Zieke thuiszorg

De markt heeft z’n werk gedaan in de thuiszorg. Zorgconcern Meavita groeide en groeide – en stortte in. Uit gesprekken met hoofdrolspelers en documenten blijkt: wanbeleid. De Tweede Kamer onderzoekt het debacle binnenkort.

Thuiszorg heette ooit wijkverpleging of gezinsverzorging. Wijkzusters werkten voor kruisverenigingen, waaraan stads- en dorpsbewoners contributie betaalden. Nog omstreeks 1970 telde Nederland zo’n 2.500 organisaties voor verzorging, verpleging en huishoudelijke hulp. Maar ontzuiling en een zoektocht naar kostenbesparing leidden tot samenwerking, tot fusie, tot minder en steeds grotere thuiszorgorganisaties.

Inmiddels is alles een markt, dus ook de gezondheidszorg. Ziekenfondsen zijn opgegaan in commerciële zorgverzekeraars. De kruisverenigingen van toen verdwenen in grootschalige concerns: met raden van bestuur en commissarissen, met jaarverslagen vol winst- en verliescijfers.

Meavita Nederland is zo’n mega-zorgconcern. Of beter: was. Uit fusie na fusie ontstond per 1 januari 2007 het op één na grootste bedrijf voor thuiszorg in Nederland: met 20.000 werknemers, 100.000 cliënten en een jaaromzet van 500 miljoen euro. Werkzaam voor ruim zestig gemeenten en eenderde van de Nederlandse zorgkantoren, die het geld voor langdurige zorg verdelen.

De markt deed z’n werk. En hoe. Twee jaar later was het nieuwe zorgimperium Meavita alweer ingestort. Hoe kon dit gebeuren?

Volgens bestuurders kreeg het bedrijf te weinig tijd zich aan te passen aan nieuwe wetten en regels. Gemeenten gingen zelf zorg ‘inkopen’ en onderhandelden hard. Om z’n positie te handhaven, moest Meavita thuiszorg onder kostprijs gaan leveren. Zorgkantoren dienden concurrentie te bevorderen en werden strenger. Bezuinigingen op de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), waaruit veel langdurige zorg wordt betaald, leidden eveneens tot verliezen.

Vakbonden en Tweede Kamerleden zien andere oorzaken. Bij Meavita Nederland was think big de norm. De bestuurders hadden de organisatie niet in de hand. De top bemoeide zich te weinig met de werkmaatschappijen. En toen de problemen te groot werden, bleek er geen geld meer beschikbaar om ze op te lossen. Wanbeleid, kortom.

De problemen van Meavita staan niet op zichzelf. Volgens Actiz, de brancheorganisatie van zorgondernemers, lijdt tweederde van de thuiszorgbedrijven verlies. De Tweede Kamer wil lering trekken uit het debacle en houdt komende maand twee hoorzittingen: op 5 juni met direct betrokkenen bij Meavita, op 19 juni met andere partijen in de zorgsector.

Fuseren – het lijkt zo logisch. Ingrijpende veranderingen in de gezondheidszorg zijn voor iedereen zichtbaar. Een vergrijzende bevolking heeft meer en langduriger zorg nodig. Diezelfde vergrijzing brengt ook een groeiend personeelstekort met zich mee. Om zorg te kunnen blijven leveren en betaalbaar te houden, is efficiënter werken nodig. Met moderne technische middelen, bijvoorbeeld. Of door concurrentie te bevorderen, zoals de overheid doet. Dan móeten zorgbedrijven wel de beste kwaliteit voor de laagste prijs leveren – anders gaat de klant naar een ander. Bedrijven die de krachten bundelen, kunnen synergiewinst boeken: personeel efficiënter inzetten, meer geld vrijmaken voor innovatie. En: grote concerns worden serieuzer genomen als gesprekspartner voor politiek en (ook gefuseerde) zorgverzekeraars.

Twee worden één

Tegen deze achtergrond treffen twee middelgrote zorgconcerns elkaar in 2006. Aan de ene kant is dat de Haagse Meavitagroep, voortgekomen uit een bundeling van twee Haagse instellingen (Gemeentelijke Dienst Verpleging en Verzorging en Thuiszorg Den Haag) en een Dordtse (De Wielborgh). Aan de andere kant staat Sensire/Thuiszorg Groningen, waarin drie instellingen samengaan (de Gelderse zorggroep Sensire, het Groningse TZG en het Utrechtse Vitras).

Daan van de Meeberg, een oud-politieofficier die in 1999 naar de zorgsector is overgestapt, runt de Meavitagroep, omzet 160 miljoen. Theo Meuwese, oud-vakbondsman, leidt sinds april 2006 Sensire/TZG, omzet 300 miljoen. Opmerkelijk: eerder was hij tweede man bij Meavitagroep.

De beide zorgconcerns staan er goed voor, zeggen accountants. PricewaterhouseCoopers (PWC) rapporteert in mei 2006 dat Sensire/TZG 58,1 miljoen euro eigen vermogen heeft, en noemt dat een mooie basis voor de toekomst. Solvabiliteit: viermaal zo hoog als het gemiddelde in de branche. Rentabiliteit: idem.

Over de Meavitagroep meldt accountant Ernst & Young in december 2006 dat er „adequaat” is ingespeeld op veranderende marktwerking. Het eigen vermogen ziet er ook hier mooi uit: „Het weerstandsniveau is zeer goed.” De fusie wordt beklonken. Meuwese, die de grootste fusiepartij leidt, wordt bestuursvoorzitter. Meavitagroep levert de president-commissaris: oud-minister Loek Hermans. Van de Meeberg, gepasseerd voor de toppositie, wordt bestuurslid en kondigt aan per 2008 op te stappen.

De Haagse raad van toezicht trakteert zichzelf op een bijeenkomst met ‘feestelijk tintje’ in Londen; Van de Meeberg krijgt bij zijn vertrek naar Amersfoort een mooi afscheid in de Haagse Grote Kerk.

Ellende komt uit het westen

Een vierkoppige raad van bestuur – twee mannen, twee vrouwen – strijkt begin 2007 neer in het hoofdkantoor van Meavita Nederland in Amersfoort. Maar de twee vrouwen zijn snel weg: Sylvie Schoemaker (voorheen De Wielborgh) gaat met pensioen, Jennyke Kuiper (voorheen TZG) verdwijnt door ziekte langdurig van het toneel. Opeens zit daar de oude top van Meavita West, zoals de Haagse fusiepartner, nu werkmaatschappij, in de wandeling heet. Inclusief, aldus Jennyke Kuiper, hun „machocultuur”. Ze doelt op hun ambities als zorgondernemers, niet wars van de schijnwerpers.

Linda Groen, bestuurder bij vakbond AbvaKabo FNV, herkent die cultuur. „Ook bij de Meavitagroep vóór de fusie was het bestuur volledig extern gericht: alleen maar pronken met spectaculaire nieuwe dingen, voor de bühne. Interne aandacht? Daar waren de directeuren voor.”

In het nieuw gevormde concern dienen de problemen zich onmiddellijk aan. Pieter de Vente wordt, midden 2007, algemeen directeur bij Meavita West. Hij gelooft hij z’n ogen niet bij wat hij aantreft als hij arriveert in Den Haag. Wat hem vooraf als een „gecontroleerd tekort” van 3 miljoen was voorgespiegeld, blijkt in werkelijkheid dubbel zo groot te zijn. Hij vreest dat jaar 8 à 9 miljoen euro verlies te lijden.

De Vente stelt vast dat frequente wisseling van managers zijn bedrijf moeilijk bestuurbaar heeft gemaakt. Bij de verschillende businessunits, zoals Woonzorg en Thuiszorg, vertrekken managers als regel binnen een jaar, vaak met ruzie. De Vente: „Thuiszorg bestond uit dertien teams, die allemaal hun eigen ding deden. Daar heb je geen grip op.” De registratie bij Thuiszorg klopte niet. Door te veel geleverde – en dus niet vergoede – zorguren liep het 3,5 miljoen euro mis.

Er is nog een administratief probleem. Meuwese, eerder in Den Haag verantwoordelijk voor ICT, financiën en bedrijfsvoering, heeft veel innovatieprojecten opgezet. Hij laat geheel eigen systemen ontwikkelen – duur en tijdrovend. Voor de administratie van AWBZ-taken richt Meavitagroep de joint venture VitaPlaza op, dat „hét outsourcing-bedrijf voor heel AWBZ-Nederland” moet worden. De Vente: „Het bleek een chaos.”

Meer innovatie. Meuwese heeft veel geïnvesteerd in de TV-foon, waarmee cliënten via internet en tv – en dus sneller, met minder personeel – kunnen worden geholpen. Om cliënten aan te sluiten, zijn 10.000 kastjes besteld. Slechts enkele tientallen worden geplaatst.

De ellende kwam uit het westen, zou AbvaKabo-bestuurder Jan Kramer later zeggen. Er komt in Den Haag een probleem bij. De Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) is in 2007 van kracht geworden, en die maakt gemeenten verantwoordelijk voor de financiering en aanbesteding van eenvoudige thuishulp. De gemeente Den Haag hanteert bodemtarieven. Voor huishoudelijke hulp betaalt ze 13,75 euro per uur. (Het Meavita-bestuur laat uitzoeken dat het stadhuis voor 22 euro per uur wordt schoongemaakt.) Meavita West, indachtig de overheidswens de kwaliteit van de zorg te verbeteren, heeft juist geïnvesteerd in beter – lees: duurder – personeel. Dat kan niet uit. Het Meavita-hoofdkantoor probeert de zwaar verliesgevende tak te verkopen aan schoonmaakbedrijf Asito, maar het personeel ligt dwars: we zijn toch geen schoonmakers?! Van de Meeberg krijgt „een schuimbekkende” vakbondsman Jan Kramer tegenover zich en haalt bakzeil. Een duivels dilemma, schetst Van de Meeberg: „We hadden het verschil uitgerekend: mét een Haags WMO-contract zouden we in twee jaar 8 miljoen verlies lijden en zonder contract 1.500 man eruit en 12 miljoen reorganisatiekosten. Achteraf had ik moeten zeggen: die verkoop gaat door, hoe dan ook.”

De crisis kost topman Meuwese na negen maanden voorzitterschap de kop. „Het lukte hem niet partijen bij elkaar te brengen”, zal president-commissaris Loek Hermans verklaren. Meuwese, voor 229.000 euro op de loonlijst, krijgt 469.000 euro vertrekpremie mee. De voormalige vakbondsbestuurder richt Meapecunia BV op.

Van de Meeberg neemt per 1 oktober 2007 loyaal het stuur over en belooft zijn commissarissen tot juli 2008 te blijven. Accountant PWC onderzoekt alle werkmaatschappijen en noemt de financiële situatie van Meavita Nederland „zorgelijk”. Bedrijfsonderzoeker Pieter Lakeman, door de groepsondernemingsraad ingeschakeld, constateert dat Meavita veel te laat op de WMO heeft gereageerd en zonder drastische ingrepen failliet gaat. Wanbeleid, oordeelt hij, ook van bestuur en commissarissen bij Meavita Nederland.

Van de Meeberg weerspreekt Lakemans oordeel. Hij zegt: „2007 was een rampjaar voor de thuiszorg als geheel.” Te veel geleverde zorg werd niet langer vergoed. Allerlei tarieven gingen naar beneden. Cliënten werden naar minder dure zorg gedirigeerd. „Volksgezondheid draaide aan allerlei knoppen, en veel te snel. En daar kwam de WMO nog eens overheen...”

Met de Haagse directeur De Vente maakt Van de Meeberg een saneringsplan voor Meavita West, waar dan verreweg de meeste aandacht van het hoofdkantoor naar uitgaat . De Vente belegt enkele „gistende” bijeenkomsten om uit te leggen waarom een kwart van zijn personeel moet worden ontslagen. „Ze waren ontzettend boos.”

Ellende komt niet alleen uit het westen

Maar de ellende komt niet alleen uit het westen. Werkmaatschappijen Thuiszorg Groningen en Sensire krijgen problemen doordat ze veel meer AWBZ-diensten leveren dan ze hebben afgesproken met de zorgkantoren van verzekeraar Menzis. Deze kort het budget jaarlijks met 5 procent om toetreding van nieuwe partijen tot de markt mogelijk te maken. TZG-directeur Anneke Mossou: „Waar zij 95 procent betaalden, bleken wij – met onze zorgplicht – voor 107 procent zorg te leveren.” Dat leidt tot miljoenen verlies. TZG en Sensire besluiten tot een cliëntenstop, Menzis besluit tot een kort geding. Uiteindelijk vinden ze een compromis. Menzis betaalt wat extra, TZG en Sensire doen de deuren weer open.

Bij dit compromis is Leo Markensteyn betrokken, oud-voorzitter van organisatieadviesbureau Berenschot, die medio 2008 interim-bestuursvoorzitter is geworden. Van de Meeberg is opgestapt zonder spijt; hij mist een ‘winning team’. Bij de werkmaatschappijen heeft hij directeuren getroffen die braaf de gezamenlijke vergaderingen bijwonen, om in hun eigen regio weer hun eigen plan te trekken. Hij stelt vast dat hem, als ‘vertrekkende man’, gezag ontbeert. Meavita zal zijn salaris – in 2007 bruto 259.000 euro – twee jaar aanvullen.

De Vente bevestigt de kloof tussen hoofdkantoor en de regio’s: „Bij de anderen ontbrak de wil van Meavita Nederland een succes te maken.” Mossou over Van de Meeberg: „Daan zat er wel, maar hij was er niet.”

TZG-directeur Mossou is sowieso gewend haar eigen plan te trekken. Bijvoorbeeld wanneer Meuwese, als nieuwe voorzitter van Sensire/TZG, haar plompverloren opdraagt 3.000 TV-foonkastjes te plaatsen; hij had er deze keer maar vast 15.000 besteld. Mossou weigert. Ze was met een vergelijkbaar project bezig, met veel beperkter risico’s. Meuwese laat het maar zo, met die TV-foon. Het project kost Meavita uiteindelijk 14 miljoen euro. TZG mag wel meebetalen aan het fiasco: 4 miljoen euro.

Wat Meavita Nederland „niet handig” deed, is slechts 30 procent van het probleem, meent bestuurslid Jennyke Kuiper; de rest zou liggen aan de politiek, het ministerie, zorgkantoren, de maatschappij. De nieuwe topman Markensteyn ziet dat anders. „Ik zou zeggen: 30 procent omstandigheden, 70 procent eigen schuld.”

Bij zijn entree in Amersfoort maakt Markensteyn verbijsterd de balans op. Anderhalf jaar na dato is er volgens hem helemaal niets van de fusie gebakken. Organisaties, systemen, werkwijzen, administraties – niets is geïntegreerd of geharmoniseerd. Zelfs een basisfunctie als inkoop, waar door schaalvergroting het eerste voordeel te boeken valt, is ongemoeid gelaten. Hij inventariseert: Meavita doet zaken met 385 adviesbureaus (wat anderen tegenspreken) en 1.120 leveranciers, en het heeft honderden contracten die al decennia niet zijn herzien. Hij concludeert: „De ‘beste zorgorganisatie van de wereld’ had geen plan. De werkmaatschappijen bleven regionale thuiszorgbedrijven, elk met zijn eigen alles. Een eilandenrijk met grootvorsten.”

Markensteyn stelt meer vast: het eigen vermogen, eind 2006 nog 70 miljoen, is medio 2008 10 miljoen negatief. „Technisch was Meavita failliet, en het leed op dat moment elke week een miljoen verlies.”

Hij maakt een analyse: productie te laag, ziekteverzuim te hoog, administratie slecht en traag, niet geanticipeerd op marktwerking, cynisme en scepsis bij de werkmaatschappijen.

Directeuren van werkmaatschappijen denken dan al aan terugdraaien van de fusie – aan defusie. De Vente: „Maar het d-woord werd nog niet uitgesproken.” Volgens Markensteyn is er nog wel wat van te maken. „Ontvlechting maakt de kans van slagen niet groter.” Hij polst Frank de Grave, die als voorzitter van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) toezicht houdt op de sector, over een ingrijpend herstelplan in ruil voor miljoenensteun. De Grave sluit balanssteun uit, aldus Markensteyn, maar over een lening valt te praten. Als de NZa meedoet, willen ING en Rabobank ook bijspringen.

Intussen is een opvolger gevonden voor interim-topman Markensteyn. Het is Charles Laurey, die eerder de Goudse zorgorganisatie Vierstroom drastisch saneerde. Met de werkmaatschappijen maken de gaande en komende man het plan ‘de Hema van de zorg’. De portee: een nieuwe structuur als een franchise-keten, werkmaatschappijen opdoeken en een organisatie in werksoorten: thuishulp, intramuraal, extramuraal.

Maar al snel komen de tegenvallers. De NZa wijst het plan af: liquiditeitssteun mag formeel niet. En het aanvankelijke enthousiasme van de werkmaatschappijen is broos. Bij de tweede sessie rijzen bezwaren, bij de derde ziet Markensteyn „de hakken echt in het zand gaan”.

Markensteyn laat Laurey met bezwaard gemoed de boedel. De nieuwe bestuursvoorzitter, die weet dat hij voor een moeilijke opgave staat, put hoop uit een herziene steunaanvraag bij de NZa. Als deze op 25 november, na drie maanden wachten, opnieuw wordt afgewezen, is dat de nekslag voor het herstelplan.

Formeel wijst de NZa de steunaanvraag af omdat geen enkel zorgkantoor wilde tekenen voor het plan als geheel. Ze ondersteunden de aanvraag alleen voor wat betreft hun eigen regio. De NZa hanteerde een gelegenheidsargument, vermoedt Markensteyn. „Het mocht kennelijk niet.” Hij veronderstelt dat groeiende politieke weerstand jegens fusies een rol heeft gespeeld.

Laurey meldt op 19 december geen toekomst meer te zien voor Meavita Nederland. De werkmaatschappijen moeten maar zelfstandig verder. Sensire, Vitras en De Wielborgh kunnen zichzelf net redden. Voor TZG en Meavita West zoekt hij partners. Opzet van Laurey en president-commissaris Hermans is geen schuldeisers te duperen door een faillissement.

Zorgkantoren en gemeenten, bang dat Meavita instort, zijn intussen kind aan huis op het ministerie van Volksgezondheid. Het ministerie heeft al een crisisteam gevormd dat de ontvlechting scherp in de gaten houdt. Beleidsambtenaren, de landsadvocaat en verantwoordelijk staatssecretaris Bussemaker (PvdA) voeren frequent overleg.

Om een bankroet op te vangen, laat het ministerie in het weekend van 7 en 8 februari stichtingen oprichten die personeel en cliënten kunnen overnemen. De overheid wil uiterlijk 10 februari een solide businessplan van Laurey. Dat blijft uit. Een week later delen de zorgkantoren mee geen vervroegde voorschotten meer te geven. Nog een week later gaan Meavita West en TZG in surseance.

Ministerie probeert te redden

Aan de staatsbemoeienis met Meavita zitten opmerkelijke kanten. Gezien de politieke logica van liberalisering en marktwerking is interventie van het Rijk ongewenst. Marcelis Boereboom, directeur-generaal langdurige zorg op Volksgezondheid, zegt: „Wij dachten eerst: laat maar failliet gaan, net als indertijd Amsterdam Thuiszorg. Maar in dit geval ging het om een megagrote organisatie; er was op veel plaatsen geen uitwijkmogelijkheid, wat de continuïteit van zorg in het geding bracht.”

Bovendien meldden zich de gemeenten. Zij klaagden over gebrek aan informatie. En ze wilden weten wie hun hulpbehoevende bewoners thuis zou gaan helpen, mocht Meavita wegvallen. Zij waren als gemeenten immers wel verantwoordelijk gemaakt voor de eenvoudige thuishulp.

Volksgezondheid worstelde ermee. Boereboom: „Er was geen plan dat alle partijen geruststelde. De zorgkantoren vreesden verlies van miljoenen aan AWBZ-geld. De gemeenten voelden zich ongemakkelijk. Wíj voelden ons héél ongemakkelijk. Dan weeg je af: hoe verder? Gaan we geld in de onderneming steken? De zorgkantoren vinden dat Meavita niet goed geleid wordt. Je ziet de NZa twijfelen – die wil alleen saneren bij uitzicht op duurzaam herstel. De staatssecretaris zegt: de NZa is weliswaar zelfstandig, maar als die met overheidsgeld steun verleent, word ik daarop toch aangesproken.”

Maar wat was nu de status van het crisisberaad? Met welk recht bemoeide het Rijk zich met Meavita? Waarom zou het ministerie zich mengen in gemeentelijke sores? Overbodige vragen voor topambtenaar Boereboom: „Als de Kamer vindt dat Volksgezondheid erover gaat, en de staatssecretaris vindt dat ook, dan gáán we er dus over.”

Formeel droeg Volksgezondheid geen verantwoordelijkheid, bevestigt hij. Dat verklaart de omzichtigheid waarmee de liquidatie van het ‘oude Meavita’ werd uitgewerkt. Een overheid die opzichtig de stekker eruit trekt, zou claims van gedupeerden kunnen krijgen. Boereboom: „Gebruikelijk is dat een onderneming zelf uitstel van betaling aanvraagt als het niet goed gaat. Maar bij de commissarissen van Meavita bestond het beeld dat surseance niet nodig was. We hadden een groot verschil van inzicht over de feiten.”

Dus liet het ministerie het initiatief aan Meavita, en bood het in februari nog een ‘kans’ met een herstelplan te komen. Boereboom: „Je moet zorgvuldig zijn. Wij kunnen ook fouten maken. Ons mag niets verweten worden.”

Om diezelfde reden, bedacht de door het ministerie ingeschakelde landsadvocaat, was het beter dat Volksgezondheid niet zelf de stichtingen zou oprichten om de zorg door het ‘nieuwe Meavita’ voor te zetten. Een buitenstaander werd bereid gevonden deze taak op zich te nemen: Jopie Verhoeven-van den Berg, bestuursvoorzitter van patiëntenfederatie NPCF, tekende de oprichtingsakten van de Stichting continuïteit AWBZ en WMO Groningen e.o. en de Stichting continuïteit uitvoering AWBZ West. Een lastig verzoek, erkent NPCF-directeur Atie Schipaanboord: „We zijn belangenbehartiger, geen zorgaanbieder.” Maar het „maatschappelijk belang” was zo groot dat de NPCF wel „een positieve bijdrage” wilde leveren, zonder verdere betrokkenheid.

Saneren met belastinggeld

Kort voor zijn surseance stoot Meavita West toch nog twee onderdelen af. Thuiszorgservice Nederland, dochter van schoonmaakbedrijf Asito, koopt alsnog de huishoudelijke zorg. Vakbondsbestuurder Kramer is ditmaal „zeer verheugd” over de overname, die „een goed voorbeeld voor andere zorginstellingen met WMO-problemen” is. De jeugdzorg gaat naar zorgorganisatie Florence. In maart volgt het faillissement van het Groningse TZG en de Haagse Meavita-restanten. Holding Meavita Nederland verkeert sinds 6 april in surseance en gaat volgende week in faillissement.

Intussen is Gerrit-Jan van Otterloo, oud-Tweede Kamerlid voor de PvdA, gemachtigde bij het College Sanering Zorginstellingen en NZa-adviseur, aangetreden als bestuurder van de beide stichtingen, waarvoor hij tegelijkertijd is ‘klaargezet’. Hij heeft in Den Haag en Groningen het overblijvende Meavita-personeel overgenomen. In Groningen vinden de curatoren voor 6,5 miljoen euro aan schuldeisers. De crediteuren van Meavita West vorderen 6,2 miljoen.

Van Otterloo mag met de nieuwe stichtingen schuldenvrij zijn begonnen, maar wel heeft hij de oude organisaties overgenomen. Aan hem de taak nog dit jaar de Haagse Wijk- en Woonzorg en Thuiszorg Groningen rendabel te maken. Daarvoor verliezen ruim achthonderd mensen hun baan. Van de NZa vraagt ook hij miljoenen euro’s reorganisatiesteun – steun waar Meavita al tweemaal eerder tevergeefs om vroeg. Deze keer zal het geld wel komen; zonder dat is sanering onmogelijk.

Staatssecretaris Bussemaker heeft de Tweede Kamer niets te veel beloofd: ze zegde tijdens de crisisdagen toe dat „slecht gedrag, bijvoorbeeld van management” niet wordt beloond. Ze zei ook de continuïteit van de zorg te garanderen, niet die van de zorginstelling.

Charles Laurey heeft een nieuwe baan. Hij tekende afgelopen dinsdag zijn benoeming als bestuursvoorzitter van zorgorganisatie De Archipel in Eindhoven. Nog steeds vindt hij dat Meavita niet failliet had hoeven gaan. Had de Nederlandse Zorgautoriteit de steunaanvraag gehonoreerd, dan was onder eigen regie, zonder bankroet, een zachte landing mogelijk geweest. „Er moest gewoon een voorbeeld worden gesteld.”

M.m.v. Menno Tamminga