'Met schrijven ga ik mijn angsten te lijf'

In haar nieuwe boek ‘De verbouwing’ speelt schrijver Saskia Noort in op de angst van iedere moeder om een kind kwijt te raken: „Angst drijft ons allemaal.”

Saskia NOORT (1967) auteur,schrijfster. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Nederland. Amsterdam, 19 mei 2009 ©Vincent Mentzel 2009

Van thrillerschrijfster Saskia Noort verscheen onlangs haar vierde boek, De Verbouwing. Het boek, dat drie maanden op de eerste plaats van de boekentop 60 stond, gaat over plastisch chirurg Mathilde, die zich inlaat met de knappe, malafide geldschieter, Johan, om de schulden af te lossen die ze voor haar nieuwe kliniek had gemaakt. Dit financiële akkefietje ontwikkelt zich tot een kluwen van misdaad waarin niertransplantaties, een Poolse bende en ontvoerde kinderen een rol spelen.

Van de boeken van Saskia Noort (42) worden gemiddeld zo’n 300.000 exemplaren verkocht en de thrillers worden in vijftien landen uitgegeven. Zoveel succes roept wrevel op. Zoals onlangs op het boekenbal toen Connie Palmen tegen een tv-interviewer zei dat ‘nietsnutten’ als Kluun en Saskia Noort zich moesten ‘wegscheren’ uit het land van de literatuur. In de tv-show De Wereld Draait Door, waarin Palmen en Noort aanwezig waren, bood Palmen haar excuses aan voor de uitdrukking ‘nietsnut’. In die discussie, over het onderscheid tussen literatuur en lectuur, ageerde Palmen tegen het gebruik van de term ‘literaire’ thriller voor Noorts boeken; Noort antwoordde dat het stricte onderscheid tussen literatuur en lectuur „niet meer van deze tijd” is. Volgens Noort leest de huidige jonge generatie zowel haar boeken als die van serieuzere auteurs.

Vandaag zit Saskia Noort in een cafe in haar woonplaats Bergen (NH) en vertelt over De Verbouwing, de betekenis van haar schrijverschap en het gebruik van clichés.

Spelen kwesties als ‘literatuur versus lectuur’ en de nadruk op vrouw-zijn, ook in andere landen waar uw boeken worden uitgegeven?

„In Zweden, waar thrillers toch heel populair zijn, is een schrijfster, Camilla Läckberg, die een vergelijkbare positie heeft als ik hier; ook zij is zich vaak aan het verdedigen voor het feit dat ze een vrouw is en thrillers schrijft. Maar in andere landen speelt het minder. In Engelse kranten bijvoorbeeld worden mijn boeken besproken door recensenten die over allerlei soorten boeken schrijven: serieuze boeken, thrillers, persoonlijke geschiedenissen. Ze kijken daar of een boek binnen zijn eigen genre geslaagd is, en ieder genre nemen ze serieus. Ze hebben het er niet over of ik vrouw ben. Dat gebeurt nergens zo veel als in Nederland. Het is hier een seksistisch wereldje.”

Hoezo?

„Er wordt aangenomen dat ik succes heb omdat ik misschien een lekker wijf ben. Ze zeggen dat ik steeds over seks schrijf, wat afgezien van mijn boek Nieuwe Buren niet zo is. Of men beweert dat mijn succes aan ‘marketing’ te danken is. En als ik een boek zou schrijven als Alleen Maar Nette Mensen, van Robert Vuijsje, waarin mijn vrouwelijke hoofdpersoon uitsluitend belangstelling zou hebben voor groot geschapen zwarte mannen, dan zou de rel nog groter zijn dan hij nu is.’’

Vindt u het leuk, het rumoer rond Vuijsje’s boek?

„Ja, rumoer is leuk, los van de vraag hoe het voor hem persoonlijk is. Het wil zeggen dat het geschrevene iets losmaakt, positief of negatief. Je kunt zeggen: het boek heeft zijn werk gedaan.”

Heeft kritiek invloed op uw werk?

„Nee, ik ga mijn eigen gang. Na De Eetclub, waarmee ik doorbrak, werd ik hard aangepakt, mijn reputatie was min of meer besmet. Maar ik besloot om gewoon door te gaan met de dingen die me werden verweten: ik schrijf over seks als ik wil en zoek mijn eigen stijl. Ik groei als schrijver, dat ziet mijn publiek ook. Maar niet doordat ik me iets aantrek van de kritiek.”

In ‘Terug naar de kust’ schreef u over een kind: „hij was gepaneerd met zand”. De stijl van ‘De Verbouwing’ is zakelijker. Vond u dat andere niet meer leuk?

„Terug naar de kust was mijn eerste boek. Toen wilde ik zulke zinnen graag maken, want dat vond ik ‘echt’ schrijven. Maar ik kwam er achter dat ik er niet goed in ben. Ik ben beter in een harde, directe stijl. Dus voor mijn nieuwere werk heb ik die verder ontwikkeld.’’

Die stijl komt in het nieuwe boek het best tot zijn recht in de scènes met Mathilde en haar ontspoorde zoon. In uw boeken speelt de verhouding tussen moeders en kinderen een belangrijke rol. Waarom?

„Al mijn hoofdpersonen zijn vrouwen met kinderen. En voor een ouder is het idee dat hun kind iets overkomt het meest bedreigende dat je kunt bedenken. De zoon in De Verbouwing komt in contact met boeven die hem drugs geven. Mijn eigen kinderen zijn pubers, net als Thom. Pubers groeien van je af. Thom keert zich af van zijn ouders omdat zij er een puinhoop van maken; maar hoe leuk je kinderen het thuis ook hebben, ze willen uiteindelijk van je weg. Dat op zich heeft al een thriller-element in zich. In mijn boek heb ik de angst van ouders om het verlies van hun kinderen uitvergroot.”

In uw boeken zijn mensen bang voor van alles. U bent ooit zelf vertrokken uit Bergen om de kleinburgerlijkheid te ontvluchten. Nu geeft u juist bange mensen een stem.

„Dat zijn ook mijn angsten. Ik heb die fasen doorlopen: eerst wilde ik naar de stad, voor de opwinding, maar toen ik zelf kinderen kreeg ben ik de stad ontvlucht. Ik wilde terug naar mijn geboortedorp, naar mijn veilige haven. Inmiddels wil ik daar weer weg, want ik heb geleerd: die veilige haven moet je zelf zijn, of proberen te zijn. Je kunt niet je omgeving de schuld geven van wat er misgaat in je leven.

,,Angst drijft ons allemaal. Ik leer er mee om te gaan, omdat ik van alles meemaak waarvoor ik mijn angsten moet overwinnen. Dat beschouw ik als het beste dat het schrijverschap me geeft: ik zie mezelf dingen doen die ik eerder niet mogelijk dacht. Ik stap nog steeds niet graag in een vliegtuig, maar het algehele gevoel van dreiging neemt af. Ik heb genoeg enge dingen moeten doen: leren omgaan met het plotselinge succes, spreken in het openbaar, meemaken dat iedereen over je heen valt. Daar leer ik van. Ik ga mijn angsten te lijf. Maar er zijn genoeg mensen die dat niet doen. Ze accepteren hun angsten, en het er worden er steeds meer. Want door de media krijg je van alles aangereikt waarvoor je bang kunt zijn.’’

Is die herkenbaarheid de basis van uw succes?

„Ik denk van wel. In mijn boeken blijf ik dicht bij de werkelijkheid. Ik ben uiteindelijk journalist, ik ben goed in het beschrijven van de dagelijkse dingen. Ik luister naar hoe mensen praten, en ik hoor dat ze overal dreiging voelen; van drugs, van auto’s, Joegoslavische bendes, Poolse bendes, de stad. Het zijn angsten waar niemand vraagtekens bij zet, ze worden als vanzelfsprekend beschouwd. Mijn boeken zijn daar een weerslag van.’’

Een van de kenmerken van literatuur is dat het clichés vermijdt, aldus Connie Palmen. U gebruikt clichés, zoals de onweerstaanbare crimineel met het zigeunerachtige uiterlijk. Is dat bewust?

„Criminelen zijn vaak charmant. Daarom kunnen ze het zo ver schoppen in hun wereld. Klaas Bruinsma kwam vroeger geregeld in Bergen: een prachtige man en heel charmant, om zo voor te vallen. Een van de attracties bij zo iemand zit hem juist in het feit dat hij zijn angsten overwonnen heeft, al is het op crimineel vlak en daardoor niet wenselijk. Misschien is het niet literair, maar voor mijn hoofdpersonen geloof ik in de clichés. Want die mannen zijn nu eenmaal zo. De persoon van Johan is gemodelleerd naar de mannen die ik heb geobserveerd in cafe’s in Amsterdam-Zuid, waar de onderwereld komt die graag bij de bovenwereld wil horen. Negen van de tien criminelen is als Johan: met dikke gouden kettingen, omringd door blonde vrouwen, en ze spreken je allemaal aan met ‘pop’ en ‘lieverd’.”

U treedt op met het collectief Nightwriters, waaraan ook Kluun en Heleen van Royen meewerken. Wat is het voordeel van zo’n show?

„Je hebt een goede microfoon, en de omlijsting van licht en muziek. Samen met collega’s gaat het voordragen beter, ik voel me vrijer. En het clubgevoel is prettig. Normaal gesproken zitten we in ons eentje te schrijven, nu kunnen we met elkaar praten over ons werk en onze worstelingen.

„In onze voorstellingen zitten ook altijd een of meer schrijvers die nog relatief onbekend zijn. Je merkt dat zo’n avond aan hun positie bijdraagt. We hadden bijvoorbeeld de Italiaanse auteur Niccolò Ammaniti uitgenodigd, omdat Kluun en ik zijn boek zo goed vinden. Daarna verkocht zijn boek meteen een stuk beter. Zo kunnen wij er voor zorgen dat mensen meer lezen dan alleen de bekende schrijvers.”

Ziet u dat als een verantwoordelijkheid?

„Ik wil wel een bijdrage leveren aan verbreding van interesse bij de lezer. En ik vind het fijn te merken dat onder de schrijvers van nu loyaliteit heerst, anders dan in de tijd van de Grote Drie, of het gekibbel tussen Grunberg en Van der Heijden.”

Ze roept haar hond en staat op. „Ik ga in Amsterdam een appartement bekijken. Mijn partner en ik zijn uit elkaar en ik wil naar de stad.” Ze lacht. „Ook ik geef soms mijn omgeving de schuld van wat in mijn leven misloopt.”

    • Hester Carvalho