Geen hek om de bank

Welk financieel systeem moet prevaleren na de kredietcrisis? Die fundamentele vraag werpt zich op nu de sector enigszins lijkt te stabiliseren. Het antwoord mag niet te lang op zich laten wachten. Nu veel banken afhankelijk zijn van staatssteun heeft de overheid de macht om de ordening, de werkwijzen en de mores in de sector te veranderen. Zodra steun niet meer nodig is, wordt dat lastiger. In de VS is de race tussen de grote banken al begonnen om de overheidshulp zo snel mogelijk af te betalen. Hoe eerder zij onder het juk van de staat uit zijn, hoe minder kans er is op grootscheepse wijzigingen die de branche ongewenst acht.

In Nederland heeft minister Bos gisteren afgetrapt met een pleidooi voor kleinere banken die dieper geworteld zijn in de samenleving. Voor wereldwijd opererende banken, die zich over de volle breedte bezighouden met financiële dienstverlening, is volgens hem geen plaats meer. Bovendien zouden pensioenfondsen grootaandeelhouders in de banken moeten worden. Deze zienswijze komt erop neer dat banken voornamelijk binnen de landsgrenzen burgers en bedrijven bedienen, en in bezit zijn van de Nederlandse burgers zelf, via hun pensioenfonds. Zo bekeken beschouwt minister Bos de banken als een nutssector: naast gas, water en licht nu ook financiën als een maatschappelijke, en niet per se op winstmaximalisatie gerichte bedrijvigheid.

Er is een probleem met deze visie. Gas, water en licht zijn al enige tijd niet meer in handen van exclusief Nederlandse ondernemingen. Dat geldt ook voor die andere voormalige nutssector: post, telefoon en (tegenwoordig) internet.

In wezen breekt Bos met zijn pleidooi voor nutsbanken dan ook een lans voor het herstellen van de verhoudingen van weleer in alle sectoren. Want waarom zouden alleen voor de banksector zulke beperkingen moeten gelden? De maatschappij heeft meer essentiële infrastructuur dan alleen het financiële stelsel. Water en vooral energie worden in de toekomst schaars, en krijgen een nog strategischer betekenis dan zij nu al hebben. Moeten daarvoor ook de grenzen dicht, de schaal omlaag en de aandelen in meerderheid verplicht bij de pensioenfondsen? En geldt dat laatste dan eigenlijk ook niet voor de staatsschuld?

Veranderingen in de financiële sector zijn hard nodig. Het is onwaarschijnlijk dat banken deze uit zichzelf zullen bewerkstelligen. De zelfgenoegzaamheid is groot, het schuldbesef bedroevend laag. Er zijn helaas maar weinig tekenen dat de sector iets fundamenteels van de crisis heeft geleerd. Een strikte scheiding tussen reguliere systeembanken, die spaargeld ophalen en uitlenen, en zakenbanken, die voor eigen rekening en risico speculeren, is het overwegen waard.

Betere risicobeheersing en versterkt toezicht zijn ook hard nodig. Dat kan niet anders dan in internationaal, allereerst in Europees, verband. Maar het is te drastisch om de grenzen dicht te gooien en de ondernemingszin te beteugelen.

Bos moet het ijzer smeden nu het heet is. Maar dat betekent niet dat hij er meteen een hekwerk van moet maken.