De stille weemoed van een champagnebar

Theater Humeuren van de stad van Paul Pourveur door Het Zuidelijk Toneel. Gezien: 22/5 Theaterfestival Hartstocht, Tilburg. T/m 26/6. Inl.: www.hzt.nl ***

Het verkeer van Tilburg raast dwars door het toneelspel heen; een pizzakoerier maakt een slalom. Op de vluchtheuvel staat een jongeman. Aan de andere kant van het kruispunt een jonge vrouw. De laatste twee horen bij Het Zuidelijk Toneel en vertolken twee wanhopige stadsbewoners in het stuk Humeuren van de stad door Paul Pourveur. Auto’s en pizzakoerier zijn toevallige passanten.

Deze scène vormt een van de sleutels tot het Theaterfestival Hartstocht, dat Het Zuidelijk Toneel (HZT) de aankomende maanden brengt in zes zuidelijke steden. Artistiek leider Matthijs Rümke wil nieuw Nederlands repertoire uitproberen, en stuurt zijn gezelschap naar de uithoeken van de stad. Niet langer is theater uitsluitend in schouwburgen te zien, maar overal waar, zoals Rümke het uitdrukt, „de architectuur van de stad invloed heeft op de gemoedstoestand van de mensen die er wonen”. Ook de inwoners van de stad zijn deelnemers. In het hart van Tilburg, op de Heuvelring, staat de installatie Boom. Een acht meter hoge kubus van ragfijne koorden van ijzerdraad, versierd met percussie-instrumenten, biedt de mogelijkheid aan stadsgenoten tot het vertellen van hun verhaal. De geheimzinnige jongeman Ben nodigt hen daartoe uit.

Het idee van Pourveurs Humeuren van de stad is boeiend. De toeschouwers dwalen als een groep ontheemden door de stad, luisterend via koptelefoons naar spelers die op een straathoek, in een winkelgalerij of appartement een soms grillig, dan weer poëtisch toneelspel opvoeren. Maar de falende techniek en het logistieke gedoe dingen ernstig af op de kwaliteit. Wachten, dralen en suizende koptelefoons zorgen ervoor dat de niet meer dan zeventig minuten echt theater worden gerekt tot vier uur rondhangen.

Dat is jammer voor Pourveurs geconcentreerde tekst en het krachtige spel van de acteurs. De temperamenten van de stad zijn, in Pourveurs visie, ook de menselijk humeuren: cholerisch, sanguinisch, melancholisch en flegmatisch. Cholerisch is het drietal kinderen dat zojuist van de begrafenis van hun vader komt, architect van een winkelgalerij, dit „perfide monument van consumentisme”. Dochter en twee zoons vechten een verbeten strijd uit over de erfenis. Spel en werkelijkheid vloeien in elkaar over: toeschouwers en acteurs bevinden zich in dezelfde winkelgalerij. Als het gaat over raampartijen, dan zien we die. Elders, op een bovenverdieping, dreigt een dochter zichzelf in de „dodenstad” te begeven door naar beneden te springen. Ondertussen houdt vader het met een andere vrouw. Gedoemd hedendaags ouderschap. Ik keek naar de bijna-springende dochter en kreeg hoogtevrees in haar plaats. Wat locatietheater al niet vermag.

Het mooist verwoorden auteurs en spelers de melancholie, in een champagnebar. Animeermeisjes met wie je niets mag doen, behalve duur drinken, en mannen die hun huwelijksverdriet en eenzaamheid pogen te vergeten, vergezellen elkaar aan de bar tot diep in de nacht. Weemoedige tekst, mooi van sfeer; zo overrompelend kan locatietheater ook zijn. In die duistere, ondergrondse en schaars verlichte bar transformeren de spelers melancholie tot de grondtoon van de stad.

Champagnedrinken heeft opeens niets vrolijks meer.

    • Kester Freriks