Afrikaanse koe in Wilhelminapolder

Expositie ‘Land, art in de Zeeuwse Wilhelminapolder’, t/m 7 juni in Kunststation Hongersdijk, Wilhelminadorp. Inl.:0118-611443**

‘Land art’ bestaat al veertig jaar maar is wereldwijd alive and kicking. Teleurgesteld in de commercie van galeriekunst trokken Amerikaanse kunstenaars eind jaren zestig de vrije natuur in. Ze maakten sculpturen van aarde en stenen of enkel wandelingen – vergankelijk en spiritueel. Ironisch genoeg zouden juist exposities in galeries, met foto’s van land art, deze beweging op de kaart zetten.

Nederlandse land art staat nuchter met twee poten in de klei. Geen spirituele toestanden, maar kunst die past in bestemmingsplannen die ecologie met recreatie verbinden. De provincie Noord-Brabant doet er bijvoorbeeld veel mee: kunstenaars ontwerpen daar dijkophogingen en andere ingrepen in het groen.

De expositie Land, art in de Zeeuwse Wilhelminapolder is georganiseerd door CBK Zeeland en de stichting SKOR. Zij nodigden acht kunstenaars uit en Kultivator, een Nederlands initiatief van kunstenaars en boeren. De tentoonstelling wil met kunst de geschiedenis en identiteit van de Wilhelminapolder tonen, die 200 jaar bestaat.

Kultivator leeft zich in een serie fotocollages uit met ideeën voor de polder – Afrikaanse koeien, Amerikaanse snelwegen, mediterrane visvijvers. Verder toont de expositie ingelijste aardappelzakken zien, een landbouwmachine met vogels erop, silo’s naar Amerikaans model, schetsen van koeien.

Een bijzondere plek in de expositie wordt ingenomen door de maquettes van vier kunstenaars die een ontwerp maakten voor een blijvend kunstwerk in de polder. Een van hen is Meg Webster, een Amerikaanse land-artpionier. Zij was een van de vrouwelijke kunstenaars in de VS die in land art een kunstvorm zagen die vrij was van commercie én van mannelijke normen en waarden. Land art was nog onbezoedeld. Met mos, planten, aarde maakt ze oervormen zoals de ronde kuil, piramide en kronkelende vijver in haar ontwerp voor de Wilhelminapolder. Op de piramide prijkt een prieeltje voor de plaatselijke eco-toerist – een teken dat aangeeft hoe land art van een recalcitrante avant-garde vorige eeuw is veranderd in een oplossingsgerichte bijdrage aan gebiedsontwikkeling in deze eeuw.

De Deen Jeppe Hein ontwierp bankjes annex speeltoestellen en de Belg Guillaume Bijl een start en finish voor een niet-bestaand hardloopparcours, compleet met spandoeken en tribune. Zo kun je je eigen land-artwandeling maken. Bij het parcours hoort een humoristisch standbeeld voor een triomferende aardappelboer.

Het probleem van de tentoonstelling is dat niemand erg veel zin lijkt te hebben gehad in de Wilhelminapolder. Bijl schrijft voorzichtig dat hij ‘de neiging krijgt er iets te laten gebeuren’ en zijn voorstel zou daar best in kunnen slagen. De andere exposanten maken werk dat in elk ander agrarisch gebied zou passen. Misschien is het desinteresse, misschien de angst dat het maken van lokale kunst ‘kleiner’ is dan je spiegelen aan wereldwijde fenomenen zoals land art.

Volgens de jubilerende Maatschap Wilhelminapolder heeft dit stuk Zeeland een rijke geschiedenis. Als dat zo is, dan is die grotendeels aan de exposanten voorbij gaan.