Russische oekaze

In Rusland is de vrije geschiedswetenschap afgeschaft. Al een paar jaar is de Russische regering actief bezig met een eenvormige canon, waarin de Grote Vaderlandse Oorlog (1941-1945) en de rol van Stalin niet kritisch mogen worden geïnterpreteerd. Maar vorige week vrijdag heeft president Medvedev deze canon van een wettelijke basis voorzien met een decreet tegen „pogingen tot vervalsing van de geschiedenis ten koste van de belangen van Rusland”.

Daarbij blijft het niet. Er ligt ook een wetsontwerp „tegen de rehabilitatie van het nazisme, de nazistische misdadigers en hun handlangers in de voormalige Sovjetrepublieken”. De sancties zijn niet symbolisch. De straffen lopen op van diplomatieke demarches, via verbodsbepalingen voor buitenlandse organisaties tot drie tot vijf jaar cel.

Volgens Medvedev is dit nodig omdat de geschiedvervalsing steeds „harder, kwaadaardiger en agressiever” wordt. Historiografisch is dat onzin. Hij doelt op de neiging in Oost-Europa om de overwinning van het Rode Leger in 1944/45 niet louter te zien als bevrijding van Hitler, maar ook als bezetting door Stalin.

Vooral in de Baltische staten en West-Oekraïne, die tussen 1939 en 1945 afwisselend werden bezet door Sovjet-Unie en Duitsland, leidt die geschiedenis soms tot zwart-witdenken, waarbij de vijand van de vijand een vriend wordt. Zo werd een paar jaar geleden in Estland een oorlogsmonument vlak voor de 9de mei, in Rusland het militaristische equivalent van de 5de mei in Nederland, verplaatst. En zo wordt in Rusland de slachting onder Poolse officieren in Katyn weer verdonkeremaand, hoewel een staatscommissie ten tijde van Gorbatsjov heeft vastgesteld dat de stalinistische NKVD voor de massamoord verantwoordelijk was en niet de SS, zoals in Rusland was beweerd.

De verwerking van een totalitair verleden is een moeilijk proces. Zo heeft Duitsland, dat afgelopen zaterdag vierde dat het zestig jaar geleden een nieuwe grondwet kreeg en sindsdien schoksgewijs in het reine probeert te komen met het eigen verleden, het nodig gevonden om het ontkennen van de Holocaust strafbaar te stellen, omdat het er niet zeker van was dat de bevolking die leugen sowieso zou afwijzen.

Maar het decreet van Medvedev gaat veel verder. Hij draait de klok terug naar de tijd van voor Gorbatsjov. Door deze oekaze worden niet alleen de voormalige satellietstaten van Rusland geïntimideerd, maar ook de Russen zelf. In de jaren tachtig en negentig zijn miljoenen slachtoffers van de eigen stalinistische geschiedenis gerehabiliteerd en gecompenseerd. Het is niet ondenkbaar dat deze erkenning van „repressie” straks ook als een „vervalsing” wordt teruggedraaid.

Over een kleine vier weken is Medvedev in Amsterdam te gast bij de opening van de Hermitage. Er is alle aanleiding voor de gastheren om hem, ondanks de feestelijkheden, scherpe vragen te stellen over deze regressie en politisering van de geschiedswetenschap. Er is meer in de bilaterale verhoudingen tussen Nederland en Rusland dan aardgas en pijpleidingen.