Ons soort krakers

Rosanne Hertzberger beargumenteerde afgelopen woensdag in nrc.next dat kraken zo snel mogelijk verboden moet worden. Daarbij wenste ze geen gebruik te maken van statistieken en globale feiten, maar louter van haar eigen ervaring. Die is dan ook omvangrijk en goed gestaafd. Zo is ze langs verschillende kraakpanden gefietst en heeft ze verschrikkelijke verhalen over krakers in de krant gelezen. Haar projectontwikkelaar die een studio voor haar zou bouwen, vertelde haar ook nog eens dat de bouw niet door zou gaan vanwege krakers.

Als ervaringen een rol mogen spelen in een maatschappelijk debat, zou ik de mijne hier willen delen. Ik woon met zeven vrienden in een kraakpand. We zijn allemaal student of starter. We zijn nooit een hinderpaal geweest voor de ontwikkeling van een pand. Wanneer zo’n mooi gebouw mooier wordt gemaakt, pakken we onze biezen en ruimen het op. We hebben goed contact met de eigenaar en de deelgemeente. We staan open voor de buurt. We zijn niet de enigen. Ons soort krakers herken ik niet in het door Rosanne Hertzberger voorgeschotelde beeld. In plaats van te proberen een goede oplossing aan te dragen, baseerde ze zich slechts op de uitwassen om een grotesk stereotype te kunnen schetsen. Een verbod op kraken maakt een eind aan ons soort kraken, maar extremistische activisten, illegalen, junkies en vandalen zullen gewoon doorgaan. Die hechten geen waarde aan onze tolerantie.

K.H. de Pater

Rotterdam