Solopresentaties verhogen overzichtelijkheid

Art Amsterdam was zeer succesvol, in weerwil van de mening van analisten. Vertrekkend directeur Anneke Oele verklaart de bezoekersaantallen.

Art Amsterdam_2009. Galerie Mokum. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Nederland. Amsterdam, 13 mei 2009 ©Vincent Mentzel 2009

Vooral de markt voor hedendaagse kunst zou last hebben van de recessie. Die bewering van analisten is niet af te lezen aan de resultaten van Art Amsterdam, de belangrijkste Nederlandse beurs voor actuele kunst. De 25ste editie, die zondag afliep, trok een recordaantal bezoekers. De deelnemende galeries verkochten bovendien boven verwachting.

Bijna 24.000 bezoekers, een groei van 57 procent ten opzichte van vorig jaar, en ruim 5 miljoen euro omzet, slechts drie ton minder dan in 2007 toen bedrijfscollecties nog wel op ruime schaal aankochten – vertrekkend directeur Anneke Oele spreekt van een „ongelooflijk succes”, waarvoor drie verklaringen zijn.

Vorig jaar viel de kunstbeurs midden in de voorjaarsvakanties en was het een week lang zomers warm. Met wind, regen en matige temperaturen was het deze keer „ideaal beursweer”, zegt Oele.

Ook belangrijk volgens de directeur: de jubileumeditie kreeg veel welwillende publiciteit. Maar de belangrijkste verklaring voor het succes, stelt Oele, was de bijzondere opzet van Art Amsterdam. Op haar verzoek ruimden alle 120 deelnemende galeries 25 vierkante meter van hun stand in voor een solotentoonstelling.

Die keuze viel in de smaak, concludeert Oele. „Een curator van het MoMa in New York en een directeur van Art Basel kwamen enthousiast naar me toe. Ze wisten niet wat ze zagen, zeiden ze. Door de solo’s, die een breed en goed beeld gaven een select gezelschap kunstenaars, is de kwaliteit van de beurs enorm omhoog gegaan. Dit was de mooiste Art Amsterdam.”

Dat onderschrijft de Haagse galeriehouder Maurits van der Laar. „In iedere stand hingen altijd tien verschillende kunstenaars. Zo’n visueel bombardement is heel druk.” Cijfers onderstrepen dat Art Amsterdam dit jaar overzichtelijker was: hingen in 2008 nog 850 kunstenaars op de beurs, dit jaar waren het er bijna vierhonderd minder.

Oele’s stelling dat de solo’s de verkoop ook stimuleerden, wordt door diverse galeriehouders bevestigd. Roland Janssen, eigenaar van Galerie Willy Schoots in Eindhoven, verkocht negen grote werken van Armando met prijzen tussen de 20.000 en 35.000 euro. Janssen: „Ik heb al besloten volgend jaar opnieuw maar één kunstenaar te presenteren.”

Galeriehouder Rob de Vries uit Haarlem had zijn stand vol gehangen met de ruimtelijke doeken van Jan Maarten Voskuil. Tot zijn verbazing verkocht hij liefst 28 werken, óók aan allerlei nieuwe klanten. De Vries: „Kennelijk wekt zo’n grote presentatie hebberigheid op.”

Ook galeriehouders die minder zakelijk succes boekten, toonden zich tevreden. Zoals Marie-José Sondeijker van galerie West in Den Haag, die dit jaar voor het eerst meedeed. West verkocht twee werken en heeft „goede hoop” er na de beurs nog eens twee te verkopen aan bezoekers die nog even wilden nadenken. Maar zelfs als dat lukt, blijft de deelname een investering in de toekomst van de galerie. Sondeijker: „Ik wil vooral dat bezoekers weten dat we bestaan. Gelukkig hebben we veel goede reacties op onze stand gehad en informeerden veel mensen waar onze galerie is.”

Maar niet alle galeriehouders werden gelukkig van de grote drommen kunstkijkers. De Amsterdamse galeriehouder Fons Welters, die zijn stand met beelden van David Jablonovski uitverkocht, klaagde over het gebrek aan respect bij de bezoekers. „Op buitenlandse beurzen gebeurt het me nooit dat me bij herhaling wordt gevraagd of ik die beelden zelf heb gemaakt.”

Eugène de Rijk van galerie en kunsthandel De Rijk in Den Haag liet zich in vrijwel dezelfde bewoordingen uit. Geen klachten over de omzet, leuk dat koningin Beatrix op de openingdag bij hem een bronzen beeldje van Huibertje Kant uitzocht, maar ontevreden over de kwaliteit van de bezoekers. De Rijk: „Ik ben in de eerste plaats verzamelaar. Je hoopt op aandacht en respect voor het werk dat je lief is. Maar dat viel vaak tegen. Neem dit houten reliëf van Paul Damsté uit 1968. Zoveel bezoekers die alleen maar opmerken dat het van wasknijpers is gemaakt. Ja ja, mevrouw, van knijpers. Maar dat het een topstuk is, dat ontgaat ze volledig.”