Z-Soedan boos over census

Volgens Zuid-Soedan zijn bij de volkstelling te weinig zuiderlingen geteld. Het leidt tot nieuwe spanning tussen noord en zuid.

De uitslag van een volkstelling in Soedan leidt tot spanningen tussen het autonome Zuid-Soedan en de centrale regering in de hoofdstad Khartoum. Volgens de Zuid-Soedanese regering zijn er veel te weinig zuiderlingen geteld. De Zuid-Soedanese president Salva Kirr zei vorige week „ongelukkig en ontevreden” te zijn over het resultaat.

Volgens de vorig jaar april gehouden census telt Soedan ruim 39 miljoen inwoners, van wie er ruim dertig miljoen in het gearabiseerde noorden leven. Ruim acht miljoen zijn zuiderlingen. Sinds de onafhankelijkheid in 1956 konden er nooit betrouwbare volkstellingen in het zwarte en niet-islamitische zuiden worden gehouden wegens de oorlog. De zuiderlingen zijn er altijd vanuit gegaan dat ze éénderde van de Soedanese bevolking uitmaken.

Er heerst sinds 2005 weer vrede in het zuiden maar het is in het moeilijk begaanbare gebied moeilijk mensen tellen. Volgens het zuiden zijn opzettelijk te weinig zuiderlingen geteld. Door de oorlog zijn er een geschatte twee miljoen zuiderlingen naar het noorden gevlucht maar volgens de census verblijven er daar slechts een half miljoen inwoners uit het zuiden. In de westelijke regio Darfur, waar twee miljoen burgers op de vlucht sloegen voor het in 2003 begonnen geweld, zouden ruim zeven miljoen mensen leven.

Volkstellingen zijn vaak omstreden in Afrika omdat zij de verhoudingen tussen regio’s en stammen op scherp stellen. In Soedan is de census ronduit explosief omdat hij een belangrijke scharnier is van het vredesproces tussen noord en zuid. De zuidelijke regeringspartij, de SPLM, neemt ook deel aan de centrale regering in Khartoum met ministersposten op basis van het bevolkingsaantal. Nationale verkiezingen zullen volgend jaar plaatshebben op basis van de census en dat geldt ook voor het referendum in 2011 waarbij de zuiderlingen kunnen kiezen voor onafhankelijkheid.

De controverse over de census kan het vredesproces verder vertragen, dat al achter ligt op schema. De in 2005 getekende Algehele Vredesovereenkomst (CPA) staat onder druk door gewapende incidenten langs de grens en onenigheid over de grenzen.

Centraal in het grensconflict staat de controverse over de status van het olierijke gebied van Abyei. Een speciale grenscommissie deed daarover in 2005 een uitspraak goeddeels ten gunste van de zuiderlingen. Maar de noordelijke regeringspartij vecht deze beslissing aan. Het meningsverschil is voorgelegd aan een arbitragetribunaal in Den Haag dat vorige maand hoorzittingen hield. Volgens waarnemers is het waarschijnlijk dat het tribunaal in het voordeel van de zuiderlingen zal beslissen.

Het noorden zal een dergelijke nederlaag vermoedelijk niet zonder slag of stoot accepteren. Teken aan de wand is de recente benoeming van de havik Ahmed Haroun tot gouverneur van de noordelijke provincie Kordofan, waarin Abyei ligt. Haroun is door het Internationaal Strafhof in Den Haag aangeklaagd wegens oorlogsmisdaden in Darfur.