Afrika verbouwt voedsel voor rijkere landen

Ontwikkelingslanden verpachten veel grond aan rijkere landen, die er voedsel voor de eigen markt op verbouwen. Neokolonialisme of een bron van economische groei voor de armere landen?

Een vrouw voor de Chinese vlag in de Soedanese hoofdstad Khartoum, voor het bezoek van president Hu Jintao in februari 2007. China is een grote investeerder in Soedan. (Foto AP) A Sudanese woman walks past one of the Chinese flags lining the streets of Khartoum, Thursday Feb. 1, 2007, ahead of a historic visit to Sudan by President Hu Jintao of China, who is due to arrive Friday. Many hope the Chinese president will not only discuss commercial ties with his Sudanese ally but also push for a solution to the crisis in Sudan's remote Darfur region. (AP Photo/Alfred de Montesquiou) Associated Press

Een welkome bron van buitenlandse investeringen in infrastructuur en werkgelegenheid? Of juist een bedreiging voor het grondbezit van kleine boertjes en hun toegang tot zoiets essentieels als water?

Deze vragen staan centraal in het ontluikende debat over het verschijnsel dat ontwikkelingslanden landbouwgrond verpachten aan rijkere landen zodat deze er voedsel en biobrandstoffen voor hun eigen markt kunnen produceren. Sinds 2006, in slechts drie jaar tijd dus, hebben ontwikkelingslanden 15 miljoen à 20 miljoen hectare landbouwgrond verhuurd aan buitenlandse (overheids)investeerders, aldus het in Washington gevestigde International Food Policy Research Institute (IFPRI). Een oppervlakte ter grootte van het totale landbouwareaal van Frankrijk en, zo heeft het IFPRI becijferd, een markt waar inmiddels 20 tot 30 miljard dollar (14 tot 22 miljard euro) omgaat.

Het fenomeen van de internationale grondverhuur heeft geleid tot kritiek: directeur Jacques Diouf van de VN-voedselorganisatie FAO noemde het „neo-koloniaal”, omdat uitgerekend arme landen, waar voedsel- en brandstofprijzen vorig jaar sterk stegen, rijkere landen steeds sterker voorzien van maïs en meel en biobrandstof. Zo stelt Ethiopië, waar volgens de VN zelfs hongersnood dreigt, grond beschikbaar aan bijvoorbeeld Saoedie-Arabië. Voorstanders van de landbouwakkoorden wijzen op vermeende voordelen voor de economieën van armere landen in de vorm van kapitaalinjecties.

Voor het eerst is er nu gedetailleerd onderzoek gedaan naar de bilaterale landbouwakkoorden wereldwijd. Twee VN-organisaties belast met voedsel en landbouw, de FAO en het International Fund for Agricultural Development (IFAD), publiceerden gisteren een onderzoek dat zij hebben uitgevoerd samen met het Britse International Institute for Environment and Development (IIED). De verpachting van landbouwgrond aan buitenlandse bedrijven, investeringsfondsen en overheden is een mondiaal verschijnsel, maar het rapport Land grab or development opportunity? Agricultural investment and international land deals in Africa richt zich op Afrika, waar de meeste grond wordt verhuurd. De onderzoekers deden veldwerk in vijf landen waar sinds 2004 circa 2,5 miljoen hectare grond is verhuurd: Ethiopië, Ghana, Madagascar, Mali en Soedan.

De onderzoekers nuanceren de allergrootste zorgen over de grondverhuur door te wijzen op de potentiële voordelen voor de Afrikaanse landen. „Afrika snakt al decennia naar investeerders, dus laten we onszelf niet meteen in de voet schieten”, zei Harold Liversage, een deskundige van IFAD, tegen persbureau Reuters.

De voornaamste investeerders zijn (semi)overheidsbedrijven en -investeringsmaatschappijen uit Midden-Oosterse en Aziatische landen die rijk zijn aan inkomsten uit olieverkoop, die een snelle welvaartsgroei (en navenante groei van de behoefte aan brandstof en voedsel) doormaken en die zelf matige tot slechte landbouwgrond hebben. Zoals Saoedie-Arabië actief is in Ethiopië, zo investeren Qatar en Koeweit in Soedan.

De onderzoekers wijzen echter ook op de nadelen van de landbouwakkoorden. Veel Afrikaanse landen ontberen heldere rechtsregels over grondbezit en natuurbescherming. Worden er geen duidelijke afspraken gemaakt, dan „neemt het risico toe dat arme mensen van hun land worden gezet of toegang tot grond, water en andere voorzieningen verliezen”.

Een voorbeeld van een akkoord dat meer kwaad dan goed heeft gedaan is de overeenkomst die Madagaskar sloot met het Zuid-Koreaanse bedrijf Daewoo, voor de exploitatie van 1,3 miljoen hectare grond – de helft van alle landbouwgrond in Madagaskar. De deal voedde de onvrede onder arme Malagassiërs en stuwde zo de golven van volkswoede op waarop in maart de populist Andry Rajoelina naar een staatsgreep tegen president Marc Ravalomanana surfte.

Het debat over de voor- en nadelen van de internationale grondverhuur vertoont overeenkomsten met de discussie over de pro’s en contra’s van buitenlandse (lees: Chinese) investeringen in Afrika. Critici noemen de Chinese aanpak van investeringen in infrastructurele projecten in ruil voor grondstoffen (te vergelijken met de landbouwproducten) soms ook ‘neokoloniaal’. Voorstanders wijzen er op dat de soepel verstrekte leningen en investeringen juist gunstig uitpakken voor de Afrikaanse economieën, zoals ook de voorstanders van de landbouwakkoorden doen.

Overigens zoekt China wel naar landbouwgrond in Afrika, maar dan vooral voor biobrandstof of als investeringsmogelijkheid an sich; niet zozeer om de eigen voedselvoorziening veilig te stellen, aldus het rapport. Dat doet China voorlopig vooral in Zuidoost-Azië.

Het rapport staat op nrc.nl/economie

    • Mark Schenkel