of journalistiek. Of je gaat verder op de universiteit, met sociale geografie als meest aardrijkskundige studie.

Sinds kort is aardrijkskunde geen verplicht vak meer voor leerlingen met het profiel ‘Cultuur en Maatschappij’. Je kunt het wel in elk profiel als keuzevak nemen. Otter: „Eerst vond ik dat een verslechtering. Maar ik merk dat het nu toch vrij veel wordt gekozen, ook door bètaleerlingen.” Op een onderdeel als fysische geografie, dat handelt over de natuurkundige processen die landschappen hebben gevormd, scoren de bèta’s vaak zelfs beter.

Leerlingen bloggen op nrc.nl/eindexamen

    • Derk Walters