'De schuldvraag is niet belangrijk, de toekomst wel'

Minister Donner (Sociale Zaken, CDA) stelt een onderzoek in naar de houdbaarheid van het pensioenstelsel. Als daaruit blijkt dat het stelsel te kwetsbaar is, is verlaging van de pensioenen volgens hem onontkoombaar.

(Foto Roel Rozenburg) DENHAAG:27MEI2003 Minister Donner (Justitie). FOTO TWEEDE CAMER/HANS KOUWENHOVEN/ROEL ROZENBURG Rozenburg, Roel

De financiële crisis heeft Nederlanders met de neus op de kwetsbare kanten van het pensioenstelsel gedrukt. Een deel van de pensioenvermogens is op de beurs verdampt. En de stijgende AOW-kosten slaan de overheidsfinanciën verder uit het lood. Blijft herstel van de financiële markten voorlopig uit, dan is ingrijpende verlaging van het pensioen onontkoombaar.

Daarom moeten de kwetsbare kanten van het pensioensysteem snel grondig worden onderzocht, zodat het stelsel kan worden versterkt. Minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken, CDA) schrijft dit vandaag in een brief aan de Tweede Kamer.

Als zaken nu op hun beloop worden gelaten, is het risico volgens de minister niet denkbeeldig, dat „het vertrouwen van de Nederlandse bevolking in het huidige pensioenstelsel wordt ondergraven”. Dat scenario moet worden voorkomen, vindt Donner. De voordelen van het op solidariteit en collectiviteit gebaseerde Nederlandse pensioensysteem zijn daarvoor „te waardevol”, schrijft hij.

Minister Donner wil binnenkort een commissie van pensioendeskundigen benoemen, die nog dit jaar onderzoekt welke lessen uit de crisis getrokken kunnen worden om het huidige aanvullende pensioenstelsel overeind te houden.

Zijn de herstelplannen die pensioenfondsen recent bij De Nederlandsche Bank hebben ingediend onvoldoende?

„Er moet een duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen maatregelen die nodig zijn om op lange termijn de pensioenen te garanderen en acties die pensioenfondsen op korte termijn moeten nemen om hun vermogenspositie te herstellen. Geld om de huidige gepensioneerden uit te betalen is er genoeg. Er komt 25 miljard aan premies binnen, terwijl 20 miljard jaarlijks moet worden uitgekeerd. Maar het vermogen dat fondsen nodig hebben voor toekomstige gepensioneerden is uitgehold door de grote verliezen op de aandelenmarkten. Dat moet worden hersteld. Pensioenfondsen hebben voorlopig besloten om de prijsstijgingen niet te corrigeren. Volgend jaar bekijkt De Nederlandse Bank, de toezichthouder, of dit voldoende is.”

Het pensionsysteem is kwetsbaar gebleken. Namen fondsen te veel risico’s op de beurs?

„Pensioenfondsen zijn de afgelopen jaren steeds risicovoller gaan beleggen. Dat was ook aantrekkelijker. Hadden ze dat niet gedaan, dan waren de premies 40 procent hoger geweest. Of de pensioenuitkeringen waren 8 procent lager geweest. Er zijn weliswaar enkele pensioenfondsen die nog steeds een gezonde dekkingsgraad hebben van 120 of 130 procent. Maar het gros van de zeshonderd fondsen is in de knel geraakt en onder de minimumgrens van 105 procent gezakt, wat betekent dat voor elke euro die wordt uitgegeven 1,05 euro of minder in kas zit. Daarom kun je niet zeggen dat het beleid van een paar bestuurders fout is geweest. De schuldvraag is niet belangrijk. Het gaat er om of de richtlijnen voor beleggen goed zijn of dat ze aangescherpt moeten worden.”

Hoe zijn financiële schokken op te vangen?

„De rentestand is voor de pensioenfondsen zeker zo belangrijk als de stand van de beurzen. De helft van de verliezen is toe te schrijven aan de lage rente waardoor de verplichtingen voor de fondsen stijgen. Daarom moet de onderzoekscommissie bekijken of de aanpassing van de Pensioenwet na de vorige beurscrisis wel afdoende is. [Het pensioen is sindsdien bijgesteld van 70 procent van het laatst verdiende loon naar 70 procent van het gemiddeld verdiende loon, red.]

„De fundamentele vraag die op tafel ligt is: hoe kunnen we er zeker van zijn dat het bedrag, dat de werknemer aan pensioen wordt gegarandeerd, over dertig jaar ook wordt uitbetaald. Het antwoord op die vraag is van groot belang want daaruit kan blijken, of er nu te veel aan pensioen wordt uitgekeerd”.

Zijn er nog wel garanties te geven over de hoogte van de toekomstige pensioenuitkering?

„Dat is wel de inzet. Het typische van het Nederlandse systeem is dat op voorhand al vast staat wat iemand aan pensioen krijgt als hij 65 jaar wordt. Gepensioneerden krijgen jaarlijks het beloofde bedrag uitgekeerd zo lang ze leven. Dat schept een enorme zekerheid. Daarom is het vertrouwen in het Nederlandse pensioensysteem zo groot. In een land als Zweden is het andersom. Daar ligt de totaalsom op voorhand vast. Ongeacht hoe oud iemand wordt. Men kiest in dat licht wanneer men met pensioen gaat. Het risico ligt bij de gepensioneerde. Daarom werken de Zweden langer. Nu ons systeem, dat op sparen berust, kwetsbaar is gebleken, is het van groot belang de goede lessen uit de financiële crisis te trekken zodat we het huidige pensioensysteem ook kunnen houden.”

Is handhaving realistisch, want naast financiële schokken bedreigt ook de vergrijzing het systeem?

„Er gaan inderdaad steeds meer mensen met pensioen en bijna 90 procent van de Nederlanders die nu met pensioen gaan, heeft naast de AOW een aanvullend pensioen. Toen de AOW in 1957 werd opgezet werkten 6,5 Nederlanders voor de AOW van een gepensioneerde. Nu zijn dat er 4 en in de toekomst nog maar 2,5. De beroepsbevolking, die de belastingen voor het sociale systeem moet opbrengen, wordt door de vergrijzing kleiner. Daarom zet het kabinet in op brede participatie en wil het de AOW-leeftijd geleidelijk met twee jaar optrekken tot 67 jaar. De overheid is dan minder uitgaven aan AOW kwijt.”

De vakcentrale FNV ziet meer in lastenverzwaring van hogere inkomens om de extra AOW- en zorgkosten op te vangen.

„Het kabinet heeft de Sociaal-Economische Raad, waarin vakbonden, werkgevers en Kroonleden zitten, de gelegenheid gegeven voor oktober een standpunt in te nemen. Voor die tijd ga ik niet op aparte standpunten in. Duidelijk is wel dat een beslissing over de AOW voor het kabinet niet alleen een kwestie van lastenverhoging is. We willen geen herhaling van de jaren tachtig toen de lasten maar doorgroeiden en het heel lang duurde om uit de problemen te komen.”

De sociale partners besturen de pensioenfondsen. Hebben jongeren en gepensioneerden voldoende medezeggenschap?

„Niet alle partijen kunnen in het bestuur zitten. Dan wordt het heel druk aan die tafel. Solidariteit tussen generaties is van wezenlijk belang. Maar ik heb geen reden te twijfelen aan de representativiteit van de sociale partners. Het lidmaatschap is niet allesbepalend. Je hoeft maar met een vinger te wijzen naar het cao-systeem of iedereen stroomt de straat op. Ik stel vast uit het gedrag van mensen dat men zich heel wel kan vinden in wat de vakbonden en werkgevers doen. We moeten bij het pensioenprobleem niet over een nacht ijs gaan. Oplossing van dit vraagstuk is wezenlijk voor de zekerheid en stabiliteit van ons maatschappelijke systeem.

Hoe?

„Eerst moet grondig onderzocht worden hoe het stelsel kan worden versterkt. Hoe wordt het systeem minder kwetsbaar voor financiële schokken? Moet medezeggenschap van gepensioneerden worden verbeterd? Hebben de fondsen verantwoord belegd? Schiet het intern toezicht op de besturen van pensioenfondsen tekort? Als we hierop antwoorden vinden, kunnen we zo meteen weloverwogen beslissingen nemen, onder andere over de vraag of uitstel van kortingen op pensioenen nog verantwoord is.”

Lees meer over pensioenen op nrc.nl/economie

    • Michèle de Waard