Waren Grace Kelly en Rainier ook al ordinair?

Zelf heb ik in 1956 voor het voormalige Algemeen Handelsblad een groot aantal nieuwsberichten verzameld en reportages gemaakt over het huwelijk van Grace Kelly met prins Rainier van Monaco. Dat huwelijk duurde een week. Voor elk onderdeel (burgerlijk, kerkelijk, vermoedelijke ontmaagding, etcetera) was een dag uitgetrokken – niet door het bruidspaar, maar door de VVV’s van de Rivièra. Weinig bijzonderheden van de feestelijke marathon heb ik aan mijn aandacht laten ontsnappen, zeker niet het moment waarop honderd matrozen van de aangemeerde Amerikaanse Zesde Vloot de publieke balkonscène opluisterden met een spreekkoor dat luidde: Gracy, go home!

Was de aandacht die ik namens mijn krant aan het feest wijdde eigenlijk even ordinair als de ophef die vorige week werd gemaakt over de geschiedenis van een non-zanger, een non-presentatrice en een commerciële Nobody? Zelf had ik natuurlijk het excuus dat Grace Kelly een beroemd filmactrice was, en mijn hoofdredacteur zal hebben geredeneerd dat die Rainier zich hoe dan ook staatshoofd mocht noemen. Argumenten waarachter RTL Boulevard en De Telegraaf zich inzake hun garage niet konden verschuilen.

Ik kreeg indertijd pas een kwaad geweten toen ik daags na m’n journalistieke inspanningen even uitblies op een terras, en de Nieuwe Rotterdamse Courant zag liggen die door een landgenoot was achtergelaten. ‘Even kijken wat de concurrentie heeft gedaan’, dacht ik, want er gaat niks boven competitie. Dus deed het me meteen genoegen dat de NRC niks op de voorpagina had, die ik drie keer had gehaald. Ik begon te bladeren. Op de 2 hadden ze ook niks. Onder buitenland? Nee. Kunst? Geen woord. Diplomatieke Post? Ook niet. Ik kon het niet geloven: ze hadden helemaal niks! Maar het bleek nog erger. Ergens achterin als in een entrefiletje waarmee de zetter nog net een gaatje had kunnen vullen, las ik : ‘In Monte Carlo is gisteren het huwelijk voltrokken tussen Rainier III Grimaldi, vorst van Monaco, en de voormalige filmster Grace Kelly (Reuters).’

Je kon vroeger als het om ordinair nieuws ging drie krantensoorten onderscheiden: kranten die zich eraan verlustigden, kranten die het publiceerden, maar als het ware met een knipoog, en kranten die blind wisten: Fit to print? No way. Die laatste categorie, moeten we vaststellen, bestaat niet meer in Nederland.

Heeft het oude Handelsblad een slechte invloed gehad op de oude Rotterdamse Courant, toen ze samen gingen? Mogelijk. Ik herinner me de schandalen over prinses Margaret van Windsor, het kleine zusje van Elisabeth, die het vroeg in de jaren vijftig met allerlei jonge, mooie minnaars gehouden schijnt te hebben, die ook allemaal, met foto, in de roddelpers terechtkwamen. De meeste Nederlandse kranten schreven de Engelse verhalen schaamteloos over – maar het Algemeen Handelsblad handhaafde lange tijd het principe dat een kwaliteitskrant zich niet verlaagde tot een smartlapper, een soapactrice, een voetballer, een groezelige foto of een Engelse prinses. Tót de krant haar Londense correspondent een groot artikel liet schrijven over de teloorgang van de Britse pers, dat hij rijkelijk illustreerde met de schandelijkste citaten uit wat zijn rioolcollega’s allemaal over die arme Margaret hadden durven onthullen. Ook schaamteloos natuurlijk, en jammer dat het kwaliteitsbeginsel was verkwanseld, maar geef toe: pas tien jaar later zou iedereen het waarderend ‘creatief stelen’ noemen.

Maar wat we vroeger een kwaliteitskrant noemden, dient het ordinaire nieuws intussen steeds smakelijker op in de consensus dat het schorremorrie van radio, televisie en sport toch vaak ook heel vermakelijk is. Niet alleen dát schorremorrie trouwens, Op heel hoog niveau bleek iemand het ordinaire nieuws via via al eerder gehoord te hebben dan RTL Boulevard, hij was er ontdaan van geraakt, en had onmiddellijk per sms contact opgenomen met één van de slachtoffers.

Het Torentje blijkt het centrum van ordinair nieuws.

    • Jan Blokker