Na ommekomst van zijn straf

Een jaargang van NRC Handelsblad telt zo’n 25 miljoen woorden. Bij hoge uitzondering staat daar het woord ommekomst tussen.

Ommekomst

Ongewoon woord vorige week in deze krant. In het hoofdredactioneel commentaar lazen we: „De Somalische piraat wil na ommekomst van zijn straf in Nederland een opleiding volgen en zich dan als nieuwe burger herenigen met zijn gezin, aldus zijn raadsman.”

Na ommekomst? Laat ik om te beginnen zeggen dat ik dit een mooi, poëtisch woord vind. Veel samenstellingen met -komst roepen bij mij prettige associaties op. Aankomst, weerkomst, terugkomst – ik zie mezelf dan al snel met een brok in de keel op Schiphol staan, om een dierbare af te halen.

Ommekomst kende ik niet, maar los van bovenstaande context zou ik het associëren met ommekeer, ommegang, ommezien – allemaal woorden die beelden oproepen van terugkeer, hereniging en andere prettige dingen.

Zo niet bij de zin „na ommekomst van zijn straf”.

Had ik ommekomst eerder in NRC Handelsblad kunnen lezen?

Jazeker. In 2008 is het ook een keer in deze krant gebruikt („na ommekomst van die termijn”), de keer daarvoor in 2006 („als de SER na ommekomst van een bepaalde tijd zegt er niet uit te komen”) en daarvoor een keer in 2004 („om de jongeren na ommekomst van hun straf op te vangen”). Sinds 1991 heeft het precies 18 keer in deze krant gestaan, gemiddeld een keer per jaar dus.

Is ommekomst een juridische term? Niet zoals dagvaarding of kort geding dat zijn. Deswege, mitsgaders, metterwoon en weshalve zijn ook geen juridische termen, maar je komt ze tegenwoordig vrijwel alleen nog in juridische teksten tegen.

In 1948 schreef mr. S. J. Fockema Andreae in zijn Rechtsgeleerd handwoordenboek: „Ommekomst, beëindiging van een termijn; verouderd woord, in akten nog wel gebruikelijk.” Fockema Andreae had een uitstekende reputatie als jurist, maar op dit punt heeft hij zich vergist. In juridische teksten is ommekomst niet verouderd; je komt het met grote regelmaat tegen in onder meer rechterlijke uitspraken en wetsteksten. Zo zal het ook af en toe in deze krant komen: via de pen van iemand met een juridische achtergrond.

Handen

Is het nu twee of vier handen op één buik? Deze bekende zegswijze is in 1636 voor het eerst opgetekend, in de vorm het zijn twee handen op éénen buik en met als betekenis ‘zij zijn het volkomen eens, trekken één lijn’. Ik heb dit altijd ongelukkige beeldspraak gevonden. De meeste mensen komen ter wereld met twee handen en één buik. Het is niet bepaald moeilijk om die handen op je buik te leggen en dan heb je, technisch gesproken, de basis voor deze beeldspraak.

Voor die twee handen heb je niet per se twee mensen nodig, wel als het er vier zijn – dan sluiten beeldspraak en betekenis opeens veel beter bij elkaar aan.

Lezen we vaak over vier in plaats van twee handen? Ja, op internet gaat het in dit verband ruim zeshonderd maal over vier handen en ook in de dagbladen kom je dit geregeld tegen.

Zo las ik onlangs nog in de Volkskrant: „Die twee zijn vier handen op een buik.” Natuurlijk vinden we ook variaties op deze uitdrukking. Zo kopte het dagblad Trouw ooit: ‘Drie coaches, zes handen, een buik’. Die kop gaat overigens uit van hetzelfde idee: twee handen per persoon.