'Bedrijven buiten de verschillen tussen landen uit'

Lang streed Ieke van den Burg voor een groter toezicht op de financiële sector. Maar het geloof in de vrije markt en populistisch geschop tegen Europa hadden de overhand. Tot de crisis begon.

Het Europees Parlement in Straatsburg tijdens een debat over de economische crisis op 11 maart. Foto Reuters General view of the European Parliament's plenary room during a debate on the economic crisis in Strasbourg March 11, 2009. REUTERS/Vincent Kessler (FRANCE POLITICS) REUTERS

Jarenlang heeft europarlementariër Ieke van den Burg (PvdA) geroepen dat banken en financiële instellingen beter gereguleerd moesten worden. Jarenlang hield de centrum-rechtse meerderheid in het parlement dit tegen. Nu die er ook eindelijk van overtuigd is dat betere regulering en supervisie nodig zijn, verlaat Van den Burg (57) het parlement.

Of het nu gaat om verantwoord beleggen, privatisering of de toekomst van de pensioenen: de politiek is haar te populistisch geworden. Ze verafschuwt het negativisme over Europa, waarbij vorm belangrijker is dan inhoud – „ook in mijn partij”. „Dat het vrijemarktdenken overheerst binnen de Europese Unie, moeten de socialisten ook zichzelf verwijten. We hebben teveel kritiek gespuid op de Europese liberalen en te weinig gevochten voor beter sociaal beleid.”

Als een van de weinige socialisten bouwde Van den Burg, afkomstig uit de vakbeweging, een financieel-economisch specialisme op in het Europees Parlement. Zij weet alles van interne markt, hedgefondsen en euro. EU-ministers van Financiën hebben net een wet aangenomen die kredietbeoordelaars aan banden legt. Veel bepalingen daarin komen rechtstreeks uit een voorstel dat Van den Burg vóór de crisis samen met een Deense collega schreef. Een mooier cadeau kan een vertrekkend Europarlementariër niet krijgen – de meesten zwaaien voor minder af.

Bent u trots? Uw voorstellen werden vorig jaar nog weggehoond.

„Ja, maar het irriteert me ook dat veel mensen zich niet eerder door deskundigheid lieten overtuigen.”

Heeft u een voorbeeld?

„Wij zeiden in het parlement meermalen tegen [Jean-Claude] Trichet, president van de Europese Centrale Bank: ‘Vreemd dat er zoveel geld in omloop is. Komt dat door het shadow-banking systeem?’ Anders dan het traditionele banksysteem waren instellingen als hedgefondsen nauwelijks gereguleerd. Wij wilden informatie over wat er in dat systeem gebeurde – anders spoor je gevaarlijke zeepbellen niet op. Trichet zag dat wel, maar kreeg geen informatie uit de lidstaten. Alle landen concurreerden met elkaar, zelfs nationale toezichthouders. Als je informatie geeft, vreesden zij, doet een ander land er misschien zijn voordeel mee. Vooral Londen, dat altijd concurreert met New York over wie het grootste financiële centrum is, kwam niet over de brug. Als de Britten niet bewegen, bewegen anderen ook niet.”

Volgens de voormalige Franse bankier Jacques De Larosière moet er een Europees ‘Stability Council’ komen om juist deze informatie te verzamelen.

„Ja. Maar landen zullen hard onderhandelen over hoeveel informatie ze moeten sturen. De crisis maakt de concurrentie tussen EU-landen er niet minder om.”

Een Franse onderminister zei laatst dat hij vreest dat Duitsland beter uit de crisis komt dan Frankrijk.

„Competitie en jaloezie blijven in Europa op alle niveaus bestaan. Al in het voortraject van de besluitvorming merk je dat mensen bij de Europese Commissie, die voorstellen maken voor Europese wetgeving, informatie lekken naar hun eigen hoofdstad. Vooral de Britten zijn daar goed in. Zij weten alles het eerst.”

Hebben zij het meest te verliezen bij een Europese aanpak?

„Ja, vanwege de concurrentie met New York. Neem Europese supervisie over grensoverschrijdende banken. Nationale toezichthouders in landen waar deze banken actief zijn, werken onvoldoende samen. Daardoor hebben zo’n veertig transnationale banken die tachtig procent van alle bankzaken afhandelen, te veel vrijheid van handelen. Niemand heeft genoeg overzicht. Deze banken hebben vestigingen in Londen, waar ze door soepele wetgeving meer kunnen doen dan in Parijs. Steeds als Europees banktoezicht in Brussel wordt besproken, trekken de Britten partij voor deze conglomeraten, die zelf ook een ijzersterke lobby voeren. Daar tegenover staan Parijs, Berlijn en wat kleine bankjes.”

Die dan het pleit verliezen?

„Natuurlijk. Toen ik een paar jaar geleden vroeg om onderzoek naar kredietbeoordelaars en investeringsbanken, lobbyden de investeringsbanken met steun van Groot-Brittannië net zo lang tot het woord ‘investeringsbanken’ werd geschrapt. De banken zeiden dat er anders koersdalingen zouden komen die hen miljarden zouden kosten.”

Nu willen de Britten toch ook regulering?

„Ja, maar wereldwijd, niet alleen Europees. Anders vertrekken financiële instellingen uit de EU en is Londen de verliezer. Ze hebben een punt. Alleen: Amerika laat zich door niemand reguleren. Nooit. Dat weten de Britten. Dus proberen ze Europese regulering te blokkeren of verwateren.”

Waarom krijgen de Britten steeds hun zin? Er zijn 26 andere landen.

„Veel regeringen hebben financiële conglomeraten ook de hand boven het hoofd gehouden. Zo’n conglomeraat adviseert bedrijven, koopt bedrijven, geeft ratings, is investeringsbank. Zoveel rollen tegelijk kunnen conflicteren. Je moet het goed controleren. Maar veel regeringen waren tegen regulering. ‘Less is more’, zeiden ze.”

De Europese Commissie kon toch onderzoek doen?

„Daar heb ik op aangedrongen. Maar de Ierse eurocommissaris Charlie McCreevy weigerde dat. Hij was minister van Financiën toen Dublin naam maakte als financieel centrum. De vrije markt is voor hem een religie. Toen zijn eigen Commissie-ambtenaren monopolies wilden aanpakken bij ‘clearing en settlement’ – dat is de manier waarop de beurshandel de kas opmaakt aan het eind van de dag – wat leidde tot te hoge tarieven, hield McCreevy hen tegen.”

Neelie Kroes gaf laatst toe dat ze eerder kredietbeoordelaars had moeten onderzoeken.

„Ja. En de investeringsbanken. Een beetje genant om te horen hoe rechts, dat altijd riep dat wij socialisten te ver gingen, ons nu probeert in te halen.”

Dat is toch goed voor u?

„Ja. Oost-Europese en kleine landen, die zich vroeger verzetten tegen één Europese toezichthouder voor verzekeraars, zijn daar nu voor. Grote westerse verzekeraars beheersen in die landen de markt. Die zijn vaak gevestigd in Londen. Polen vreesde altijd dat een Europese toezichthouder de kant van Londen zou kiezen. Door de crisis ziet Polen eindelijk het nut van een onafhankelijke scheidsrechter in.”

Komt Europa versterkt of verzwakt uit de crisis?

„Moeilijk te zeggen, nog. Alleen Europese afspraken waar alle grensoverschrijdende bedrijven zich aan houden, kunnen nationale jaloezieën in toom houden. Bedrijven buiten de verschillen tussen landen uit. Verander in één land een regeltje – en hop, bedrijven gaan naar een land waar ze meer voordeel hebben. Nu iedere regering stimuleringsplannen introduceert voor crisisbestrijding, zie je bedrijven calculeren: welk land subsidieert stages, waar is ontslagrecht het soepelst, welke vestiging kunnen we makkelijk sluiten?”

Gaat u dit werk missen?

„De inhoud wel, de politieke spelletjes niet. Ik verafschuw de manier waarop politici met Europa omgaan. Ministers nemen in Brussel besluiten met EU-collega’s, en kritiseren die als ze weer in eigen land zijn. Niemand heeft meer de moed openlijk Europees te zijn. Wie het hardst tegen Europa is, wint de verkiezingen. De sociaal-democraten hebben hun handen tien jaar geleden van Europa afgetrokken. Als we dat niet hadden gedaan, hadden we nu een rechtvaardiger Europa gehad. Ik word daar weleens radeloos van.”

    • Caroline de Gruyter