'Kampioenschap is bijkomstigheid'

De waterpoloërs van GZC Donk behaalden gisteren voor het tweede jaar op rij de nationale titel.

Trainer Robin van Galen (37) won gisteren met de waterpoloërs van GZC Donk de nationale titel. Het was de tweede titel op rij voor de club uit Gouda, dat thuisvoordeel had. Donk was in de derde en beslissende wedstrijd van de play-offs met 9-7 te sterk voor PSV. In de bekerfinale won Donk ook van de Eindhovenaren. Van Galen volgde gisteren een groot deel van het duel in de kantine, de oud-coach van de ‘gouden’ olympische waterpolosters kreeg aan het einde van de tweede periode zijn tweede gele kaart. Zijn assistent kreeg later rood. Van Galen: „Ik heb geen goed woord over voor de arbitrage.”

Het was een spannende finaleserie.

„Ja. Het thuisvoordeel was doorslaggevend. Over drie wedstrijden vond ik ons duidelijk de sterkste. Het is mooi dat de club voor het tweede jaar op rij de dubbel pakt. Langzaamaan begint Donk een waterpolobolwerk te worden. Maar op lange termijn is het doel om ieder jaar in de topvier te eindigen, het kampioenschap is een bijkomstigheid.”

Wat is het verschil met een finale op de Olympische Spelen en de beslissende wedstrijd om het Nederlands kampioenschap?

„Dat is niet te vergelijken. Maar de ontlading en het gevoel van winnen zijn hetzelfde.”

Waarom kreeg u twee keer geel?

„De regel is dat je staand mag coachen als je ploeg in de aanval is en je moet zitten wanneer ze verdedigen. Ik stond te coachen terwijl mijn team verdedigde. Dat heb ik heel de competitie gedaan, en daar is nooit wat van gezegd. Als je de regels zo pietluttig volgt, moet je je schamen. Kinderachtig. Ik kreeg het gevoel dat de arbiters me bewust opzochten: alsof ze de coach die goud won op de Spelen op zijn plek wilden zetten.”