Kruidenier met oerinstincten waakt over Pinkpop

Pinkpop, het oudste festival van Europa, beleeft zijn veertigste editie. Oprichter Jan Smeets kan zich geen leven zonder voorstellen. Mojo-directeur Ramakers: „Jan sterft in het harnas.”

Jan Smeets, de 64-jarige organisator van het festival Pinkpop in Landgraaf, dat dit jaar van 30 mei tot 1 juni plaatsvindt. (Foto Chris Keulen) Netherlands, Geleen, 20.05.2009 Jan Smeets, directeur buro Pinkpop. foto: Chris Keulen Keulen, Chris

Tijdens een inspectieronde voor het festival van 2007 ziet Jan Smeets een vuilniszak buiten de emmer hangen. De Pinkpopbaas gaat er op af. Met iets te veel drift. Hij valt en kneust zijn ribben. Het is een typerend voorval. „Jan Smeets is altijd een beetje de kruidenier op de hoek gebleven, een middenstander die precies weet hoeveel er in kas zit, wat een meter garen en band kost en met welk vet de patat gebakken wordt. Hij kent alle details en let op alle details”, zegt Hans van Beers, die vier decennia geleden met Smeets aan de basis van Pinkpop stond. De directeur van het Amsterdamse conservatorium, in het verleden NOS-baas, heeft volgens Smeets zijn ziel verkocht aan de kunst met de grote K. Van Beers spreekt van „een soort ruilverkaveling. De een begint rechts van de weg. De ander links.”

In Smeets herkent hij „een Limburger tot op het bot” met het bijbehorende chauvinisme. „Jan woont bijvoorbeeld nog steeds in zijn geboortedorp Einighausen (bij Sittard) waar nooit iets beweegt behalve de wind. Niettemin runt hij met Pinkpop succesvol een grote ‘supermarkt’. Dat verdient respect en waardering. Of je het festival nu hip of ouwe koek vindt, het staat als een huis en dat is absoluut zijn verdienste. En zelfs de heftigste critici willen er toch altijd bij zijn.”

Smeets zelf heeft het over de drie p’s als de basis voor succes: podium, popgroep, publiek. Hij is de man van het festival zonder franje. Het kringetje intimi rondom hem is klein. Van Beers: „Hij vertrouwt weinig mensen en de mensheid al helemaal niet. Vreemd, want hij heeft een optimistische natuur.”

Eén vertrouweling is Frans Willeme, tot begin vorig jaar burgemeester van de Overijsselse gemeente Dinkelland. Hij werd toen ontslagen door de minister wegens verstoorde verhoudingen met de plaatselijke politiek, ondanks massaal protest van de bevolking tegen een mogelijk vertrek. Willemes banden met Pinkpop gaan terug tot de tijd dat hij begin jaren tachtig de voor evenementen verantwoordelijke ambtenaar in Geleen was. Het klikte met Smeets. Hij waardeerde de gedrevenheid van de organisator. Die waardeerde de no-nonsenseaanpak en de dossierkennis van de overheidsdienaar. Toen Smeets midden jaren tachtig in zwaar weer terechtkwam, belde hij de ambtenaar die inmiddels gemeentesecretaris in Oegstgeest was. „Of ik hem kon helpen? Dat ene jaartje zijn er nu al bijna 25 geworden.”

De juridisch adviseur herkent ook het door Van Beers geschetste beeld van de kruidenier Smeets. „Hij kan doodvallen over een dubbeltje. Tegelijkertijd is geld minder belangrijk, als hij een band écht wil hebben.”

Het festival is Smeets’ kindje. Als een vader met alle bijbehorende oerinstincten beschermt hij het tegen bedreigingen van buitenaf. „Hij windt zich op over onwaarheden op websites. Kan enorm uitflippen tegen medewerkers. Ik krijg ook wel eens telefoontjes waarin flink wat vloekwoorden vallen. Of hij begint: ‘Frans, het is dramatisch!’ Dat blijkt dan bijna altijd mee te vallen.”

Smeets kan zeer principieel zijn, ook als dat zakelijk onverstandig is. Hij staat er bijvoorbeeld op dat er op zijn festival Limburgs bier uit de tap komt, terwijl andere merken waarschijnlijk beter zouden betalen. In 2005 kwamen dankzij een zelfde soort halsstarrigheid slechts twintigduizendduizend popliefhebbers naar Pinkpop. Smeets wilde koste wat kost vasthouden aan Pinksteren, terwijl anderen, onder wie concertorganisator Mojo, hem gewaarschuwd hadden dat het dat jaar betekende dat hij de aansluiting zou missen met de andere festivals en dus met minder grote namen zou moeten komen.

Zelfs na dat jaar was Smeets niet overtuigd. Hij liet een onderzoek doen onder festivalgangers, waaruit bleek dat 70 procent de naam Pinkpop niet associeerde met Pinksteren. Dat vond hij mooi. Zijn festival was kennelijk een begrip op zich. Smeets was om.

Diezelfde naam bezorgde hem in het verleden al eens problemen. In 1980 was Smeets in New York voor het vastleggen van Van Halen. Het management van laatstgenoemde band weigerde: „Pinkpop? Ik denk niet dat David Lee Roth wil spelen op een fucking gay festival.” Smeets had moeite het misverstand de wereld uit te krijgen, ook omdat hij even niet op het juiste Engelse woord voor Pinksteren kon komen.

Eigenlijk was Smeets zelf graag artiest geworden. Maar de gitaarleraar die hem oneindig liet stoeien met Een karretje op de zandweg reed stimuleerde niet echt. Eigen pogingen om Bird dog van the Everly Brothers na te spelen, waren evenmin een succes.

Zijn eerste schreden als organisator zette Smeets als 16-jarige. Vanuit Einighausen fietste hij naar Eindhoven om Peter Koelewijn toestemming te vragen voor de oprichting van een fanclub. Die kreeg hij. De zanger kwam naar Zuid-Limburg. Smeets heeft nog steeds de stempel met de handtekening van Koelewijn waar hij tijdens concerten mee rondging. „De fans wilden een afdruk op een papiertje, soms op de arm. Het mooiste was als een truitje omhoogging voor die handtekening”, vertelt hij met twinkelende oogjes. „Op die manier ben ik ook aan mijn eerste meisje gekomen.”

De familie werd vaak betrokken bij de activiteiten: vader Smeets bij de garderobe, moeder bij de toiletten en oma bij de kassa. Wat niet wil zeggen dat de evenementen bleven steken in kneuterigheid. Carna, het jeugdhonk van Einighausen, maakte naam als het beatwalhalla. The Motions, the Outsiders en Q65 kwamen er optreden.

Het organisatietalent van Jan Smeets viel ook de jezuïeten in Maastricht op. Die progressieve paters begrepen dat hun jongerensociëteit iemand nodig had die de programmering van het niveau Anneke Grönloh naar de nieuwe tijd kon tillen.

Het was in die jaren dat de basis werd gelegd voor Pinkpop. Op de Gulpenerberg in het Heuvelland organiseerden Hans van Beers en journalist Wim Wennekes in 1969 het festival Pinknic. Het jaar daarop konden ze niet meer op die plek terecht. Smeets had met een werkgroep zes mille in kas voor een optreden van de zangeres Melanie, maar zij kwam niet. De mannen vonden elkaar voor een festival in het Burgemeester Damenpark in Geleen: Pinkpop.

„Jan werd meteen de leidende figuur”, zegt Van Beers. „Hij was het meest praktisch en had het meest met popmuziek. Wij waren te druk met het veranderen van de wereld.” De linkse idealen waren terug te zien in de programmering. „Voor de werkende klasse haalden we de George Baker Selection naar Geleen.”

In de jaren daarna groeide het festival: van tienduizend toeschouwers naar vijftigduizend. Grote namen kwamen naar Limburg: Fleetwood Mac, the Kinks, the Police. Smeets had zelfs bijna Mick Jagger op het podium gehad. De leadzanger van de Stones zou met Peter Tosh Don’t look back zingen. Smeets had alles geregeld. „Zelfs het gewenste, en hier nog onbekende Budweiser-bier zijn we in Brussel gaan halen. Alles ging goed, tot Jagger vanuit de coulissen de tv-camera zag. Hij zei: „See you!” en voetbalde de rest van de middag met de band Massada. Toen heb ik tranen met tuiten gehuild.”

Dezelfde Jagger en zijn mede-Stones luidden in 1982 moeilijke jaren voor Pinkpop in. Ze kwamen voor stadionoptredens naar Nederland en hielden daarmee publiek weg uit Geleen. Soortgelijke megaconcerten bleven daarna duchtige concurrenten. De Pinkpopprogrammering hield ondertussen niet over: Kid Creole, Doe Maar, Nena, King. Leuk voor de allerjongsten, maar niet de acts waar de serieuze popliefhebber warm van werd. Het rampjaar 1985 (slechts vijftienduizend toeschouwers) betekende bijna het einde van Pinkpop. „De formule werkte niet meer”, zegt Mojo-oprichter Leon Ramakers. „Pinkpop boekte van alles wat, een allegaartje.”

Vanaf 1986 werd Pinkpop een gezamenlijke productie van Smeets en Mojo. Ramakers: „We hebben onze eisen gesteld: dat malle, zelf in elkaar getimmerde podium moest weg en er moest lijn komen in de programmering. Het festival moest zich consequent gaan richten op het hippere, jonge publiek.”

Vanaf dat jaar staat Smeets op afstand van de programmering. Hij behield nog wel een vetorecht. De Pinkpopbaas zelf zegt het nog steeds bij te houden, maar volgens Ramakers is zijn inbreng beperkt. „Mannen van onze leeftijd, in de zestig, die pretenderen dat ze weten wat kids van zestien mooi vinden, moet je diep wantrouwen.” Ramakers heeft nog wel de contacten. Hij bezorgde Pinkpop 2009 haar verjaardagscadeau: een optreden van Bruce Springsteen.

Pinkpop vult een groot deel van Smeets’ bestaan. Maar hij is ook de organisator van eenmalige concerten, het jaarlijkse Bluesrockfestival in Tegelen en de Kunstbende, een talentenjacht voor middelbare scholieren. Bovendien treedt hij al ruim drie decennia op als de Nederlandse manager van Urbanus. „We zijn zelfs op elkaar gaan lijken, gelijk vrouwen en hun hondjes”, lacht de Vlaamse komiek. Smeets hielp Urbanus Nederland veroveren. „Welke Vlaming wil dat niet? Uw werkgebied vervijfvoudigt. Maar toen was het nog geen vanzelfsprekendheid. Al wie nu wind kan maken in Vlaanderen, gaat naar Nederland. Maar het waren Raymond van het Groenewoud en ik die de slagboom hebben opengezet.”

De Pinkpopbaas zorgde voor een geoliede organisatie. „En hij bedonderde me niet. Dat is toch al heel veel, hè?” Smeets was zeer trouw. „Waar ik ook speelde, hij kwam. Zelfs als ik vijf avonden in Haarlem stond, was hij er soms alle keren. Dan zei ik: Jan, het is toch echt niet nodig dat ge alle dagen komt.”

Politiek is een andere passie van Smeets. In 1972 werd hij voor de PvdA lid van Provinciale Staten. Later zou hij ook nog als raadslid actief zijn in Limbricht en na een herindeling in Sittard.

Voor de regenten in Maastricht was de langharige, bebaarde Smeets „iemand van een andere wereld”, zegt Servaas Huys, een tijdlang PvdA-fractievoorzitter in de Staten. In de vergaderzaal zaten de gedeputeerden op een verhoging. De volksvertegenwoordigers keken letterlijk tegen hen op. De drukke en ongeduldige Smeets liet zich niet intimideren. Huys: „Hij hield een gepassioneerd betoog na de moord op John Lennon. De schok die dat veroorzaakt had, gaf volgens hem aan hoezeer popmuziek verankerd was bij de mensen.”

Smeets herinnert zich hoe hij het machtige CDA kwaad kreeg door de steun aan operettegezelschappen te hekelen. „Weten jullie wel waar die uitvoeringen over gaan, zei ik. Over bigamie en prostitutie.”

Bij het provinciebestuur kregen Smeets’ pleidooien geen gehoor. De verantwoordelijke gedeputeerde associeerde cultuur vooral met harmonieën, fanfares en schutterijen. Smeets moppert nog steeds over de geringe aandacht van de Limburgse politiek voor pop. In het aanpalende Noord-Brabant verrezen de afgelopen jaren prachtige poptempels. In zijn eigen provincie blijft het behelpen. Zelf heeft hij plannen voor een grote pop- en evenementenzaal op Megaland in Landgraaf, al ruim twee decennia plaats van handeling van het festival. „Maar Jan wordt horendol van alle bureaucratie die aan zo’n idee vastzit”, weet Frans Willeme. „Iemand moet hem onder de arm nemen. Jan zou het liefst nog een feestje op een boerenwei houden. Hekken er omheen. Kassa neerzetten. Klaar.”

Hans van Beers is verbaasd dat het Smeets nog steeds niet gelukt is om meer blijvends voor de popmuziek in Limburg van de grond te krijgen dan zijn festival. „Dat zou hem als autoriteit toch moeten lukken.” De conservatoriumdirecteur vindt de houding van Smeets wat dubbel. „Hij geeft af op de kleinburgerlijkheid van de regenten in zijn buurt, maar hoort er ook graag bij. Daarom wil hij volgens mij ook altijd subsidie voor de rock-’n-roll. Hij vindt dat popmuziek wordt achtergesteld bij de kunstmuziek. Onzin, popmuziek kan zich best zelf bedruipen.”

Smeets heeft nog even om zijn doelen te verwezenlijken, want aan stoppen wil hij nog niet denken. „De bevrediging van Jan zit hem in de duimen die omhoog gaan, in de schouderklopjes die hij krijgt”, concludeert Willeme. Het jonge publiek omarmt hem ondanks zijn leeftijd als Mr. Pinkpop. „Naar buiten toe heeft hij iets van een knuffelbeertje met een hoge aaibaarheidsfactor.”

Leon Ramakers weet zeker dat Smeets doorgaat tot het eind der tijden. „Jan sterft in het harnas. Als hij – ziek en gebrekkig – er niet meer bij kan zijn, overleeft hij dat niet.”

In het Limburgs Museum in Venlo is tot en met 6 september de tentoonstelling 40 jaar Pinkpop. De keuze van Jan Smeets te zien.

Vanavond op Ned. 3: 40 jaar Pinkpop, 21.30-22.30 uur

Interview met Pinkpop-act White Lies: pagina 8