Tee's brug van tanden verwijst naar niets

Het werk van Jennifer Tee roept snel wrevel op. In ieder geval bij mij. Terwijl ergernis niet de emotie lijkt waarnaar de kunstenares op zoek is: uit de complexe, poëtische beelden die Tee al bijna tien jaar maakt, spreekt vooral welwillendheid, intelligentie en interesse in andere culturen. En toch: al na enkele minuten op Complex Interiors – Trance-lucent Concrete, haar nieuwe tentoonstelling bij Galerie Fons Welters, sloeg de damp alweer uit m’n oren.

Serieuze les voor de hedendaagse kunstkijker: bij wrevel extra goed opletten. Wrevel is een emotie en emotie is goed. Wie even door Tee’s eerste laag van pretentie heen bijt, ziet een paar mooie beelden. Neem de pièces de résistance van de expositie: twee hangende beelden die allebei Falling Feathers heten en die bestaan uit een achthoekige houten constructie waaraan een tiental grote, dikke veren bungelen. In het geheel zit een spannende balans: de veren zijn gemaakt van beschilderd porselein dat zo zwaar is dat het wel brons lijkt, en zijn zo dik dat ze wel iets krijgen van Indianen-roeispanen die vruchteloos de lucht doorklieven. Ook intrigerend is een constructie die The unfolding of awareness and opening up/ structures of consciousness heet (help!): zes dunne houten latten die door een stelsel van touwen als een tent omhoog worden gehouden. De constructie is zo wankel en raadselachtig dat je niet goed begrijpt hoe het geheel blijft staan. Dat werkt mooi.

Maar onder die latten staat een beeld van twee voeten waarachter twee handen zijn vastgebonden – vreselijke jaren tachtig kitsch. Ernaast ligt een grote prop zwart papier met als titel Black Paper Mountain. Dat is vaker Tee’s probleem: subtiele beelden, die enigszins aansluiten bij de geest van kunstenaars als Mark Manders en Matthew Monahan, worden ‘afgetopt’ met pretenties en holle frasen.

Daar komt nog modieus exotisme bij: Tee stopt haar beelden vol met verwijzingen naar symboliek uit andere culturen waarop je als westerse toeschouwer geen grip krijgt. Dat geldt niet alleen voor de veren, maar ook voor een brug van tanden, dode vogels en een grote, wulpse schelp. Wat betekenen die symbolen?

Het antwoord blijft uit, en zo dringt het besef zich op dat Tee haar postmoderne eclecticisme probeert te verantwoorden door zich tegen de ‘authenticiteit’ van exotische culturen aan te schurken. Op Complex Interiors... zien we geen authenticiteit, maar een kunstenaar die haar werk een bodem wil geven, zonder het idee te hebben wat die bodem is.

Hans den Hartog Jager

T/m 6/6 in Galerie Fons Welters, Amsterdam. Inl 020-4233046