Zelf geen kandidaat, maar wel overal present

Europese verkiezingen De Europese verkiezingen naderen. Maar wil Nederland eigenlijk wel naar de stembus? Frans Timmermans over de politieke malaise.

Frans Timmermans (PvdA) hoort het vaak. „Europa? Boring!” Hij spreekt het laatste woord uit met een illustratieve lang gerekte geeuw. Hij weet als geen ander hoe Europa in Nederland wordt beleefd. Beter gezegd: niet beleefd.

Ruim twee jaar is hij nu staatssecretaris voor Europese Zaken. Het project waarin hij zelf al zo lang zo heilig gelooft, maar dat in de samenleving zo weinig enthousiasme oproept. Net als de politiek als geheel, een ander punt waarover Timmermans zich zorgen maakt en waarover hij het debat in zijn eigen partij node mist. Diverse keren probeerde hij de PvdA wakker te schudden. Het bracht hem zelfs in het vizier als fractievoorzitter toen Jacques Tichelaar vorig jaar vanwege gezondheidsproblemen terugtrad. Dat wil zeggen: hij werd genoemd. Belangstelling had hij naar eigen zeggen niet en hij werd ook niet gevraagd.

Maar eerst Europa. Timmermans vertelt over wat hij nu laatst weer had gehoord: een uitgever die had gezegd dat een boek met het woord Europa in de titel absoluut niet verkocht.

Berustend: „Europa wordt gezien als naar de tandarts gaan. Niet je favoriete bezigheid, maar wel nodig als je een beetje fatsoenlijke tanden in je mond wil houden.”

En dan nu verkiezingen voor het Europees Parlement. Diverse media doen verwoede pogingen er wat van te maken. Zelfs de lezers van de Libelle werden vorige week getrakteerd op een special. Maar warm lopen voor de verkiezingen wil de bevolking maar niet.

Want er is dan wel campagne, maar zonder de echte machtsstrijd die bijvoorbeeld Tweede Kamerverkiezingen kenmerkt. En is dat dan tegelijk niet het werkelijke probleem?

Gezeten aan zijn vergadertafel op het ministerie van Buitenlandse Zaken beaamt Timmermans dit. „Het zou wel fijn zijn als partijen duidelijk maken wat een linkse of een rechtse meerderheid in het Parlement voor de burgers betekent als zij de PvdA dan wel de PVV groot maken.” Maar het blijft „ingewikkeld” voegt hij er onmiddellijk aan toe. Omdat het Europees Parlement toch vooral ,,een wetgevingsmachine’’ is. „Europarlementariërs gaan niet over het wegsturen van een regering of over de keuze tussen het formeren van een links of een rechts kabinet. Het is in het Europees Parlement een veel minder heldere zwart-wit zaak dan in nationale parlementen. De identificatie van de burger bij dit parlement is klein en dat zal ook nog wel enige tijd zo blijven.”

Toch zal het aan Frans Timmermans persoonlijke inspanningen in elk geval niet liggen als over een kleine twee weken blijkt dat wederom maar een gering aantal mensen is gaan stemmen voor de Europese verkiezingen. Zelf geen kandidaat, maar ondertussen wel overal present. Onder het motto ‘een staatssecretaris, één bus, twaalf steden, twaalf thema’s, maakte hij eerder deze maand een ononderbroken 27-uurs tour door Nederland. Er hoeft maar een boek dan wel rapport over Europa te worden aangeboden of Timmermans is erbij om het in ontvangst te nemen. Om vervolgens het volgens hem zo noodzakelijke verhaal over Europa te vertellen. Het verhaal dat zo veel belangrijker is dan de „instrumentele” voorbeelden zoals lagere mobiele telefoontarieven of de toegestane maat van ladders. „In een poging Europa tastbaar en hanteerbaar te maken hebben we het eigenlijk veel te klein gemaakt. Maar als je de idee, de filosofische kant veronachtzaamt, wordt het vrij armzalig. Daar krijg je de mensen niet in mee”, zegt hij. Men dacht: het is wel goed. En bovendien was Europa gecompliceerd.”

„Europa, best belangrijk”, riep het toenmalige kabinet tot de gereserveerde burgers. „Voor die slogan had ik gelukkig geen verantwoordelijkheid”, zegt Timmermans. „Ik heb inmiddels wel zoveel politieke ervaring dat ik weet dat een genuanceerde boodschap altijd enorm moeilijk te communiceren is. Bovendien, als je iets moet uitleggen heb je al verloren. En in Europa moet je altijd iets uitleggen .”

Hij haalt de Duitse filmregisseur Wim Wenders aan die zich ooit afvroeg hoe het toch mogelijk was dat wat voor de rest van de wereld zo aantrekkelijk is door de Europeanen zelf als banaal wordt gezien. „Ik heb de laatste tijd heel veel gesproken met mensen uit India en China. Voor hen is Europa gewoon een rolmodel. Politiek niet hoor, maar wel maatschappelijk. De verhouding tussen mensen, tussen inkomens, de relatieve maatschappelijke rust. Dat vindt men nastrevenswaardig.”

Er is volgens hem dan ook geen enkele reden voor Europeanen te vervallen in achteruitgangsgeloof. De politiek heeft daarbij een taak. Partijen, zoals zijn eigen partij de PvdA, moeten „een wenkend perspectief’” durven te bieden. „De PvdA heeft als taak op dit punt helder te zijn. Er is een klimaatcrisis, er zijn nog vijf miljard mensen op aarde die ook willen meedoen, dat kan een bedreiging zijn voor ons, daar moet je niet naïef over zijn. Maar tegelijk zeg ik dat dit niet betekent dat we kopje onder zullen gaan. Maar dan moeten we wel aangeven waarom niet. Dan zullen we de kenniseconomie moeten verbeteren, de wereldhandel moeten bevorderen en nog een heleboel andere dingen. Als we die handschoen oppakken, kan Europa er heel goed uitkomen”

In een poging zijn eigen partij hiertoe aan te zetten, schreef Timmermans bijna precies een jaar geleden een lijvig opinieartikel in deze krant. „PvdA moet uit de kramp komen”, stond er boven. En toen? Hij begint te lachen. „Toen volgde een oorverdovende stilte. Dat vind ik wel zorgelijk. Af en toe zie je binnen de PvdA de discussie wel opvlammen over deelonderwerpen zoals integratie, maar het is niet meer de debatpartij die het ooit is geweest.”

Wie dat valt te verwijten? „Men heeft altijd de neiging om dat de partijleider aan te rekenen, maar het heeft ook te maken met het zoeken naar een nieuwe generatie die nu afwezig”, zegt hij. Daardoor overheerst de sfeer van „consolidatie”.

Het komt volgens hem omdat de PvdA voor intellectuelen „veel te onaantrekkelijk” is geworden. „Elitisme is een risico, maar virulent anti-elitisme is een even groot risico. Je moet niet bang zijn voor de verbeelding op te komen. De sociaal-democratie is altijd een huwelijk geweest tussen arbeidersbeweging en intellectuelen. Dat huwelijk is nu niet in balans. En een anti-intellectuele houding is een rechts populistische houding.”

Maar is niet ook de vraag of hier sprake is van een breder probleem Is het niet veel meer zo dat intellectuelen zich niet alleen van de PvdA, maar van de politiek als geheel hebben afgekeerd. Zie het recente debat onder schrijvers of zij niet wat meer engagement dienden te tonen. De vraag raakt een gevoelige snaar bij Timmermans. „Daar kan ik uren over filosoferen”, zegt hij. „Intellectuelen hebben veel te weinig in de gaten hoe belangrijk hun opinie is voor de gedachtevorming in dit land.” Waar de afkeer vandaan komt? „Een onderdeel van onze extreem individualistische samenleving is dat we breed, en misschien alleen maar intuïtief het idee hebben dat de politiek er eigenlijk niet meer zo toe doet. Politici zijn procesmanagers of de politiek is soap. En dan is je aangetrokken voelen door iemand als Wilders ook een vrijblijvend iets. Veel mensen die roepen dat ‘Wilders wel een punt heeft’ denken dat stemmen op hem uiteindelijk geen consequenties heeft behalve dat het leuk is voor het spel. Je zou uit de huidige crisis misschien kunnen leren dat de politiek er wel toe doet.”