Even biertje drinken is er niet meer bij

Delta Lloyd begon de Ocean Race als vriendenproject.

Na een metamorfose op zee, waarbij zelfs de schipper van boord werd gehaald, is het een professionele onderneming.

Op het eerste gezicht lijkt alles bij het oude als de Delta Lloyd zondag in alle vroegte afmeert in de donkere haven van Galway, aan de Ierse westkust. Maar in werkelijkheid is bijna alles – behalve het zwart-blauwe uiterlijk – anders op de boot die acht maanden geleden rammelend de Europese wateren verliet voor een ongewis avontuur in de Volvo Ocean Race. Twee podiumplaatsen en een vijfde plek gisteren, in de zevende etappe, getuigen van de extreme makeover die het jacht en vooral de bemanning sinds de start onderging.

„Een wereld van verschil”, zegt Gerd-Jan Poortman. Hij is met landgenoot Ed van Lierde en de Nieuw-Zeelander Stu Wilson de enige die nog over is van de oorspronkelijke bemanning van tien zeilers. De rest, onder wie de schipper en booteigenaar, de Ierse zakenman Ger O’Rourke, was eenvoudig niet goed genoeg, erkennen directeur Tom Touber van Team Delta Lloyd en coach Maurice Paardenkooper nu. „Ger is projectontwikkelaar, een amateurzeiler”, zegt Touber. „Hij heeft zichzelf zwaar overschat.” Ook van de navigator die O’Rourke had gecontracteerd, de Amerikaan Matt Gregory, wist Paardenkooper al „bij het afduwen in Alicante” dat hij zou moeten worden vervangen.

Maar veel keus had Delta Lloyd niet gehad toen het zich met O’Rourkes boot, voorheen ABN Amro I, drie weken voor de start inschreef. De Iers-Nederlandse coalitie had moeite genoeg het jacht zeilklaar te krijgen; de lijm op het dek was letterlijk nog nat toen de boot Alicante verliet. Sceptici spraken van een houtje-touwtjecampagne, afgezet tegen de miljoenenprojecten van tegenstanders als Ericsson en Telefonica.

Delta Lloyd had daartussen weinig te zoeken, wisten Touber en Paardenkooper, die beiden betrokken waren geweest bij de ABN Amro-boten. Toch deden ze mee, mede op advies van de Argentijnse ontwerper van het jacht, Juan Kouyoumdjian. Hij kon het weten, want hij was ook verantwoordelijk voor de opvolgers van de twee ABN Amro-boten uit de vorige editie van de race, de twee Ericssons. Touber: „Juan meende dat de boot nog steeds het podium kon halen – onder een paar voorwaarden: bemanning, bemanning, bemanning.”

Dat was het probleem met de zeilers die O’Rourke had verzameld. „Ger wilde met zijn vrienden de wereld rond, wij wilden voldoen aan de hoogste professionele criteria”, zegt Touber. De Ier werd zelf in Kaapstad het eerste slachtoffer, na de eerste etappe. Hij zag in dat hij niet goed genoeg was in een vloot met doorgewinterde schippers als Torben Grael (Ericsson 4), Ken Read (Puma) en Bouwe Bekking (Telefonica Blue), zegt zeilcoach Paardenkooper. „Anders hadden wij hem van boord gehaald.”

Touber en Paardenkooper waren al weken op zoek geweest naar betere zeilers. Touber: „We hebben ons tienduizend keer het hoofd gebroken over een nieuwe schipper.” De eerste kandidaat was de Nederlander Roy Heiner. „Maar hij wil alleen meedoen aan een campagne met drie jaar voorbereiding.” De talentvolle Spanjaard Roberto Bermudez hapte wel toe. In de maanden daarop maakten ook andere vrienden van O’Rourke plaats voor professionals, zoals navigator Wouter Verbraak, wachtleider Nick Bice (Australië) en de stuurmannen Ben Costello (Nieuw Zeeland) en André Fonseca (Brazilië).

Met die wissels kwam ook een eind aan alle incidenten en averij aan boord, die volgens Paardenkooper „voor 85 procent” te wijten was aan menselijk handelen. „Als een onervaren zeiler verkeerd reageert op iets dat fout gaat, wordt het erger. Dan gaan dingen breken.” Ook voor de ervaren zeilers aan boord was dat frustrerend. Poortman: „Ik voelde me in het begin vooral leraar op een zeilschool. Maar ik was van tevoren gewaarschuwd dat ik geduld moest hebben.”

Ook de bemanning op de wal werd gewisseld. „Onervaren zeilers merken niet dat de shore crew ook niet goed genoeg is”, zegt Touber. „Ook al rommelen ze maar wat aan.” Poortman merkte het wel. „Ik was soms best bang wat er nu weer zou breken. Een zaling, de kielophanging, de watermaker. Door mismanagement op de wal bleven dingen kapotgaan. Je vertrouwt de boot niet meer.”

Zo veranderde het vriendenproject in de loop van de maanden compleet. Dat kon pas nadat O’Rourke op een zijspoor was gezet. De breuk tussen Delta Lloyd en de booteigenaar werd geforceerd nadat de boot in januari was lekgeslagen – en bijna gezonken – in een zware storm bij Taiwan.

De boot sleepte zich naar de haven van Keelong, maar het scheelde niets of de Delta Lloyd had de race daar voorgoed gestaakt. Reparatie was mogelijk, maar Touber zag alleen kans met een competitieve boot terug te keren zonder de verdere bemoeienis van O’Rourke. „Consensus zoeken kostte te veel tijd. Wij hebben hem gezegd dat wij alleen verder wilden als Delta Lloyd de campagne volledig zelfstandig in handen kreeg.” Aanvankelijk weigerde de Ier. „Uiteindelijk zijn we met een behoorlijk conflict uit elkaar gegaan.” O’Rourke trok zich terug en gaf Delta Lloyd de vrije hand. Touber: „Sindsdien huren we zijn boot.”

Dat was het startsein voor de reset van de campagne, die veranderde van een jongensdroom tot een professionele onderneming. Touber: „Onder O’Rourke moest het vooral gezellig zijn. In Alicante ging iedereen na het werk even een biertje drinken in het café. Dat is nu onbespreekbaar, ook niet voor de shore crew. De focus ligt op zo hard mogelijk varen.” Dat merkt ook Poortman aan boord. „We hebben nu een groep met jonge, goede zeilers. Ik denk echt dat wij een etappe kunnen winnen.”

    • Rob Schoof