Pianist Jones is en blijft attractie

Jazz. The Hague Jazz. Gehoord: 22/5, World Forum Den Haag. Herh: 23/5, aldaar.

Pianist Hank Jones speelt nog prachtig. De veteraan mag dan inmiddels negentig jaar zijn en een assistent nodig hebben om de bladmuziek om te draaien, zijn concert blijft een attractie. Een van zijn beroemde uitspraken is dat „elke noot op de piano een eigen identiteit moet hebben”. Dat geldt nog steeds, al mist hij er intussen ook een hoop. En kan hij ook niet zonder de bemoedigende knikjes van dirigent Jim McNeely van het Metropole Orkest.

Maar ook al doen Jones’ vingers niet altijd meer wat hij wil, het deed er weinig toe. Alleen al de opkomst van de oude pianist leidde tot een staande ovatie. De kleine pareltjes waren vervolgens te vinden tussen Jones’ composities als Alone and Blue en Speak Low. Dan werkten de vingers onbekommerd mooie muzikale ideeën uit, waarvoor Jones alle tijd nam.

De eerste avond van The Hague Jazz, in het voormalige Congresgebouw (World Forum), was er een van uitersten. Soms waren die verenigd in één band: het Finse Joona Toivanen Trio. Ingetogen, verstilde melodieën namen het in een volgend nummer op tegen vurige kanonnades van emotie. Dan leken piano, bas en drums het niet eens te worden, maar zonder elkaar konden ze ook niet.

Ook bij het latin sextet van pianist Peter Beets laaide het vuur hoog op, op weer een heel andere manier. Beets en zijn relatieve nieuwe band, met daarin leden van onder meer New Cool Collective en Zuco 103, mengen bebop met latinritmes. Een inspiratiebron is de vroege latinjazz uit de jaren veertig, van invloedrijke musici als Dizzy Gillespie. Nummers als Manteca en Tin Tin Deo klonken vederlicht swingend, met aangename ritmeveranderingen en pittige blazers, terwijl in Ray Bryants latinjazzhit Cubano Chant het vraag en antwoordspel fijn werd gespeeld.

Pianiste Geri Allen bracht een gevarieerd optreden waarin ze bovendien weer blijk gaf van haar open houding ten aanzien van de jazztraditie. Niet alleen kreeg saxofoniste Tineke Postma een glansrol in Allens trio, maar het was vooral de tapdanser Maurice Chestnut die de band met zijn teen en hakpatronen een extra hartslag gaf. Zijn bijna acrobatische tapwerk bleven Allen inspireren tot evenwichtig intens pianospel.

    • Amanda Kuyper