Die priemgetallen

De eenzaamheid van de priemgetallen Paolo Giordano

Heb jij die priemgetallen al gelezen? Nee? (ongeloof) Moet je doen! (bevel)

Neem dat ter harte, anders word je buiten het priemgetallen-universum gesloten. Sommige boeken hebben dat, zo’n mythische status. Waarbij ingewijden elkaar aan iets onzichtbaars herkennen, enkel minzame knikjes hoeven uit te wisselen en niet-priemgetallers weghonen met tsss. ‘Wat weten zij nou van de wereld, zij kennen de priemgetallen nog niet eens’.

De rest doet z’n werk: De eenzaamheid van de priemgetallen stijgt wekelijks hoger in de hitlijsten. Ziedaar de geboorte van een bestseller.

Maar er is meer. Het aantrekkelijke omslag helpt ook goed mee. Want eenmaal gezien, vergeet je het beeld niet meer. Een meisje met prachtige donkere blik kijkt je aan, half verscholen achter een struik. Zoals Mona Lisa. Vanuit welke hoek je ook kijkt, ze blijft je blik volgen. Is het misschien Michella? Zij is het zwakbegaafde tweelingzusje van Mattia, plots van de aardbodem verdwenen nadat hij haar achterliet op een bankje in het park. Omdat hij liever alleen ging naar het partijtje van een klasgenootje.

En dan is er – zogenaamd – terloops ook nog het succesverhaal rond de auteur. Want Paolo Giordano is pas 26 en eigenlijk bezig te promoveren als natuurkundige. Hij is helemaal geen romanschrijver van beroep en schreef dus min of meer per ongeluk dit meesterwerk. En ja, hij is erg knap, deze blauwogige Italiaan. Voor de verkoopcijfers ook niet onbelangrijk. De foto op de flap is dan ook lekker groot.

Nee, dan inhoudelijk. Alle figuranten in de De eenzaamheid van de priemgetallen zijn op z’n minst ‘anders’. Een immer handenwringende stuurs voor zich uitstarende moeder die haar enige dochter verloor in het park en sindsdien de zoon die het meisje achterliet niet meer kan aankijken. Die zoon dus, die een zichzelf snijdende nerdy wiskundige is geworden en elk warm menselijk contact vermijdt. En natuurlijk Alice, in de vernieling geholpen door een te fanatieke vader en in de greep van de mooie Viola. Zij is het populairste meisje van de klas, maar wel een kreng. Allemaal individuen binnen hun disfunctionele families. Voor elk wat wils, zou je zeggen.

En de eerst zin is altijd bepalend natuurlijk: ’Ze deed het in haar broek. Niet alleen plas. Nee. Alice poepte in haar broek, om precies negen uur op een ochtend in januari.’ Overigens niet echt de eerste zin, maar wel de zin die je als eerste zin onthoudt. Iets met poep, pies of seks en je leest het boek in een ruk uit. Hoewel seks, daar doen de ‘bevriende’ (of is het ‘tot elkaar veroordeelde’?) hoofdpersonen Mattia en Alice dan weer niet aan, onderling. Hun verbintenis is gebaseerd op een ingewikkelde non-communicatieve machtsverhouding, waarin geen plaats lijkt voor affectie. Zo schrikbarend onherkenbaar. Echt heel goed. Moet je lezen, dit boek.

Viola Lindner

    • Viola Lindner