Gapend gat in de begroting

De internationale financiële crisis is hard aangekomen in Nicaragua.

En nu dreigen donoren, waaronder Nederland, ook de geldkraan dicht te draaien.

Op Carretera a Masaya, een brede avenue die Managua doorkruist, zijn eerste indrukken misleidend. De winkelcentra en de onontkoombare billboards geven de hoofdstad van Nicaragua bijna de allure van een eerstewereldstad.

Maar de schijn bedriegt in het Midden-Amerikaanse land waar 80 procent van de bevolking moet leven van minder dan 2 dollar per dag. De nood is dezer dagen hoog. De internationale financiële crisis heeft het land hard geraakt. En uitzicht op verlossing is nog ver weg. Want juist in deze tijd is een belangrijk deel van de internationale ontwikkelingshulp bevroren, ook door Den Haag. De reden: bij lokale verkiezingen vorig jaar zouden onregelmatigheden hebben plaatsgehad. Twee oppositiepartijen mochten op basis van dubieuze redenen ineens niet deelnemen aan die verkiezingen.

De Nicaraguaanse regering ontkent echter de aantijgingen. Sinds begin 2007 wordt Nicaragua weer geregeerd door Frente Sandinista de Liberación Nacional (FSLN), onder leiding van Daniel Ortega. In korte tijd heeft de Sandinistenleider zich laten kennen als wellicht de grootste volger van de Venezolaanse president Hugo Chávez en diens socialistische revolutie. Hij wordt van dictatoriaal optreden beschuldigd. Hij zou vooral regeren door middel van decreten, zo zegt de oppositie, waarbij het parlement links en rechts wordt gepasseerd.

Ortega’s regering dreigt nu als gevolg van de bevriezingen van financiële hulp door de internationale gemeenschap zo’n 100 miljoen dollar mis te lopen, goed voor 6 procent van de nationale begroting. Het is essentiële steun voor een van de armste landen van het westelijke halfrond.

Het gat in de begroting heeft verstrekkende gevolgen. Het IMF weigert vanwege het tekort het nationale budget goed te keuren, waardoor nieuwe leningen uitblijven van de Wereldbank en de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank. Zij kunnen alleen met geld over de brug komen als het IMF instemt met de begroting.

„De situatie is ernstig voor Nicaragua. Dit kan tot een kapitaalvlucht leiden en de crisis verergeren”, zegt Hans Wessels, hoofd ontwikkelingssamenwerking van de Nederlandse ambassade in Managua. De ambassade is namens de Nederlandse staat een van de gesprekspartners van onder meer het Nicaraguaanse ministerie van Financiën als het gaat om ontwikkelingshulp.

In december vorig jaar maakte minister Koenders (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) bekend de zogeheten begrotingssteun voor 2009 aan Nicaragua op te schorten vanwege de vermoede verkiezingsfraude. Nederland maakt deel uit van een donorgroep, met onder meer Finland, Duitsland, de Wereldbank en de Europese Commissie. De totale bijdrage van deze donorclub aan het landelijke budget komt dus op jaarbasis neer op ongeveer 100 miljoen dollar. Net als de donorgroep hebben ook de VS hun ontwikkelingshulp aan Nicaragua bevroren.

In 2005 bedroeg de Nederlandse inbreng aan de begroting van Nicaragua nog 5 miljoen euro, terwijl dat in 2007 was opgevoerd tot 12 miljoen. Over 2008 heeft de regering van Ortega slechts de helft ontvangen, als gevolg van de ingreep van Koenders, terwijl dit jaar de begrotingssteun volledig tot stilstand is gekomen.

Voorlopig kan Ortega nog wel rekenen op steun van Venezuela. Buiten de begroting om heeft de sandinistische partij de afgelopen jaren olie ontvangen van Chávez, tegen gunstige voorwaarden. Maar deze inkomstenbron staat onder druk. Chávez heeft noodgedwongen – door de financiële crisis en de gedaalde olieprijzen – dit soort steun aan bevriende naties als Nicaragua, Bolivia en Cuba tot het minimum teruggebracht.

Pijnlijk voor Ortega, die het liefst zo min mogelijk zaken doet met de Europese Unie en de VS – de afgelopen twee jaar haalde hij onder meer de banden met Libië, Iran en Senegal aan. De internationale financiële crisis laat de Nicaraguaanse president echter weinig ruimte voor alternatieven. Dus is hij toch maar weer de dialoog aangegaan met de donorgroep. „Onze boodschap tijdens overleg is dat de overheid zelf het vertrouwen van de bevolking in de democratie moet herstellen. Dat is een voorwaarde voor het opheffen van de bevriezing van de hulp”, zegt Wessels.

Ondanks de kritiek op het sandinistische regime, heeft de internationale gemeenschap ook oog voor positieve ontwikkelingen. Zoals de introductie van gratis onderwijs en gezondheidszorg in het land. De kraambedsterfte is bijvoorbeeld door de verbeterde zorg behoorlijk geslonken. Nederland is daarom wel doorgegaan met het verstrekken van directe hulp aan projecten in de onderwijs- en gezondheidzorgsectoren en die het ondernemingsklimaat bevorderen. In 2008 bedroeg die financiële steun 19,5 miljoen euro.

Parallel aan de Nederlandse staat opereert eveneens het Landelijk Beraad Stedenbanden Nederland-Nicaragua (LBSNN). Deze stedenbanden dateren uit de jaren zeventig en tachtig, toen er internationaal grote solidariteit bestond met de sandinistische revolutie (1979). Een verzameling Nederlandse gemeentes werkt binnen deze banden nog steeds samen met vijftien Nicaraguaanse steden, waarvan de meeste momenteel worden bestuurd door sandinisten.

In het kantoor van LBSNN legt José Antonio Castillo, vertegenwoordiger namens de Nederlandse gemeenten, uit hoe de organisatie functioneert. Hij zegt: „Wij proberen te laten zien dat samenwerking op lokaal niveau mogelijk is. Bij onze projecten zijn bestuurders, ondernemers en ngo’s betrokken. Je houdt zo de deur open om onderwerpen als vrije verkiezingen aan te kaarten bij bestuurders.”

Op jaarbasis besteedt LBSNN zo’n 2,5 miljoen euro aan lokale projecten. De nadruk ligt daarbij op ondernemerschap en technisch onderwijs. Castillo zegt: „Wij hebben een project met koffieboeren in Chinandega. Het is de bedoeling dat ze hun productie verbeteren, toegang tot krediet krijgen. Ook werken we samen met een ngo die de technische scholing van de koffieboeren verzorgt. Op die manier kun je hier zeker iets bereiken, niet door weg te lopen.”

Het is een mening die Wessels, hoofd ontwikkelingsamenwerking van de Nederlandse ambassade deelt. Het is volgens hem geen goede zaak om weg te gaan uit Nicaragua. „Het kost enorm veel energie en tijd om iets op te bouwen.”