Ideologie sluipt in debat over de crisis

Het duurde even, maar de crisis heeft ook de Nederlandse politiek ideologisch wakker geschud. Gisteren leverde PvdA-partijleider Wouter Bos in Buitenhof zijn bijdrage door premier Balkenende toe te voegen dat hij „wat minder naïef” moet geloven in de kracht van de markt. Hij reageerde op een artikel van de premier vorige week, waarin de CDA-leider de crisis niet aan marktfalen, maar aan „menselijk falen” weet. Bos: „Als er een inbraak is, moet je niet alleen de inbreker aanspreken, maar ook je sluitwerk verbeteren en zorgen dat er politie op straat is.”

De leiders van de twee grote coalitiepartijen volgen hiermee een internationale ontwikkeling. Want in het buitenland sloop de ideologie al eerder, en opzichtiger, in het crisisdebat. Protagonisten van de vrije markt proberen daarbij het debat te beperken tot financieel toezicht. Voor gemeenschapsdenkers als Amitai Etzioni, met hun fans in zowel sociaal-democratische als christen-democratische kring, kan de discussie daarentegen niet breed genoeg worden gevoerd. Zo vragen zij aandacht voor de negatieve invloed die de publieke moraal van de markt op de private moraal van burgers heeft gehad. En voor de zichtbare gevolgen daarvan.

Balkenendes opinieartikel was in eerste instantie een pleidooi voor het behoud van „dynamiek in een vrije marktomgeving”. Maar de premier schreef ook dat de „burgersamenleving, overheid en markt falen, als de individuele verantwoordelijkheid van mensen uit beeld verdwijnt”.

Oppositieleider Agnes Kant (SP) reageerde ogenblikkelijk. Juist het systeem heeft gefaald. De crisis is het gevolg van een „verkeerde politiek”, van liberalisering, flexibilisering en privatisering. „De overheid werd haar macht en overzicht ontnomen.”

Vervolg Bos: pagina 3

Politiek pakt het primaat terug

Bos had enkele maanden eerder, in De wereld draait door, al beweerd dat „wij allemaal” schuldig zijn aan de crisis. Door onze hebzucht. Dat is een opvallende analyse, omdat ook zijn PvdA in de jaren negentig het marktdenken volgde. Daarin staat de gedachte centraal dat individuele hebzucht, via de onzichtbare hand van de markt, juist motor is van collectieve vooruitgang. Hoe die vooruitgang moet worden verdeeld – ten koste van markefficiëntie – is vers twee.

Op dat punt twist de PvdA vooral met de VVD, een partij waarmee de sociaal-democraten acht jaar regeerden en die in Nederland het marktdenken het stevigste propageerde. Nu zeggen ze bij de VVD dat de marktmeesters hebben gefaald. Partij-ideoloog Frank Ankersmit vond dat antwoord te karig en zegde zijn lidmaatschap op. De politiek, en ook zijn partij, moet in staat zijn de fouten van de jaren negentig toe te geven, toen de politiek zichzelf volgens Ankersmit tot „het slaafje” van de economie heeft gemaakt.

Bij de ChristenUnie wordt aangesloten bij de analyse van de crisis die, vooral in Amerika, komt van gemeenschapsdenkers als Etzioni en Michael Walzer. Deze denkers beweren dat het prijzen van de markt belangrijke deugden voor een goede samenleving verdrukt. Voormalig directeur van het wetenschappelijk instituut van de ChristenUnie, Roel Kuiper, volgt ze in het onlangs verschenen boek Moreel kapitaal. Door de „ontregeling” (moreel en economisch) van de huidige „contractsamenleving” eroderen niet alleen klassieke deugden als gematigdheid, wellevendheid en rechtvaardigheid, maar ook christelijke deugden als liefde en trouw.

Balkenende wil niet zo ver gaan, al noemde hij Etzioni jarenlang een van zijn leermeesters. Markt kan volgens de CDA-leider niet zonder moraal, maar de markt holt die moraal niet uit, zoals zijn partijgenoot Piet Hein Donner eerder wel heeft beweerd.

Dat is goed nieuws voor hen die liever niets zien veranderen, zegt Michael Walzer. De 97-jarige politiek filosoof waarschuwde al aan het begin van de crisis: als de politiek de schuld geeft aan de bankiers, als mensen, zullen de vrijemarktdenkers profiteren. Er zal dan immers niets worden gedaan aan de politieke uitwerking van het marktdenken. Wat er echt moet gebeuren, schreef Walzer, is „staatsmacht wegnemen van hen die een hekel hebben aan de staat.”

Dat de politiek weer het primaat over de economie moet krijgen, daar zijn alle partijen het inmiddels over eens, in verschillende gradaties. Vorige week vroeg de Tweede Kamer zelfs met klem aan de minister van Financiën of hij de gebrekkige (lees zuinige) kredietverstrekking van de angstig geworden banken niet kan breken. Dat is een politieke inmenging die in de afgelopen decennia niet goed voorstelbaar was.

Vormden de debatten over de crisis tot nu toe vooral een bedrijfseconomische twist, nu staat de relatie markt en overheid op het spel. De les die de chef-staf van het Witte Huis, Rahm Emanuel, onlangs aan Obama gaf, lijkt ook hier te zijn geland. „Verkwist nooit een ernstige crisis.” Natuurlijk, om langgekoesterd beleid door te drukken.

Maar ook om fundamentele politiek-ideologische tegenstellingen over het voetlicht te brengen. Wellicht binnenkort zelfs in de Tweede Kamer, waar aanstaande donderdag de fractievoorzitters in het kader van Verantwoordingsdag met elkaar zullen debatteren.

Zie voor het artikel van Amitai Etzioni: nrc.nl/opinie

    • Pieter van Os