Stille armoede aan universiteit is schadelijk voor iedereen

universiteiten.jpgDonderdag voerde de Tweede Kamer het jaarlijkse Verantwoordingsdebat met het kabinet. Het is een wat malle term, alsof bewindslieden in andere debatten geen verantwoording afleggen. De sinds 2000 moeizaam groeiende gewoonte om halverwege twee Prinsjesdagen na te gaan wat er van je voornemens terecht is gekomen, lijkt overigens heel zinnig.

Het gevaar van tevredenheid op papier is natuurlijk aanwezig. Reden het feestproza met een goed gepoetste bril te lezen. Neem het voorbeeld van  de universiteiten plus wat in Nederland Vergaderland ‘de kenniseconomie’ is gaan heten. Belangrijk voor onze toekomstige welvaart. Iedereen is voor. En, schrijft de minister-president in zijn Verantwoordingsbrief, „bij de beleidsdoelen die betrekking hebben op kenniseconomie, innovatie en ondernemerschap (…) is in 2008 de nodige voortgang geboekt.”

De premier heeft het uit buitenlandse, dus goede bron: de Competitiveness Index 2008-2009 van het World Economic Forum zegt dat de concurrentiepositie van Nederland is verbeterd. Het is een van die onmeetbare grootheden waar iedereen een transparant gevoel bij krijgt. De jongste cijfers van de Vereniging van Nederlandse universiteiten (VSNU) vertellen een ander verhaal.

De rijksbijdrage aan de universiteiten was in 2007 (het laatst gemeten jaar) 4 procent hoger dan in 1995. De studentenbevolking steeg in die tijd met 20 procent. Het onderzoeksdeel van die rijksbijdrage is in dezelfde periode met bijna tien procent gedaald. Dat betekent een flinke krimp op beide fronten. Als de kenniseconomie buiten de universiteit bloeide als een wilde wingerd viel de schade mee, maar dat is niet zo. In tijden van crisis bezuinigt het bedrijfsleven snel op onderzoek en ontwikkeling.

Aan de onderwijskant groeien sommige universitaire opleidingen naar Franse toestanden: volle zalen, studenten die zich afvragen of dit alles is, docenten die zich lesboeren voelen. Het ministerie en de universiteitsbesturen willen graag dat er meer aandacht is voor individuele studenten en hun prestaties, maar tegelijk rijden busladingen nieuwe studenten voor zonder dat de begroting daarmee gelijke tred houdt. De rijksbijdrage per student is tussen 1995 en 2007 gedaald van 16.250 euro tot 14.000 euro.

Op het gebied van universitair onderzoek is een vergelijkbaar beeld zichtbaar. De minister heeft geld bij de universiteiten weggehaald om het via NWO actiever aan talentrijke onderzoekers te laten toekennen, maar per saldo loopt het nationale onderzoeksbudget terug.

Harder lopen voor minder geld is de toekomst. De minister-president wijdde in zijn verantwoordingsbrief een leerzame alinea aan de gewenste koers in de race naar de internationale kennis-Himalaya. Leest u even mee waar hij uitlegt dat beleid tijd vergt:

„Soms wordt een maatschappelijk effect pas over langere termijn gerealiseerd. Daarom wordt er in het kader van delivery zoveel mogelijk voor gekozen te monitoren middels zo specifiek mogelijke indicatoren. Het kabinet kiest er bijvoorbeeld voor om de kenniseconomie te stimuleren door onder andere de prestaties van universiteiten te verbeteren. In de combinatie van prestatie-indicatoren is onder andere een mondiale placering (ten aanzien van Nederlandse citatiescore) opgenomen (output) en niet bijvoorbeeld economische groei die er ook uit voortvloeit (outcome).”

De Nederlandse taal schoot kennelijk tekort om deze wonderformule te beschrijven.  De beleidsmakers zitten iedereen flink op te fokken met gewenste aantallen proefschriften en hoge scores in de Chinese en Britse citeerindexen - pech voor de vakken die zich niet zinvol in Engelstalige, door collega’s wereldwijd gerespecteerde bladen kunnen meten.

Dit virtuele WK is een illusie. Verantwoording leggen docenten en onderzoekers af door hun werk. Al deze systeempjes creëren schijntransparantie en leiden tot enorme demotivatie. Alleen de allerbesten kunnen het zich veroorloven er om te lachen en door te gaan met hun alom geprezen werk.

Iedereen is het er over eens dat een snel verouderend Europa het zal moeten hebben van ultra goed opgeleide burgers. Ieders talenten moeten van de wieg af alle kansen krijgen. Alexander Rinnooy Kan heeft dat nog eens pakkend samengevat in de recente bundel Open en Onbevangen. Leve de Kennisinvesteringsagenda. En toch, zoals de SER-voorzitter opmerkt: „Het onderwijs heeft geen echte vijanden, maar kennelijk ook weinig echte vrienden.”

De universiteit ontbreekt ook in dat verhaal. Uit de mode, nog steeds als elitair een beetje stilgehouden? Zonder werkelijk goed, dus onvoorspelbaar wetenschappelijk onderzoek, en het daartoe opleidende onderwijs, blijft het overige onderwijs een gebouw zonder dak.  Durf te investeren in kennis. Durf te zeggen dat niet iedereen hoger onderwijs hoeft te volgen om een hoogst waardevol burger te zijn.

En als alle andere honderd prioriteiten geen veer kunnen laten, durf dan studenten veel meer te laten betalen voor hun universitaire opleiding. Nu betalen zij ongeveer eenvijfde van de werkelijke kosten. Voorwaarde is natuurlijk een royaal beurzenstelsel voor studenten die het wel kunnen volgen maar het niet kunnen betalen. Econoom Flip de Kam (in deze krant, 20 oktober 2007) en Paul van der Heijden (De Volkskrant, 17 maart 2007) hebben daar overtuigend voor gepleit.

De stille armoede van de Nederlandse universiteiten is schadelijk voor iedereen.

PS. Vóór een slimmerik opmerkt dat ik bij een universiteit werk: dat klopt, in deeltijd, en het voorgaande is niet overlegd met de leiding.