De Dood in een bruidsjurk op het Festival aan de Werf

'Michael Moore' van Florentijn Hofman (Foto Merijn van der Vliet) Vliet, Merijn van der

Theater Festival a/d Werf; diverse locaties in Utrecht. T/m 30/5. Inl.: festivalaandewerf.nl.****

„Als jij er niet meer bent, zal er een zee van tranen zijn? Of een vingerhoedje vol?”

Te veel vertellen zou de ervaring tenietdoen, maar de korte voorstelling Rendez-Vous, van theatermaakster Hanneke Paauwe raakt je diep. Eerst nodigt Paauwe uit een existentiële angst onder ogen te zien, in een plastische, fysieke confrontatie: je moet plaatsnemen in een doodskist. Even is dat verontrustend en onaangenaam. Dan volgt de geruststelling, en daarmee de berusting. Een prachtige vrouw cirkelt om je heen. Een engel of de Dood in een bruidsjurk? Ze schenkt je warme woorden, koele handen, tranen en een kus. Ze ondervraagt je zacht, liefdevol, en verleidt je fluisterend stil te staan bij wie je bent, wat je hebt gedaan, van wie je hebt gehouden.

De ontmoeting eindigt met een lied. Wil ik vleermuizen of vlinders in de tekst? De behoefte aan geruststelling is sterker dan de nieuwsgierigheid: vlinders. Een kwartiertje duurt het, en je vertrekt aangedaan maar opgelucht, tevreden en niet langer bang.

Rendez-Vous is dagelijks meermaals te ervaren op het Utrechtse Festival aan de Werf, dat deze week op verschillende locaties in Utrecht wordt gehouden. De Neude dient als festivalcentrum, gemarkeerd door Michael Moore: een metershoge opblaaspinguïn. Veel deelnemende kunstenaars combineren hier kunstdisciplines in bijzondere, persoonlijke en poëtische belevenissen. Zelf deelnemen, je rol als toeschouwer beschouwen en eigen verantwoordelijkheid nemen speelt binnen dit ervaringstheater een belangrijke rol.

Interessant, op een meer cerebraal niveau, is in dat opzicht ook Blinds van James Beckett. In een container op het Janskerkhof creëert Beckett met minimale middelen – 58 jaloezieën en een slim staaltje techniek – een gemeen tergende theaterervaring. Slim speelt hij met de verwachtingen van het publiek, in een mini-schouwburg-setting die niet biedt wat hij belooft. Dat irriteert eerst, en noodt dan tot twijfel en heroverweging: wat verwachtte ik hier eigenlijk überhaupt van, en waarom? Wat komt het publiek doen in het theater, op welke onthulling wordt gehoopt?

Beckett confronteert de toeschouwer met zijn eigen nieuwsgierigheid en sensatiezucht, en laat die frustrerend onbevredigd. Blinds vraagt daarin veel van de eigen fantasie. Het mooie is dat die – uiteindelijk – gretig gehoor geeft, waardoor een op papier stompzinnig idee tot een mysterieuze, en zelfs spannende ervaring wordt.

Conventioneler documentair theater brengt het Duitse collectief Rimini Protokoll in Black Tie. Actrice Miriam Yung Min Stein presenteert haar ervaringen als Zuid-Koreaans adoptiekind in het Duitse Osnabrück, op afstandelijke, bijna wetenschappelijke wijze. Aan de hand van de Koreaanse geschiedenis, ter plekke gescande adoptiedocumenten, medische verklaringen en haar DNA-profiel probeert Stein te achterhalen wie zij is, en wat ze heeft geërfd van haar Koreaanse ouders die ze niet kan opsporen.

De vorm is die van een college, waarin Stein op koele toon vertelt, en haar verhaal onderstreept met gebruik van ingenieuze multimediatechnieken. Die afstand werkt: het verhaal wordt nergens larmoyant en Steins droge vertelstijl is bij vlagen zeer komisch. Wel is de voorstelling wat aan de lange kant, en zijn de sneren naar adopterende beroemdheden enigszins gratuit. Ontroerend is het om te horen hoe Stein zichzelf als klein kind niet herkende in de spiegel, omdat ze zich net zo Duits (en dus blank en blond) voelde als haar familieleden. Niet veel later accepteert ze dat ze er overal altijd uitspringt. Tot ze tenslotte Seoul bezoekt, en zichzelf daar niet terug kan vinden in een weerspiegeling van de massa.