Seksspektakel dingt naar Palm

De stalletjes van de filmmarkt zijn uitgestorven, de eerste jachten varen weg: de 62e aflevering van het filmfestival van Cannes loopt op zijn eind. Resteren de Gouden Palmen: wie komt in aanmerking?

Nog twee films te gaan, maar het hoofdprogramma van Cannes blinkt tot dusver uit in doorsnee- en genrefilms van grote regisseurs. Goedhartige komedies bijvoorbeeld, van Ang Lee (over Woodstock) en de normaliter zwaarmoedige Ken Loach, die de Franse voetbalgoeroe Eric Cantona een postbode laat opbeuren. Beide filmmakers hadden naar eigen zeggen behoefte aan een licht tussengerecht, en daarmee win je geen Gouden Palm. De Koreaan Park Chan-Wook stelt wat teleur met een inventieve, maar chaotische vampierfilm; Jane Campion voldoet aan de verwachtingen met een delicaat kostuumdrama over de muze van dichter John Keats; Almodóvar maakte een Almodóvar.

Het opwindende gevangenisepos Un Prophète van Jacques Audiard geldt eerder als een kandidaat, mogelijk zelfs A l’Orgine van Xavier Gianolli, over een zwendelaar die zich voordoet als wegenbouwer. De rest van het aanbod vertoont vlekjes. In het Britse sociale drama Fish Tank knetteren Michael Fassbender en het van straat geplukte talent Katie Jarvis, maar de film mist een punch. The Time That Remains, Elia Suleimans droog-absurde geschiedenis van Israël, is prachtig tot de regisseur besluit de camera op zichzelf te richten. Mensenhater Michael Haneke laat in zijn zwart-wit film Der Weisse Band toekomstige nazi’s al strafexpedities uitvoeren in een verkrampt protestants dorp anno 1913: een beeldschone, formele film die geen grenzen verlegt.

Maar een jury onder de ijskoningin van de Franse arthouse Isabelle Huppert doet wellicht een radicale keuze: een film met gepassioneerde vrienden en vijanden. In die categorie was het barokke seks- en horrorspektakel Antichrist van Lars von Trier eenzaam koploper. Maar gisteren kwam daar Enter the Void van Gaspard Noé bij, in 2002 nog uitgefloten voor Irréversible, een film met de ellendigste verkrachting ooit.

Enter the Void, een verfilming van het Tibetaanse Dodenboek, eist opnieuw veel van de kijker. In het verpletterende begin, met dank aan Stanley Kubrick’s 2001: A Space Odyssey, bevinden we ons in het hoofd van een trippende junkiedealer onderweg naar zijn gewelddadige dood. Daarna zweven we als zijn geest door geheugen, toekomst, Tokio en psychedelica in afwachting van reïncarnatie. De dood - of zijn het de laatste, uitgerekte seconden van het leven? - als een lsd-strip. Enter the Void is extreem, zichzelf herhalend, subliem: een opmerkelijke film die je soms bijna fysiek penetreert. En seks filmt uit een wellicht uniek perspectief. „Er is sperma, bloed en tranen, alles dat een drama nodig heeft”, stelde Noé na afloop droogjes.

    • Coen van Zwol