'Originaliteit in de pop is overschat'

De White Lies roepen herinneringen op aan tal van bands. „Als tieners hadden we elke week een andere favoriete groep waarop we wilden lijken.”

Harry McVeigh, midden tussen Charles Cave en Jack Brown: "Ik luister nog wel naar Bach." (Foto Rien Zilvold) amsterdam de melkweg , WHITE LIES foto rien zilvold Zilvold, Rien

Bang om te sterven. Bang om iemand te verliezen. Angst die je naar de keel grijpt. Ontmoetingen op begraafplaatsen. De teksten van de Britse rockgroep White Lies gaan niet over vrolijke onderwerpen. To Lose My Life heet hun debuutalbum met songs die een meer dan gemiddelde interesse in de donkere kanten van het bestaan veronderstellen. Zijn deze muzikanten uit West-Londen, nog vroeg in de twintig, niet te jong om daar nu al zo intensief mee bezig te zijn?

„Inspiratie is een ongrijpbaar fenomeen”, zegt bassist en tekstschrijver Charles Cave. „Songteksten dienen zich ongevraagd aan. Ik heb niet eens zo veel sterfgevallen in mijn nabije omgeving meegemaakt, maar de dood houdt mij bezig. Zware, donkere onderwerpen liggen me goed. Daar staat tegenover dat we behoorlijk opbeurende muziek maken, die je op kan tillen uit de ellende.”

Zanger/gitarist Harry McVeigh, bassist Cave en drummer Jack Brown kenden elkaar al van jongsaf. Dat ze samen een band zouden formeren, stond op de lagere school al vast. Eerst rommelden ze wat aan op instrumenten die ze nog nauwelijks beheersten. Gaandeweg werden ze beter, en formeerden ze als tieners hun eerste groep Fear of Flying.

Pas toen ze het serieus wilden aanpakken, groeide het idee voor muziek die groots en verheffend moest gaan klinken. Alles valt binnen een jaar op zijn plek. Het debuut behaalde in januari de eerste plaats van de Engelse albumlijst en White Lies staan deze zomer op praktisch alle grote festivals, inclusief Pinkpop en Lowlands.

De brutaalste vraag die hen in recente maanden werd gesteld, was of ze ’s nachts in doodskisten slapen. Zijn ze geobsedeerd door de dood, zoals hun teksten doen vermoeden? „Onze muziek is juist helemaal niet morbide”, lacht Harry McVeigh die er achter de schermen een zonnige persoonlijkheid op na houdt. Zijn zwarte kleren, standaard podiumtenue voor de White Lies, steken af bij zijn goudkleurige gympies. „Angsten moet je confronteren. Zingen over sombere dingen werkt therapeutisch voor mij. Te meer omdat Charles onze teksten schrijft en ik ze met een zekere afstand kan vertolken. Daar heb ik geluk mee gehad, want zelf ben ik een tekstschrijver van niks.”

Hun magistraal galmende, bombastische sound riep een waslijst aan vergelijkingen op. Editors en Interpol, maar ook oudere groepen als Joy Division en Echo & the Bunnymen zouden model hebben gestaan voor hun breed uitwaaierende muziek. Iedereen mag dat vinden, zegt Charles, maar de werkelijkheid is anders.

„Wat we spelen, komt uit onszelf. Toen we als tieners samenspeelden, hadden we elke week een andere favoriete groep waar we op wilden lijken. Die fase zijn we ontgroeid. Natuurlijk zijn er allerlei invloeden blijven hangen. Originaliteit is een overschat begrip in de popmuziek. Er is al zoveel gedaan. Als muzikant kun je hooguit een nieuwe draai geven aan al het voorgaande.”

McVeigh had piano- en vioolles voordat hij zijn roeping vond bij de elektrische gitaar. Ook zong hij vroeger in een kinderkoor. „Het hoge stemmetje van toen heeft zich gelukkig tot een mooie bariton ontwikkeld. Op een ochtend was die er zomaar. Daar heb ik niets voor hoeven doen.” De viool heeft hij in jaren niet meer aangeraakt. „Ik luister nog wel naar de vioolsonates van Bach op mij iPod, maar ik kan niet beweren dat het onze muziek drastisch heeft beïnvloed. Rockmuziek vraagt om eenvoud. Daarvoor heb ik het een en ander moeten afleren.”

Een kathedraal van geluid, willen ze optrekken op de festivals. Het kerkorgel uit het statige nummer Unfinished business zal worden vertolkt door een gastspeler op synthesizer, en aan een live-versie van de orkestpartij uit Nothing to give waren ze nog helemaal niet toegekomen. Ze zullen nog flink wat ervaring moeten opdoen, zegt Harry bescheiden, voordat hun muziek aan de eisen van een massapubliek voldoet. Hij verbaast zich over artiesten als Pete Doherty en Amy Winehouse, die in kennelijke staat het podium op durven. „Het klinkt misschien saai, maar discipline is wat wij de komende maanden het hardste nodig hebben.”

White Lies spelen zondag 31 mei op Pinkpop.

    • Jan Vollaard