Ex-president Z-Korea pleegt zelfmoord

Hij zou de rest van zijn leven anderen toch alleen maar tot last zijn geweest, had Roh Moo-hyun in een verdrietig afscheidsbriefje geschreven. Vijftien maanden nadat hij was vertrokken als president van Zuid-Korea, pleegde Roh (62) afgelopen zaterdag zelfmoord door van een rotskam te springen bij zijn woning in Bongha, een gehucht in het zuidwesten van het land.

De laatste maanden van zijn leven was hij de gevangene van een groot onderzoek naar corruptie. Hij voelde zich gedetineerd in zijn huis in Bongha waar familieleden en kennissen niet meer durfden te komen omdat er voortdurend fotografen en verslaggevers op de loer lagen. Roh, president van 2003 tot 2008, zou tijdens zijn bewind miljoenen euro’s aan steekpenningen hebben aangenomen van een bevriende zakenman.

Hij kwam voort uit de democratiseringsbeweging die in de jaren tachtig een einde maakte aan de militaire dictatuur in Zuid-Korea. Zijn verkiezing was vooral mogelijk gemaakt door de jonge generatie die in de ‘buitenstaander’ Roh de ideale man zag om de corruptie in het land aan te pakken en die verdere ontspanning met Noord-Korea mogelijk zou maken.

Roh was een outsider in de Zuid-Koreaanse politiek en leek vrij van dubieuze relaties: hij was afkomstig uit een boerengezin, had alleen middelbare school, maar werkte zich op tot mensenrechtenadvocaat. Roh was voorstander van de vreedzame Zonneschijnpolitiek van zijn voorganger Kim Dae-jung. Tegen het einde was Roh echter de steun van de bevolking kwijt. Hij kreeg de schuld van de tanende economische groei, oplopende werkloosheid en sterk stijgende huizenprijzen. Het draagvlak onder de vriendelijke politiek tegenover Noord-Korea was door de kernproef door dat land, in 2006, geslonken.