Kamer moet afstand nemen tot Nationaal Historisch Museum

In de cultuursector bestaat een stroming die blij is met elke politieke aandacht voor de sector, omdat dit de politieke relevantie van de cultuur aantoont. Het Nationaal Historisch Museum zou in die lezing blij moeten zijn met de grote aandacht vanuit de Kamer voor de beslissingen rond locatie en concept. Bij die gedachtegang zijn vraagtekens te plaatsen.

De politieke relevantie van het Nationaal Historisch Museum hoeft immers niet bevestigd te worden door een politiek debat. Die relevantie is er, al was het maar omdat het initiatief ertoe is genomen door de Kamer. En die relevantie wordt, voor zover ik dat kan overzien, ook door de raad van toezicht en de directie onderkend. Zij brengen hun concepten en plannen in discussie, niet alleen met de Kamer, maar ook en juist met vakgenoten, belanghebbenden en met het beoogde publiek.

Tegelijkertijd is het juist die relevantie die de Kamer ertoe zou moeten brengen zich terughoudend op te stellen. Juist een historisch museum, een bedrijf dat zich ten doel stelt in historisch perspectief te reflecteren op de Nederlandse samenleving, zal afstand nodig hebben van de dagelijkse politieke werkelijkheid om die reflectie te kunnen plegen. Net als hij tijd en rust nodig heeft om tot een voldragen concept te kunnen komen. Als democratische politici die opdracht serieus nemen, houden ze afstand van de wijze waarop dit vorm krijgt. Het over de hoofden van minister en raad van toezicht aanspreken van de directie over inhoud en vorm brengt schade toe aan de traditie van culturele governance en zet een precedent voor verdere politieke inmenging in de kunsten en de media.

De vereiste afstand komt ook tot uitdrukking in de organisatievorm die is gekozen; die van een verzelfstandigd Rijksmuseum. Een zelfstandige stichting, met een directeur/bestuurder en een raad van toezicht, die binnen de randvoorwaarden van de financiële mogelijkheden haar taken dient te vervullen. Die opdracht, om - voor zover dat mogelijk is - een rendabel en financieel gezond bedrijf te maken, is een tweede reden voor terughoudendheid door de Kamer. Het vasthouden aan wensenlijstjes zonder daarbij de kosten in het oog te houden, heeft al vaak tot problemen geleid. Laat de directie en de raad van toezicht hun werk doen.